Wat zijn On(lo)smakelijke activiteiten in de Wabo

Antwoord

De eis van onlosmakelijkheid is bedacht om het bedrijven makkelijk te maken: één aanvraag voor meerdere activiteiten, die leidt tot één vergunning. In de praktijk levert het in sommige situaties echter toch moeilijkheden op.

Op grond van de Wabo moet een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking hebben op alle zogenoemde ‘onlosmakelijke vergunningplichtige activiteiten’, zoals onder andere het veranderen van een inrichting (milieu), bouwen en afwijken van het bestemmingsplan. Wat nu als een afvalbedrijf een vergunning aanvraagt voor een uitbreiding, maar vergeet of verzuimt om in de aanvraag aan te geven dat de uitbreiding in strijd is met het bestemmingsplan? Dan zijn er verschillende mogelijkheden, maar geen enkele uitkomst is voor het bedrijf positief. Doordat de wet verplicht onlosmakelijke activiteiten in dezelfde aanvraag op te nemen, is de flexibiliteit deels verdwenen en dringt de vraag zich op wie eigenlijk verantwoordelijk is voor een volledige aanvraag. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de overheid de volledigheid moet toetsen, maar anderzijds is aangegeven dat de verantwoordelijkheid bij de aanvrager ligt.

En wat is onlosmakelijk? Er zijn veel vergunningen vernietigd om daarover duidelijkheid te verkrijgen. Onlosmakelijk zijn die activiteiten waarbij één en dezelfde fysieke handeling juridisch gekwalificeerd wordt als verschillende vergunningplichtige activiteiten. Bijvoorbeeld: bouwen is het veranderen van een inrichting en gelijktijdig het gebruiken van gronden in de zin van het bestemmingsplan. Zie voor een voorbeeld de uitspraak van de Raad van State van 15 februari 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:381). Een paar jaar geleden heeft de wetgever het systeem proberen te versoepelen. Een vergunning om van het bestemmingsplan af te wijken kan nu vooraf apart worden aangevraagd. Maar daarmee is het probleem niet opgelost. Terug naar de casus en de verschillende mogelijkheden.

Mogelijkheid 1: de strijd met het bestemmingsplan is niet opgenomen in de aanvraag. De gemeente moet evenwel toetsen aan het bestemmingsplan. Als de gemeente constateert dat het handelen in strijd met het bestemmingsplan ten onrechte niet is aangevraagd, dient de gemeente de aanvraag aan te houden en de aanvrager op grond van artikel 4:5 Awb verzoeken om de aanvraag – op straffe van buiten behandeling laten ervan - aan te vullen. Dat vloeit voort uit artikel 2.7 Wabo.

Mogelijkheid 2: de gemeente vergeet of verzuimt te toetsen, maar een omwonende komt tegen de vergunning op. Dan zal de rechter de vergunning vernietigen wegens strijd met artikel 2.7 Wabo en zal de gemeente de aanvrager moeten verzoeken om de aanvraag aan te vullen alvorens opnieuw op de aanvraag te beslissen. Zie daarvoor bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van State van 9 december 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:3762).

Mogelijkheid 3: niemand komt tegen de vergunning op, maar voor de ontbrekende activiteit (de strijd met het bestemmingsplan) is geen vergunning verleend. De overheid, al dan niet op verzoek van omwonenden, is dan in beginsel gehouden om handhavend op te treden. Als legalisatie niet mogelijk is, lees: de overheid daaraan niet mee zou willen werken, is het in de regel einde oefening. De vergunning wordt immers niet verleend voor het project, maar voor de aangevraagde vergunningplichtige activiteiten.

Mogelijkheid 4: De meest recent geboden mogelijkheid volgt uit de uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant van 5 april 2017 (ECLI:NL:RBOBR:2017:1975). In de aanvraag is aangegeven dat er geen strijd met het bestemmingsplan is, de gemeente kijkt niet verder en verleent de vergunning. Omwonenden komen tegen de vergunning op, maar trekken het beroep weer in. De vergunning is daardoor onherroepelijk. Echter, de omwonenden verzoeken daarna om intrekking van de vergunning. De rechtbank meent dat de gemeente had moeten intrekken, op grond van artikel 5.19 Wabo. Door (juist) deze onjuistheid in de aanvraag zou de vergunning zijn verleend, wat nu dus reden is de vergunning in te trekken.

Het ineens moeten aanvragen van onlosmakelijke activiteiten keert niet terug in de Omgevingswet. De aanvrager mag het dan weer zelf uitzoeken en is zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van een vergunning voor alle vergunningplichtige activiteiten. Indien blijkt dat men ten onrechte niet in het bezit is van een vergunning voor een activiteit, dan zal in de regel handhavend worden opgetreden.

Datum: 18 May 2017