Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

Wanneer begint nu de verjaringstermijn van een aanvraag voor tegemoetkoming planschade?

Planschade geleden? Door een (onherroepelijk) bestemmingsplan? Dan krijg je van onze wetgever vijf jaar de tijd om een planschadeverzoek in te dienen. Dit is namelijk de verjaringstermijn die geregeld is in artikel 6.1, vierde lid van de Wet ruimtelijke ordening (Wro).

Seelen, Max
25 maart 2020

samenvatting

Over het algemeen tijd genoeg dus. Maar sommige mensen maken het wel heel spannend. Zoals in deze zaak.

Op 13 maart 2013 heeft de Afdeling bepaald dat het vaststellingsbesluit van de gemeenteraad weliswaar wordt vernietigd, maar dat de rechtsgevolgen van het bestemmingsplan in stand blijven. Op die dag van de uitspraak wordt het plan dus onherroepelijk. En op 13 maart 2018 (!) dienen de appellanten planschadeverzoeken in. Of zoals je wil: aanvragen voor een tegemoetkoming in de planschade.

Gevolg: ellenlange discussies over de vraag op welke dag die verjaringstermijn nu is aangevangen!

B&W

B&W zijn van mening dat appellanten te lang hebben stilgezeten. De aanvraag voor de financiële compensatie is niet binnen de verjaringstermijn ingediend. “Die termijn begon immers op de dag van de uitspraak van de Afdeling (13 maart 2015) en daarom was 12 maart 2018 de laatste dag van die verjaringstermijn.” De aanvragen worden dus afgewezen.

Rechtbank

De rechtbank gaat mee met dit betoog van B&W. De rechtbank vindt dat je uit moet gaan van de letterlijke tekst van artikel 6.1, vierde lid Wro die luidt: “Een aanvraag voor een tegemoetkoming in schade ten gevolge van (voor zover hier van belang) een bepaling van een bestemmingsplan moet worden ingediend binnen vijf jaar na het moment waarop die oorzaak onherroepelijk is geworden.”

Argumenten: het legaliteitsbeginsel en de rechtszekerheid.“ Omdat 13 maart 2013 de eerste dag was van de wettelijke termijn voor het indienen van een aanvraag om een tegemoetkoming in planschade, was 12 maart 2018 de laatste dag van deze termijn. Dit betekent dat de aanvragen van appellanten buiten de wettelijke termijn zijn ingediend en dat deze aanvragen reeds daarom terecht zijn afgewezen.”

Afdeling

Maar onze hoogste bestuursrechter is het hier niet mee eens. De dag dat het bestemmingsplan onherroepelijk werd (13 maart 2015) was niet de eerste dag van de verjaringstermijn. Uit de wetsgeschiedenis van artikel 6.1, vierde lid Wro (Kamerstukken II, 2002/03, 28 916, nr. 3, blz. 65) blijkt immers dat die termijn is gebaseerd op artikel 3:310 van het Burgerlijk Wetboek. De vijfjarige verjaringstermijn van dat artikel kan niet eerder een aanvang nemen dan op de dag na die waarop de schadevordering opeisbaar is geworden. Uit de wetsgeschiedenis valt ook niet af te leiden dat de wetgever bij planschade aan dat uitgangspunt heeft willen afdoen.

Wat betekent dit nu voor deze zaak? Nou, dat de verjaringstermijn voor het indienen van een aanvraag om een tegemoetkoming in de planschade door het nieuwe bestemmingsplan is aangevangen op 14 maart 2013. Een dag na de uitspraak van de Afdeling. De aanvragen van appellanten waren dus - weliswaar op de laatste dag van de verjaringstermijn – tijdig bij B&W ingediend.

Artikel delen