Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb
0

Beantwoording Kamervragen van het lid de Hoop (PvdA) Gerecyclede grond veroorzaakt milieuvervuiling OM onderzoekt afvalbedrijf’

Hierbij ontvangt u de antwoorden op de Kamervragen van het lid de Hoop (PvdA)

over gerecyclede grond. Deze vragen zijn ingediend op 19 april 2021 met

kenmerk 2021Z06388.

C. van Nieuwenhuizen Wijbenga 16 juli 2021

Kamerstuk: kamervraag

Kamerstuk: kamervraag

Vraag 1

Kent u het bericht ‘Gerecyclede grond veroorzaakt milieuvervuiling: OM

onderzoekt afvalbedrijf’?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Klopt het dat bij minstens tien dijk-, weg- en waterprojecten het milieu mogelijk

verontreinigd is met stoffen als arseen en benzeen en dat dit al bij vier projecten

is vastgesteld?

Antwoord 2

Gebleken is dat potentiele problemen met de toegepaste thermisch gereinigde

grond (TGG) samen kunnen hangen met de hoge PH van de grond, uitloging van

bepaalde metalen en het hoge zoutgehalte. Alhoewel tijdens dit reinigingsproces

de vluchtige organische verbindingen (zoals benzeen) verwijderd hadden moeten

zijn, worden deze soms toch nog aangetroffen. Welke in TGG mogelijk aanwezige

stoffen aanleiding kunnen geven tot een potentieel milieuprobleem, wordt

bepaald door de specifieke omstandigheden op de toepassingslocatie (zout/zoet,

onderwaterbodem of landbodem, civieltechnische aspecten) en het specifieke

milieucompartiment waar ze worden aangetroffen (grondwater, oppervlaktewater

of bodem).

In de afgelopen jaren zijn drie locaties waar TGG is toegepast specifiek in beeld

gekomen (Westdijk, Perkpolder, Plas van Heenvliet). Voor de Westdijk geldt dat

besloten is deze te saneren. De in de Westdijk toegepaste TGG wordt op dit

moment verwijderd.

Op 14 april 2020 heb ik uw Kamer2 een inventarisatie doen toekomen van RWSprojecten waar TGG is toegepast, waaronder Perkpolder. Niet alle werken zijn

meer in beheer van RWS. De beheerders van die werken, waaronder de

Noordwaardpolder3, zijn door RWS geïnformeerd.

Voor de werken in beheer van RWS wordt nu, als invulling van de zorgplicht, op

de vijf potentieel meest risicovolle locaties gemonitord om te bekijken of er

vervuiling van grond- en oppervlaktewater plaatsvindt. Over de resultaten van

deze monitoring zal ik uw Kamer op termijn nader informeren zodra de definitieve

rapportage beschikbaar is (verwachting eerste helft2022).

Daarnaast is in 2019 door Werkgroep Ketentoezicht Bodem, Bagger en

Bouwstoffen4 op grond van diverse meldingsgegevens in kaart gebracht waar

buiten de RWS werken mogelijk TGG geproduceerd door hetzelfde bedrijf, is

toegepast in de periode 2016-2018. De Omgevingsdiensten die bevoegd gezag

zijn voor de toepassing, zijn op grond van deze analyse geïnformeerd over de

potentiële locaties binnen hun werkgebied.

Vraag 3

Is er hierdoor sprake van een gevaar voor de volksgezondheid?

Antwoord 3

In 2018 heeft RIVM in opdracht van RWS onderzoek uitgevoerd naar de

gezondheid- en milieurisico’s voor de locatie Perkpolder (RIVM Rapport 2018-

0063) en in 2020 voor de locatie de Plas van Heenvliet (RIVM Rapport 2020-0057)

in opdracht van DCMR. Voor deze rapporten verwijs ik u naar de website van

RIVM.

Voor de Plas van Heenvliet stelt het RIVM dat er geen gezondheidsrisico is voor de

recreanten. Voor Perkpolder stelt het RIVM dat de toegepaste TGG is afgedekt

waardoor geen directe blootstelling aan TGG mogelijk is en er geen risico’s zijn

voor de volksgezondheid.

In grootschalige toepassingen van TGG moet op grond van het Besluit

Bodemkwaliteit altijd een schone leeflaag worden aangebracht. Hierdoor geldt in

zijn algemeenheid dat in dergelijke projecten direct contact met TGG niet zal

plaatsvinden en dat bij een intacte laag effecten op de volksgezondheid niet

waarschijnlijk zijn.

Vraag 4.

Wat zijn de gevolgen voor de kwaliteit van de natuur en het grond- en

oppervlaktewater? Kunt u deze in kaart brengen en de Kamer doen toekomen?

Antwoord 4

Voor de Plas van Heenvliet geeft het RIVM aan dat er sprake is van enige uitloging

naar het grondwater waardoor lokaal een klein effect op planten en dieren in de

bodem kan optreden. Daarnaast is vastgesteld dat het toepassen van TGG geen

effect heeft op de kwaliteit van het oppervlaktewater. Om te controleren of dit ook in de toekomst zo is, heeft het bevoegd gezag (DCMR) en de gemeente

aangegeven op regelmatige basis monsters te zullen nemen.

Voor Perkpolder geldt dat het RIVM heeft vastgesteld (op basis van de destijds

beschikbare monsters) dat enkele normen voor de bodem, het grondwater en het

oppervlaktewater worden overschreden. Hierdoor worden, onder meer, lokaal

natuurlijke processen in de bodem, het grondwater en het oppervlaktewater

verstoord. Ook is het (grond)water niet geschikt voor gebruik in de landbouw,

bijvoorbeeld als drinkwater voor vee of als sproeiwater. Om meer zekerheid te

krijgen over de effecten op de milieucompartimenten heeft het RIVM geadviseerd

langjarig te blijven bemonsteren. Een eerste vervolgonderzoek is in 2019

uitgevoerd door Deltares. In de periode 2020-2023 worden vervolgmetingen

uitgevoerd. Uit de jaarrapportage over 2020 volgt dat beperkte uitloging naar

grond- en kwelwater optreedt (zie bijlagen) maar dat de risico’s hiervan beperkt

zijn. Op dit moment worden de mogelijke beheersmaatregelen in kaart gebracht.

De resultaten hiervan worden eind dit jaar verwacht. Daarnaast zal het RIVM in

de eerste helft van 2022 een volgonderzoek uitvoeren naar gezondheids- en

ecologische risico’s. Ik zal uw Kamer over de resultaten hiervan informeren.

Vraag 5

Hoe verloopt het toezicht op het gebruik van thermisch gereinigde grond? Waarom

wordt deze grond niet eerst getest op schadelijke stoffen voordat er een dijk mee

wordt gevuld?

Antwoord 5

Samen met de certificerende instellingen en omgevingsdiensten ziet de ILT erop

toe dat reinigers volgens de regels van het Besluit bodemkwaliteit en de

omgevingsvergunning, die geldt voor de inrichting, werken. Voor de import en

export van vervuilde grond, teerhoudend asfalt en TGG moet de ILT toestemming

verlenen.

Een producent van TGG moet voldoen aan de (milieu)eisen die in het Besluit

Bodemkwaliteit (Bbk) worden gesteld. Op grond van dit besluit moet een

producent en ook de toepasser middels een erkende kwaliteitsverklaring

aantonen dat men aan deze eisen voldoet. Daarnaast moet een producent in het

kader van zijn zorgplicht informatie verstrekken over niet in het Bbk

genormeerde stoffen die een potentieel milieurisico vormen bij toepassing van

het materiaal. Toepassers dienen deze informatie ook te betrekken bij de

besluitvorming over toepassing op een specifieke locatie.

De voorgenomen toepassing van TGG moet vooraf worden gemeld. Lokale

overheden zijn bevoegd gezag voor de toepassing van TGG op locatie en

beoordelen de melding en houden toezicht op de uitvoering.

Vraag 6

Hoe gaat u ervoor zorgen dat dit in de toekomst niet meer gebeurt?

Antwoord 6

In 2017 en 2018 heeft de ILT onderzoek uitgevoerd naar het reinigingsproces bij

producenten van TGG. Dit heeft geleid tot aanpassing van de reinigingsprocessen.

Aansluitend is onder begeleiding van de ILT in 2019 verificatieonderzoek

uitgevoerd waarbij de kwaliteit van de toenmalige voorraden TGG nogmaals is

vastgesteld. Dit betreft TGG die is geproduceerd vóór en na de

procesaanpassingen en ruim na de aanleg van de dijk Perkpolder. Met de

resultaten van deze verificatieonderzoeken kan het (lokale) bevoegde gezag een

adequate beoordeling maken of zij een aangeboden partij TGG kan laten

toepassen en onder welke condities dit kan plaatsvinden. Hierover is uw kamer

geïnformeerd bij brief van 23 december 2019 (Kamerstukken II Vergaderjaar

2019-2020, Aanhangsel van de Handelingen, nr. 1225.) In 2020 hebben de

producenten hun productieproces verder geoptimaliseerd.

Daarnaast voert het RIVM een onderzoek uit naar het normenkader en de huidige

onderzoeksmethoden. De verwachting is dat met de uitkomsten van dit onderzoek

nog beter kan worden bepaald onder welke voorwaarden TGG verantw oord kan

worden toegepast. De resultaten verwacht ik na de zomer.

Vraag 7

Bent u het ermee eens dat boeren volledig gecompenseerd dienen te worden voor

geleden economische schade wegens het gebruik van thermisch gereinigde grond

in infrastructuurprojecten?

Antwoord 7

In het Nederlands (civiel)recht geldt in zijn algemeenheid dat als iemand schade

meent te hebben ondervonden, deze een schadeclaim kan indienen bij de

veroorzaker. Als er aantoonbare (economische) schade is en er een causaal

verband kan worden vastgesteld tussen deze schade en de handelingen van de

veroorzaker, zal deze schade in het algemeen (deels) vergoed worden. Elke casus

dient echter op haar eigen merites beoordeeld te worden.

1 Trouw, 16 april, 2021, Gerecyclede grond veroorzaakt milieuvervuiling: OM onderzoekt

afvalbedrijf

2 Kamerstukken II Vergaderjaar 2019-2020, 30015, nr. 495

3 Trouw 23 april, 2021 Onderzoek naar risico's van hergebruik van vuile grond

4 De Landelijke Werkgroep KBBB wil de onderlinge samenwerking bij het toezicht op bodem,

bagger en bouwstoffen verbeteren. De (agenda)leden van de werkgroep zijn afkomstig uit

verschillende Omgevingsdiensten en Waterschappen, Rijkswaterstaat Leefomgeving,

Rijkswaterstaat Handhaving, Rijkswaterstaat Landelijk Meldpunt Afvalstoffen, Politie, en

Inspectie Leefomgeving & Transport.

Bijlagen

Deltares Jaarrapportage monitoring Perkpolder 2020

Deltares onderzoek naar effecten aanwezigheid van TGG Perkpolder

RIVM risicobeoordeling van het gebruik van thermisch gereinigde grond in Perkpolder (Zeeland)

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.