Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

Verhouding planschade en nadeelcompensatie: complex of niet?

De uitspraak van de AbRvS van 11 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4146, is kort, maar er nog een wereld achter schuil.

Leeuwen, Ineke van
13 december 2019

Appellant is eigenaar van een woning te Babberich. Hij heeft de minister verzocht om een vergoeding van de waardevermindering van zijn woning. De waardevermindering wordt volgens verzoeker veroorzaakt door het Tracébesluit Derde Spoor Zevenaar – Duitse grens. Het Tracébesluit voorziet in de aanleg van een derde spoor. De capaciteitsuitbreiding voor het derde spoor wordt mogelijk gemaakt door een wachtspoor om te vormen tot het doorgaande – derde – spoor.

De minister wijst het verzoek af. En de afwijzing houdt stand bij de Afdeling. De Afdeling overweegt, evenals de minister, dat het derde spoor al op grond van het oude bestemmingsplan kon worden gerealiseerd. Er is dan ook geen sprake van een planologisch nadeligere situatie, zodat het verzoek terecht is afgewezen.

Het is vaste rechtspraak van de Afdeling dat nadeelcompensatie aanvullende betekenis kan hebben naast planschade. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 30 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3168. Deze situatie doet zich voor als een maatregel uit het Tracébesluit niet planologisch van aard is, dus niet op één lijn gesteld kan worden met een schadeoorzaak uit artikel 6.1 lid 2 Wro. In het onderhavige geval lijkt de maatregel uit het Tracébesluit wel planologisch van aard. Daarmee is van een aanvullende werking van nadeelcompensatie geen sprake. De vraag blijft: wanneer is een maatregel wel en wanneer is een maatregel niet planologisch van aard.

Artikel delen