Moet op grond van art. 2.3a Wabo de vennootschap als overtreder worden aangemerkt?

Vraag

Een eerder verschenen artikel op Omgevingsweb bespreekt de uitspraak van de Afdeling van 22 augustus 2018 met betrekking tot het opleggen van een last onder dwangsom.

De Afdeling stelt dat, nu de vennootschap de zonder vergunning gebouwde bouwwerken niet zelf heeft gebouwd, deze geen overtreder is en aan haar dus geen last onder dwangsom kan worden opgelegd. Hoe valt deze uitspraak te rijmen met art. 2.3a Wabo op grond waarvan degene die een zonder vergunning gebouwd bouwwerk in stand houdt overtreder is, ook al heeft hij het bouwwerk niet zelf gebouwd? Op grond van art. 2.3a Wabo zou de vennootschap dus als overtreder kunnen en moeten worden aangemerkt.

Antwoord

Voor het antwoord op de vraag wie overtreder is, is onder meer van belang tot wie een overtreden voorschrift zich richt (de normadressaat). Slechts degene tot wie een voorschrift zich richt, kan dit voorschrift overtreden. In deze zaak had het college het handhavend optreden gebaseerd op artikel 2.1, eerste lid, aanhef en a, Wabo. Dit voorschrift richt zich tot degene die bouwt. Onder bouwen wordt ook het plaatsen verstaan. De vennootschap waaraan de last was opgelegd had de bouwwerken niet geplaatst en kon dus niet als overtreder van dit voorschrift worden aangemerkt.

Artikel 2.3a Wabo kent een andere normadressaat. Dit voorschrift richt zich tot degene die een zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning gebouwd bouwwerk in stand laat. Op basis van de informatie uit de uitspraak is aannemelijk dat de vennootschap dit voorschrift had overtreden. Als het college de last onder dwangsom had gebaseerd op een overtreding van artikel 2.3a Wabo, had het dus zeer waarschijnlijk wel succesvol tegen deze vennootschap kunnen optreden in verband met het gebouwde, mits de vennootschap het in de macht had om deze overtreding te beëindigen.