Menu

Filter op
content
Omgevingsweb

Is overnachten in een tuinhuis ‘kortstondig verpozen’ in de zin van het bestemmingsplan?

Daarover moest de ABRvS een oordeel geven in de uitspraak ABRvS 7 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:490.

10 februari 2024

Jurisprudentie – Samenvattingen

Appellant A is eigenaar van het perceel en de daarop aanwezige bebouwing. Appellant B huurt de woning. In de achtertuin van de woning staat een gebouw (hierna: het gebouw). In het gebouw zijn een douche, een toilet en een keukenblok aanwezig. Verder staan er meubels in, waaronder een tweepersoonsbed. Een bestemmingsplan bepaalt welk gebruik is toegestaan op een perceel. Op het perceel geldt het bestemmingsplan "Zuidelijke Binnenstad". De achtertuin is daarin bestemd voor "Tuin-1" en heeft de nadere aanduiding "specifieke vorm van tuin - keurtuin".

Een tuinhuis wordt in het bestemmingsplan gedefinieerd als een niet aan het hoofdgebouw verbonden gebouw, bestaande uit één bouwlaag, al dan niet voorzien van een kap, gesitueerd op een keurtuin (specifiek op de verbeelding aangeduid) en met een sierfunctie. Tuinhuizen zijn onlosmakelijk onderdeel van de stedenbouwkundige structuur en zijn bedoeld om kortstondig te verpozen en om aan tuingebruik gerelateerde zaken in op te slaan.

Appellanten betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het gebruik van het gebouw voor overnachtingen in strijd is met het bestemmingsplan. Daarbij wijzen zij erop dat het gaat om een keurtuin en dat daarop volgens het bestemmingsplan tuinhuizen zijn toegestaan.

Daarnaast moet volgens hen uit artikel 26.5.2 van het bestemmingsplan worden afgeleid dat het gebruik van gebouwen in tuinen voor woonverblijf mogelijk is, zolang het maar niet gaat om permanent woonverblijf. Bij een andere uitleg van dat artikel, zou aan het begrip ‘permanent’ geen betekenis toekomen.

De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het gebruik van het gebouw voor overnachtingen in strijd is met het bestemmingsplan. Het gebruik voldoet namelijk niet aan artikel 26.1, aanhef en onder b, van het bestemmingsplan. Dat komt omdat niet wordt voldaan aan de omschrijving van tuinhuis in het bestemmingsplan. Daarin staat dat het wat betreft het daarin toegestane gebruik moet gaan om kortstondig verpozen. Overnachten is niet te beschouwen als kortstondig verpozen, alleen al omdat dat niet een korte duur heeft en dus niet een kortstondige activiteit is.

Artikel delen