Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb
0

Aankomende wijzigingen Wet gemeenschappelijke regelingen: meer lokale inspraak en burgerparticipatie mogelijk

In het regeerakkoord van Rutte III is afgesproken dat de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) zou worden aangepast om de politieke controle over gemeentelijke samenwerking te verbeteren. Vier jaar later is het zo ver: de Eerste Kamer heeft op 14 december 2021 het wetsvoorstel “Versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen” aangenomen om de Wgr op dit punt te wijzigen. In dit blogbericht zetten wij op een rij wat de aankomende wijzigingen in de Wgr zijn en welke gevolgen dit heeft voor bestaande en toekomstige gemeenschappelijke regelingen. Naar verwachting treden de wijzigingen op 1 juni 2022 in werking.

5 januari 2022

Meer inspraak voor de lokale politiek

De naam van het wetsvoorstel verwoordt de ambitie ervan: het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen, door meer handen en voeten te geven aan de kaderstellende en controlerende rol van (onder meer) lokale gemeenteraden van deelnemende gemeenten. Dit geldt ook voor samenwerkingsverbanden waarbij provinciale en waterschapsorganen betrokken zijn. Het wetsvoorstel wil dit realiseren door gemeenteraden meer inspraak te geven bij zowel het treffen van gemeenschappelijke regelingen als over de besluiten van de besturen van die samenwerkingsverbanden.

Op dit moment is voor het treffen (of wijzigen) van een regeling ‘slechts’ toestemming nodig van de gemeenteraden van de deelnemers, die alleen kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Na inwerkingtreding van de wetswijziging krijgen vertegenwoordigende lichamen gelegenheid om vooraf een zienswijze te geven op het gehele ontwerp van een gemeenschappelijke regeling (of de wijziging daarvan). Dat verruimt de zeggenschap van gemeenteraden over de inhoud van de regeling.

Een andere belangrijke wijziging is dat de gemeenteraden van de deelnemers de bevoegdheid krijgen om een zienswijze in te dienen voorafgaand aan het nemen van besluiten door het bestuur van een gemeenschappelijke regeling. De gemeenschappelijke regeling moet bepalingen gaan inhouden over de besluiten waarover gemeenteraden zienswijze naar voren kunnen brengen voorafgaand aan het nemen van het besluit. Het (dagelijks) bestuur van het samenwerkingsverband moet vervolgens voorafgaand aan het daadwerkelijke besluit aan de raden laten weten of er iets wordt gedaan met hun zienswijzen. De aankomende wijziging van de Wgr sluit overigens niet uit dat in de gemeenschappelijke regeling wordt vastgelegd dat er geen zienswijzemogelijkheid bestaat tegen bepaalde besluiten van het samenwerkingsverband.

De lokale politiek krijgt met de wijziging van de Wgr via de zojuist beschreven zienswijzeprocedures meer zeggenschap over de inrichting van en besluitvorming door gemeenschappelijke regelingen. Ter ondersteuning van deze bevoegdheden, kunnen zij ook gezamenlijk een voorstel doen tot het oprichten van een gemeenschappelijke adviescommissie. Zijn alle deelnemende gemeenteraden akkoord met een adviescommissie, dan moet het samenwerkingsverband zorg dragen voor de oprichting daarvan. Deze adviescommissie, bestaande uit raadsleden van de deelnemende raden, adviseert de gemeenteraden en het samenwerkingsverband en helpt met het voorbereiden van zienswijzen.

Tot slot wordt, met het oog op de uitvoering van de controlerende en kaderstellende taken van de raden, het recht op inlichtingen steviger verankerd in de Wgr, door opname van de bepaling dat het bestuur van de gemeenschappelijke regeling de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen geeft die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken, vergelijkbaar met de inlichtingenplicht die rust op het college van B&W op grond van artikel 169 van de Gemeentewet.

Burgerparticipatie

Naast de extra invloed die de lokale politiek krijgt op de gemeenschappelijke regelingen, vergroot de wijziging van de Wgr ook de mogelijkheden voor inspraak van de burger. Dit gaat om ingezetenen van de deelnemers en andere belanghebbenden. De wijziging van de Wgr voorziet in de introductie van de verplichting dat in de gemeenschappelijke regeling bepalingen zijn opgenomen over de wijze waarop ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van de regeling betrokken worden.

De Wgr laat overigens de vrijheid om te regelen dat een dergelijke inspraakmogelijkheid niet geboden wordt. Net als bij de bevoegdheid tot het indienen van zienswijzen door de lokale politiek over voorgenomen besluiten van het samenwerkingsverband, kan er dus voor worden gekozen om vast te leggen dat er geen inspraakmogelijkheid is. Wij kunnen ons voorstellen dat de wijze waarop burgerparticipatie in de regeling wordt geregeld afhangt van het belang of de belangen die de gemeenschappelijke regeling behartigt en van de mate waarin het door de gemeenschappelijke regeling gevoerde beleid de belangen van ingezetenen en andere belanghebbenden raakt.

Overige wijzigingen

De Wgr zal verder ook worden gewijzigd op een aantal meer proceduretechnische aspecten. Zo zullen gemeenschappelijke regelingen ook bepalingen moeten gaan inhouden over de wijziging, opheffing, toetreding en (voorwaarden van) uittreding. Dit was al het geval voor regelingen die voor onbepaalde tijd zijn getroffen, maar deze verplichting gaat door de wetswijziging ook gelden voor regelingen van bepaalde tijd. Ook moet in de regeling worden opgenomen of, en zo ja, hoe de regeling worden geëvalueerd. Hier geldt dus ook de mogelijkheid om geen gebruik te maken van een evaluatie. Tot slot wordt het met de wetswijziging ook mogelijk voor een gemeentesecretaris om lid te worden van het bestuur van een bedrijfsvoeringsorganisatie, als die organisatie enkel bedoeld is voor het behartigen van opleiding en vorming van ambtenaren.

Wat moet er veranderen in gemeenschappelijke regelingen als gevolg van deze wetswijziging?

De aankomende wijzigingen maken duidelijk dat er het nodige gaat veranderen. Daarop zullen bestaande gemeenschappelijke regelingen moeten worden aangepast. Denk bijvoorbeeld aan:

  • het inbedden van mogelijkheden tot het indienen van zienswijzen (en het al dan niet uitsluiten van zienswijzen tegen voorgenomen besluiten van het samenwerkingsverband);

  • het opnemen van een verplichting van het (dagelijks) bestuur van het samenwerkingsverband om te reageren op ingediende zienswijzen;

  • het wel of niet evalueren van de gemeenschappelijke regeling;

  • het eventueel bieden van mogelijkheden tot burgerparticipatie.

Alleen om die redenen is het al noodzakelijk om de gemeenschappelijke regeling te wijzigen. Vertegenwoordigende lichamen moeten daarnaast ook bezien of zij de inrichting van een gemeenschappelijke adviescommissie wenselijk achten.

Uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van deze wetswijziging zullen alle gemeenschappelijke regelingen aan de gewijzigde Wgr moeten zijn aangepast. Het lijkt ons zaak dat de voorbereidingen voor de wijzigingen en daarmee verband houdende beslissingen tijdig worden voorbereid.

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.