Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb
0

Massa is kassa. Maar last onder dwangsom ook!

Handhaving van omgevingsrecht is een vak apart. Met name gemeenten spelen daarbij een belangrijke rol. Als deze taak niet goed worden uitgevoerd, kan dat grote invloed hebben op de veiligheid en gezondheid van de leefomgeving. Één van de belangrijke spelregels daarbij is dat iedereen gelijk is voor de wet. Of je nu een bekende Nederlander bent of niet. Op 24 maart jl. deed de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2021:606) een interessante uitspraak in een handhavingskwestie tussen de gemeente Asten en de Oostappen Groep, bekend van de tv-serie ‘Massa is Kassa’ die wordt uitgezonden door SBS6. Wat is er aan de hand?

3 mei 2021

Jurisprudentie – Samenvattingen

De feiten

Bij besluit van 1 maart 2019 leggen B&W van Asten aan Oostappen Groep een last onder dwangsom op om alle bewoning door arbeidsmigranten van de recreatieverblijven op Vakantiepark Prinsenmeer te beëindigen en beëindigd te houden. Als niet binnen de gestelde termijn aan de last is voldaan wordt een dwangsom verbeurd van € 50.000,00 per keer dat wordt geconstateerd met een maximum van één verbeuring per week en een totaal van € 500.000,00. Na behandeling van bezwaar (ongegrond) en beroep (ongegrond) stelt Oostappen Groep hoger beroep in en vraagt om een voorlopige voorziening.

De rechtsvragen

N.a.v. het verweer door Oostappen Groep, buigt de voorzieningenrechter zich over de volgende rechtsvragen:

1. Moet de gemeente afzien van handhaving omdat sprake is van concreet zicht op legalisatie?

2. Staat het vertrouwensbeginsel als bijzondere omstandigheid aan handhavend optreden in de weg?

3. Is handhavend optreden door de gemeente onevenredig?

De uitspraak

De voorzieningenrechter bouwt de uitspraak keurig op volgens de vaste lijn in de jurisprudentie. Allereerst komt de vraag aan de orde of de gemeente bevoegd was om handhavend op te treden. Antwoord: ja, want overtreding van het geldende bestemmingsplan staat vast. Dan speelt de vraag of er bijzondere omstandigheden zijn op grond waarvan de gemeente moet afzien van handhaving. Daarvoor start de voorzieningenrechter met de standaard verwijzing naar de beginselplicht tot handhaving: handhaving is de regel, niet handhaven is uitzondering. Vervolgens komen de rechtsvragen ter sprake. De voorzieningenrechter zegt daarover het volgende.

Voor concreet zicht op legalisatie bij strijdig gebruik van het bestemmingsplan moet ten minste al een begin zijn gemaakt met de voor verlening van die vergunning vereiste procedure. Daarvoor is een aanvraag nodig ten tijde van het bestreden dwangsombesluit. De voorzieningenrechter stelt vast dat daar geen sprake van is. Reden: een 1ste aanvraag is buiten behandeling gelaten en een 2de aanvraag is ingetrokken. Dus: het verweer slaagt niet.

Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel moet aannemelijk worden gemaakt dat van de kant van de overheid toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht worden afgeleid of het bestuursorgaan een bepaalde bevoegdheid zou uitoefenen en zo ja, hoe. De voorzieningenrechter overweegt dat daar geen sprake van is. Reden: de verwijzing naar een bestaande beleidsnotitie van de gemeente over Huisvesting arbeidsmigranten uit 2009 en naar eerdere onderhandelingen in 2017 en 2018 over de legalisatie van het gebruik zijn onvoldoende om het vertrouwen te ontlenen dat het gebruik zonder meer zou worden gelegaliseerd en/of dat het college zou afzien van handhavend optreden. Dus: ook dit verweer slaagt niet.

Tot slot het beroep op onevenredigheid van handhaving gelet op de gevolgen daarvan. De voorzieningenrechter maakt ook daar korte metten mee. Reden: een onderbouwing met objectieve gegevens ontbreekt. Dus: ook dit verweer belandt in de prullenbak.

De voorzieningenrechter besluit dan ook het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

Het vervolg

Het is afwachten wanneer het hoger beroep dient. Deze uitspraak maakt niet duidelijk of er ondertussen dwangsommen zijn verbeurd. Uit mediaberichten is op te maken dat dat wel het geval is. In dat geval is het belangrijk dat de gemeente rekening houdt met de verjaringstermijn voor de invordering van dwangsommen en de wettelijke eisen die gelden voor het stuiten van de verjaring. Het zou niet de eerste keer zijn dat door onwetendheid of onachtzaamheid verbeurde dwangsommen door verjaring niet meer kunnen worden ingevorderd. Over een tijdje zal blijken of de titel van dit artikel in de praktijk opgaat: “Massa is kassa. Maar last onder dwangsom ook!”

Meer weten over de juridische aspecten van handhaving van omgevingsrecht? Volg dan de 1-daagse cursus Update handhaving omgevingsrecht , aangeboden door Berghauser Pont Academy. In deze cursus wordt een update gegeven van de juridische aspecten van handhaving van omgevingsrecht (bouwen, milieu, ruimtelijke ordening, natuur, water, bijzonder bestuursrecht).

Artikel delen