Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb
0

Bodemsanering bij woningbouwlocatie

In het kader van de sanering van een woningbouwlocatie in Tiel brengt een bedrijf in opdracht van de ontwikkelaar een 1 m dikke leeflaag van grond aan, maar die grond blijkt verontreinigd te zijn met glas en puin en asbestverdacht materiaal. Burgemeester en wethouders leggen daarom aan het bedrijf een last onder dwangsom op wegens strijd met de in de Nota bodembeheer Regio Rivierenland vastgelegde normen voor bodemvreemd materiaal.

19 maart 2021

Jurisprudentie – Samenvattingen

Deze Nota is vastgesteld door de gemeenteraad en de daarin opgenomen normen (die appellabel waren ingevolge het toenmalige artikel 87 van de Wet bodembescherming) zijn inmiddels in rechte onaantastbaar. Maar toch herroepen burgemeester en wethouders naar aanleiding van het door het bedrijf gemaakte bezwaar de opgelegde last onder dwangsom op grond van een exceptieve toetsing van de Nota aan artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit. Dit artikel vormt de grondslag voor de normen in de Nota bodembeheer en bepaalt dat de gemeenteraad eigen maximale waarden mag vaststellen voor bodemvreemd materiaal en asbest en hierbij mag afwijken van de krachtens artikel 34 van het Besluit bodemkwaliteit gestelde normen. Volgens burgemeester en wethouders moeten de in de Nota bodembeheer vastgelegde normen buiten toepassing worden gelaten, omdat de toepassing ervan in strijd met artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit afhankelijk is gesteld van het criterium dat de functie van de bodem het gebruik van bodemvreemd materiaal moet kunnen verdragen. De Nota kan daarom geen basis bieden voor handhaving.

De ontwikkelaar van de woningbouwlocatie, de opdrachtgever van het bedrijf, komt hiertegen op en betoogt dat alleen de rechter exceptief mag toetsen. De ABRvS denkt hier anders over (ECLI:NL:RVS:2021:590). Onder verwijzing naar de rechtspraak over exceptieve toetsing van bestemmingsplanregels en de conclusie van A-G Widddershoven over exceptieve toetsing (ECLI:NL:RVS:2017:3557) concludeert de ABRvS dat burgemeester en wethouders bevoegd zijn exceptief te toetsen en de betrokken normen buiten toepassing te laten. De ABRvS is het bovendien eens met burgemeester en wethouders dat artikel 44 geen grondslag biedt voor andere normen dan maximale waarden. Zij hebben daarom terecht de last onder dwangsom herroepen. Tot slot, anders dan de ontwikkelaar bepleitte kan handhaving in dit geval ook niet worden gebaseerd op artikel 1.1a van de Wet milieubeheer (de zorgplichtbepaling) of artikel 7.22 van het Bouwbesluit 2012.

Artikel delen