Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

Het gewicht van een welstandsadvies

Cate, Flip ten
15 oktober 2020

Jurisprudentie – Samenvattingen

Hoe zwaar weegt een welstandsadvies eigenlijk? Die vraag was tot voor vrij kort duidelijk te beantwoorden; het is een zwaarwegend advies, waar het college van burgemeester en wethouders niet zomaar aan voorbij kan gaan. Als zij het advies niet opvolgen, moeten zij dat goed motiveren.

 
Door diverse veranderingen in de wetgeving, en vooral door de introductie van de ‘kan-bepaling’ in 2013 is het advies minder gewichtig geworden. Met de ‘kan-bepaling’ verviel de basisregel dat een welstandsadvies op een vergunningaanvraag verplicht is. Sindsdien ‘kan’ een college van b en w voor het toepassen van het welstandsbeleid een advies inwinnen, maar het hoeft niet langer.

Jurisprudentie
Het heeft even geduurd, maar nu heeft deze verschuiving in het wettelijk gewicht van het welstandsadvies effect op de jurisprudentie. In een uitspraak over een op zichzelf vrij onbenullige kwestie rond een tuinmuur aan de Maliebaan in Utrecht van 16 september kiest de Raad van State een nieuwe formulering als het op het gewicht van het welstandsadvies aan komt. Lees even mee.

Hoewel het college niet aan een welstandsadvies is gebonden en de verantwoordelijkheid voor welstandstoetsing bij hem berust, mag hij op dat advies afgaan, nadat hij is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze verplichting is neergelegd in artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) voor de wettelijk adviseur en volgt uit artikel 3:2 van de Awb voor andere adviseurs.
Het overnemen van een welstandsadvies behoeft in beginsel geen nadere toelichting. Dit is anders indien de aanvrager of een derde-belanghebbende een advies van een andere deskundig te achten persoon of instantie heeft overgelegd dan wel concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht.

De oude formulering luidde: Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (…) mag het college, hoewel het niet aan een welstandsadvies is gebonden en de verantwoordelijkheid voor welstandstoetsing bij hem berust, aan het advies in beginsel doorslaggevende betekenis toekennen. Tenzij het advies naar inhoud of wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont dat het bestuursorgaan dit niet - of niet zonder meer - aan zijn oordeel omtrent de welstand ten grondslag heeft mogen leggen, behoeft het overnemen van een welstandsadvies in beginsel geen nadere toelichting. Dit is anders indien de aanvrager of een derde-belanghebbende een advies overlegt van een andere deskundig te achten persoon of instantie dan wel gemotiveerd aanvoert dat het welstandsadvies in strijd is met de volgens de welstandsnota geldende criteria.

Voorschot op Omgevingswet
Met de nieuwe tekst lijkt de Raad van State al een voorschot te nemen op de Omgevingswet, waarin niet langer sprake is van een welstandsnota en van welstandscriteria, maar van ‘beleidsregels’ over het uiterlijk van bouwwerken. In de oude situatie werd de positie van de welstandscommissie in de Woningwet geregeld. Onder de Omgevingswet komt er meer gemeentelijke vrijheid in de vormgeving van de advisering: er blijft een gemeentelijke adviescommissie bestaan die adviseert over erfgoed en ruimtelijke kwaliteit, zoals over de toepassing van die beleidsregels, maar de gemeenteraad is vrij om de taken van de commissie te beperken tot een advies over rijksmonumenten.
De toepassing van de beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken kan ook overgelaten worden aan ambtenaren of aan andere, door het college ingeschakelde adviseurs. Die mogen wel door de gemeenteraad benoemd te zijn, maar dat hoeft niet.
Of ze nu wel of niet een wettelijke positie hebben, het college moet steeds nagaan of het advies zorgvuldig en begrijpelijk is en tot een onbetwiste conclusie leidt.

Speelruimte
Het is bijzonder dat in de nieuwe formulering van de Raad van State een verwijzing naar welstandscriteria niet meer voorkomt – terwijl die criteria in de huidige wetgeving en jurisprudentie nu juist de randvoorwaarden zijn voor de advisering. De commissie mag zich niet baseren op andere criteria dan die uit de welstandsnota.
Het lijkt alsof de speelruimte voor de adviseur hiermee door de Raad van State een beetje wordt opgerekt: zolang het welstandsadvies begrijpelijk is, zorgvuldig tot stand kwam en zolang de conclusies aansluiten op de redenering uit het advies, is er niets op aan te merken. Hoe dan ook is duidelijk dat de Raad van State het college meer verantwoordelijk maakt voor een zorgvuldig welstandsoordeel.

Terug naar de Maliebaan. Volgens de Raad van State heeft de commissie voor Welstand en Monumenten fouten gemaakt – ter plekke geldt het beleidsniveau ‘Respect’ en de commissie gebruikt het niveau ‘Behoud’ in het advies. Problematischer echter nog: het advies is uitgebracht over een indicatief bouwplan-met-bijgebouw, terwijl de ingediende aanvraag alleen om een verandering van de tuinmuur ging. Met deze gebreken had het college dus niet op het welstandsadvies mogen afgaan. Beschikking vernietigd.