Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

Wijzigingen Warmtewet per 1 juli 2019: wat verandert er precies voor u?

"Op 15 april 2019 schreef Jillian van der Giessen al een blog 1) over de op handen zijnde wijzigingen van de Warmtewet die gefaseerd per 1 juli 2019, 1 januari 2020 en een nog nader te bepalen datum in zullen gaan. Inmiddels komt 1 juli 2019 steeds dichterbij en zullen de eerste wijzigingen over minder dan een week in werking treden. Tijd voor een wat uitgebreidere toelichting. Wat verandert er precies voor u?"

26 juni 2019

Nieuws & Achtergrond

1)

https://www.omgevingsweb.nl/nieuws/de-nieuwe-wet-tot-wijziging-van-de-warmtewet-warm-bad-of-koude-douche

Woningcorporaties en VVEs vallen niet langer onder de Warmtewet

Warmteleveranciers die tevens vereniging van eigenaars zijn en verhuurders die warmte leveren aan hun huurders in het kader van de verhuur van woon- of bedrijfsruimte (waaronder woningcorporaties) vallen vanaf 1 juli 2019 niet langer onder de reikwijdte van de Warmtewet.

Door invoering van de Warmtewet werden woningcorporaties en vereniging van eigenaars in 2014 ook ineens warmteleveranciers. Dit leverde een hoop administratief werk op, omdat zij naast de bestaande huurovereenkomsten ook warmteleveringsovereenkomsten dienden te sluiten.

Bovendien werden woningcorporaties en VvEs in een lastige positie gebracht door de inwerkingtreding van de Warmtewet. Enerzijds dienden deze partijen wel netjes de facturen van hun energieleveranciers te betalen, terwijl zij anderzijds op grond van de Warmtewet niet meer dan het maximumtarief in rekening mochten brengen aan hun afnemers. Hierdoor kon de situatie ontstaan dat corporaties/VvEs niet alle werkelijk door hen gemaakte kosten konden doorberekenen aan hun afnemers, waardoor zij gedwongen werden verlieslatende exploitaties voor eigen rekening te nemen.

Gevolgen wijzigingen

Doordat deze partijen nu worden uitgezonderd van de werking van de Warmtewet is het niet meer nodig dat bijvoorbeeld woningcorporaties naast huurovereenkomst ook aparte warmteleveringsovereenkomst met hun huurders sluiten. De vraag is wel wat voor gevolgen de wijzigingen hebben voor reeds bestaande warmteleveringsovereenkomsten. In beginsel blijven die overeenkomsten voortbestaan, tenzij de overeenkomst kan worden opgezegd. Is er geen opzeggingsmogelijkheid in de warmteleveringsovereenkomst opgenomen, maar wilt u deze overeenkomst toch opzeggen? Dan dient u aan te kunnen voeren dat er een zwaarwichtige reden voor opzegging van de overeenkomst is.

Daarnaast vindt de warmtelevering door woningcorporaties en VvEs door de wijziging niet langer plaats op basis van de Warmtewet, maar op basis van het huurrechtelijke regime voor de servicekosten. De kosten voor warmtelevering zullen niet langer op grond van een warmteleveringsovereenkomst worden doorberekend, maar als onderdeel van de huurprijs in de huurovereenkomst zelf. Dit zal ook gevolgen hebben voor de afrekening servicekosten over 2019. Daarin zullen corporaties en VvEs vanaf nu de werkelijke verbruikskosten mogen doorberekenen. Ook als die hoger uit blijken te vallen dan de maximumtarieven uit de Warmtewet. Corporaties en VvEs zijn vanaf 1 juli 2019 namelijk niet langer gebonden aan de maximumtarieven van de ACM. Het staat hen vrij om alle daadwerkelijke kosten die in redelijk verband staan met de levering van warmte en/of koud aan hun afnemers door te berekenen.

Bescherming huurders uitgehold?

Ik hoor u denken: hoe zit het dan met de bescherming van de huurders die huren van dergelijke partijen? De wetgever en ook rechters zijn van mening dat de Warmtewet deze huurders niet meer bescherming bood dan de bescherming die zij al genoten op basis van de bestaande huurwetgeving. Kortom, deze wijziging van de Warmtewet zal er volgens hen niet toe leiden dat de bescherming van huurders op enigerlei wijze wordt uitgehold. Zij kunnen zich vanaf nu nog steeds beroepen op huur(prijs)wetgeving in plaats van de Warmtewet.

Maximumtarieven gelden naast warmte ook voor koude

Niet alleen voor de levering van warmte, maar ook voor de levering van lage-temperatuurwarmte (koude) die onlosmakelijk onderdeel is van de levering van warmte, zullen in de aangepaste Warmtewet maximumtarieven worden gehanteerd.

De Warmtewet was vooralsnog gericht op temperaturen die bij stadsverwarming voorkomen, namelijk water van zon 90 graden Celsius. De Warmtewet zag niet op lauw of koud water. Koud water wordt ofwel los geleverd, maar wordt ook steeds vaker geleverd als onderdeel van een Warmte Koude Opslag (WKO) systeem. Ook in dat geval zijn de afnemers gebonden aan een bepaalde leverancier, terwijl zij (voorheen) niet door de Warmtewet werden beschermd. In praktijk waren er daardoor grote verschillen tussen tarieven voor koude. Vanaf 1 juli 2019 is het leveranciers verboden hogere tarieven in rekening te brengen dan de door de ACM vastgestelde maximumtarieven voor koude. De bescherming van de Warmtewet wordt daarmee uitgebreid.

Storingscompensatie wijzigt

De verplichting tot het uitkeren van storingscompensatie door warmteleveranciers wordt gewijzigd en wel op de volgende punten:

  • De compensatieregeling verandert in die zin dat door het nieuwe artikel 3a lid 2 sub b van de Warmtewet wordt bepaald dat een leverancier jaarlijks één ernstige storing mag hebben zonder verplicht te zijn een compensatie uit te keren, mits die storing niet langer duurt dan 24 uur. Bij iedere volgende ernstige storing binnen een periode van 12 maanden daarna dient een leverancier wel compensatie te betalen.

  • Voorheen werd als ernstige storing aangemerkt een storing die langer duurde dan 4 uur. Die ondergrens is gewijzigd in minimaal 8 uur. Duurt een storing korter, dan kan op grond van de nieuwe Warmtewet niet van een ernstige storing worden gesproken waarvoor een verplichting tot compensatie bestaat. Voorheen was een leverancier een bedrag van 35 verschuldigd bij een storing van 4-8 uur. Nu is dat 35 voor iedere storing die 8-12 uur duurt. Voor ieder uur dat de storing langer duurt dan 12 uur blijft de compensatie ongewijzigd, namelijk 20 per uur (artikel 4 Warmteregeling).

  • Verder is in artikel 3a lid 2 sub a Warmtewet geregeld dat de leverancier geen compensatie hoeft uit te keren als de oorzaak van de storing niet gelegen is in het warmtenet van de warmteleverancier of de netbeheerder of het gevolg is van overmacht. Voorheen was een leverancier ook in die gevallen verplicht om tot compensatie over te gaan.

  • Velen vonden de storingscompensatie in de huidige Warmtewet veel te verstrekkend ten nadele van leveranciers. De nieuwe Warmtewet komt warmteleveranciers op dit punt dan ook tegemoet.

Bent u benieuwd naar alle wijzigingen van de Warmtewet? Raadpleeg dan de

gewijzigde tekst

van de (nieuwe) Warmtewet.

Artikel delen