Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Eigenaar van woning is tóch belanghebbende

A&C Vastgoed B.V (hierna: A&C) heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor een inpandige verbouwing van twee woningen aan de Leharstraat in Tilburg, waar Julmat Vastgoed B.V (hierna: Julmat) de eigenaar van is.

12 april 2024

Samenvatting

Samenvatting

Volgens het college van B&W van Tilburg waren er bij de vergunningaanvraag onvoldoende gegevens ingediend op verschillende punten. Op basis van artikel 4:5 Awb heeft het college besloten om de aanvraag niet te behandelen. Appellanten hebben vervolgens beroep ingesteld.

De rechtbank vond dat Julmat géén belanghebbende was en heeft vervolgens het beroep van Julmat niet-ontvankelijk verklaard. De reden daarvoor was dat in beginsel alleen de aanvrager belanghebbende is bij een buiten behandeling stelling. De rechtbank verklaarde het beroep van A&C wel gegrond, omdat het college onvoldoende onderzoek en motiveerde welke gegevens zij van A&C nodig hadden.

In deze hogerberoepszaak gaan appellanten in op de uitspraak van de rechtbank en op het besluit van het college om de aanvraag niet te behandelen.

Allereerst betogen appellanten dat Julmat een zelfstandig eigen belang heeft bij het besluit, omdat hij ten tijde van de aanvraag eigenaar was van de woningen. De Afdeling gaat mee in dit betoog. Hier zorgt het eigendomsrecht voor een zelfstandig eigen belang bij de zaak, want Julmat loopt zelf namelijk direct (financieel) risico voor gederfde inkomsten door de buiten behandeling stelling van de aanvraag.

Daarnaast betogen appellanten dat het college in strijd gehandeld heeft met het verbod op détournement de pouvoir. Ze stellen dat het college over is gegaan tot buiten behandeling stelling, omdat anders de vergunning van rechtswege zou zijn verleend door het verstrijken van de fatale termijn. Volgens de Afdeling is dat niet het geval. Zij vindt niet dat de tijdsdruk het doel was om de aanvraag niet te behandelen. Het college had wettelijk de bevoegdheid om de aanvraag niet te behandelen omdat zij beschikte over onvoldoende gegevens. De Afdeling sluit zich hier aan bij het oordeel van de rechtbank.

Ten slotte betogen appellanten dat het college helemaal niet bevoegd was om de aanvraag op grond van artikel 4:5 Awb niet in behandeling te nemen wegens onvoldoende gegevens. Dit onderbouwen ze door aan te geven dat ze alle gevraagde bouwtekeningen hebben ingediend. Het college heeft niet goed gemotiveerd welke essentiële gegevens en bescheiden zij van A&C nodig heeft om op de aanvraag te kunnen beslissen, terwijl zij deze opdracht gekregen heeft van de rechtbank. De Afdeling oordeelt dat het besluit in strijd met artikel 3:46 Awb is genomen en het betoog slaagt.

Naar aanleiding hiervan verklaart de Afdeling het beroep gegrond. Zij vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover dat gaat over de niet-ontvankelijkheid van Julmat. De rest van de uitspraak blijft in stand. Ook wordt het besluit van het college vernietigd en moet het college binnen 12 weken een nieuw besluit nemen. Ten slotte wordt toepassing gegeven aan artikel 8:116 Awb, wat inhoudt dat beroep tegen het nieuwe besluit alleen bij de Afdeling kan.

Artikel delen