Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb
0

Indringendere toets aan evenredigheid; een kans of een risico voor gemeenten?

Het evenredigheidsbeginsel van artikel 3:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht schrijft voor dat een besluit van een bestuursorgaan in verhouding moet staan tot het doel dat met het besluit wordt gediend. Sinds jaar en dag gaat de bestuursrechter uit van beoordelingsvrijheid van bestuursorganen. Dat betekent dat het aan het bestuursorgaan is om beleid op te stellen en aan deze beleidsregels te toetsen. Het is in principe niet aan de bestuursrechter om deze beleidsregels en de toetsing daarvan te beoordelen. Deze is immers geen wetgever. Er was daardoor slechts zeer beperkt ruimte om te toetsen of een besluit van een bestuursorgaan evenredig was.

23 november 2021

Indringendere toetsing aan evenredigheidsbeginsel

Al enige tijd is de tendens ingezet dat bestuursrechters stukje bij beetje steeds meer van de beoordelingsvrijheid van bestuursorganen afsnoepen. Op 7 juli 2021 is door de staatsraden advocaat-generaal Widdershoven en Wattel een conclusie genomen (ECLI:NL:RVS:2021:1468). De conclusie adviseert om de rechterlijke evenredigheidstoets aan te passen. Bij bestuurlijke maatregelen (zoals woningsluitingen of een last onder dwangsom) zou de rechter de evenredigheid moeten toetsen zoals ook in het Europees recht gebeurt. De intensiviteit van de toets zou af moeten hangen van de concrete belangen die spelen en in hoeverre grondrechten door het besluit geraakt worden. Zelfs als de wet verplicht tot een maatregel, zou de rechter deze moeten toetsen aan het evenredigheidsbeginsel. Het is altijd afwachten of de grote kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak de conclusie overneemt, maar gelet op de tendens in de rechtspraak, zou het overnemen van de conclusie een logisch vervolg zijn. Zo sijpelt die indringendere toets aan het evenredigheidsbeginsel al veelvuldig door bij de sluiting van woningen op basis van artikel 13b Opiumwet door de burgemeester. Zo werd in een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak op 6 oktober (ECLI:NL:RVS:2021:2243) nog geoordeeld dat directe sluiting van de woning onevenredig was. Dit ondanks dat het beleid van de burgemeester bepaalde dat in een dergelijk geval de woning direct gesloten moest worden. De Afdeling Bestuursrechtspraak oordeelde dat het handelen overeenkomstig met het beleid gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot de met het beleid te dienen doelen. Oftewel het volgen van de beleidsregels en direct over te gaan tot sluiting was in dit geval onevenredig.

Toepassen van het evenredigheidsbeginsel

Zoals eerder kort aangestipt, gaat het om de toetsing van het evenredigheidsbeginsel bij bestuurlijke maatregelen. De gevolgen zijn dus met name voor besluiten in de handhavingssfeer. Als het bestuursorgaan zijn werk goed doet, verandert er eigenlijk niet zoveel. Een bestuursorgaan zal nu ook bij haar besluiten de evenredigheid van dit besluit betrekken. Het gaat dan niet om het blind toepassen van beleidsregels, maar per besluit afwegen of het evenredigheidsbeginsel vraagt om een ander besluit. In praktijk betekent dat er naar 3 punten gekeken moet worden:

  1. geschiktheid voor het nagestreefde doel;

  2. noodzakelijkheid (is er geen minder ingrijpende maatregel die even effectief is?);

  3. de maatvoering van de bestuurlijke maatregel (bijvoorbeeld de duur van een woningsluiting of de hoogte van een dwangsom).

Als een bestuursorgaan deze afweging goed maakt, zal een bestuursrechter dit besluit vaak in stand laten. Een bestuursorgaan heeft uiteraard nog wel enige ruimte om deze evenredigheid te beoordelen.

Kans of risico?

Is deze verandering een kans of een risico? Wat mij betreft een gedwongen kans. Een meer indringende toetsing dwingt bestuursorganen beter naar hun besluiten te kijken. Hopelijk horen we minder vaak argumenten als ‘zo staat het nu eenmaal in het beleid’ of ‘ja, maar zo doen we het altijd’. Naar mijn mening leeft bij veel bestuursorganen best de wens om meer indringend naar evenredigheid te kijken, maar ontbreekt vaak de durf. Blind vasthouden aan regels of ‘soort-van-gelijke-gevallen’ is nu eenmaal makkelijker dan individuele afwegingen. Misschien is daarom het overnemen van de besproken conclusie net het zetje in de goede richting dat bij sommige gemeenten nodig is.

Artikel delen