Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

Wat kunnen de gemeente en de veiligheidsregio doen om de Corona-crisis beteugelen?

De uitbraak van het Corona-virus in Nederland verlangt van tal van Nederlandse overheidsinstanties dat zij actie ondernemen om een verdere verspreiding van het virus te voorkomen. Naarmate het virus meer om zich heen grijpt, komt de rol van de gemeenten en veiligheidsrisico´s scherper in beeld. Hun bestuursorganen beschikken over verschillende bevoegdheden om maatregelen te treffen. Omdat een situatie als de Corona-uitbraak in Nederland uitzonderlijk is, is dit geen alledaagse kost. In dit blogbericht zetten wij de bevoegdheden op een rijtje.

12 maart 2020

Nieuws-persbericht

Nieuws-persbericht

Wet publieke gezondheid

De bevoegdheden met betrekking tot de aanpak van een epidemie als Corona zijn geregeld in de Wet publieke gezondheid. In deze wet zijn ziekten ingedeeld in groepen A, B1, B2 en C. Corona is aangewezen als een infectieziekte behorend tot Groep A . Wat betekent dit voor de verdeling van de bevoegdheden?

  • Door de plaatsing op de A-lijst ligt de centrale regie bij de bestrijding van het virus bij de minister van Volksgezondheid. Maatregelen worden landelijk afgestemd.

  • Het college van B&W is verantwoordelijk voor de uitvoering van algemene infectieziektebestrijding (artikel 6). Dit houdt in dat het college algemene preventieve maatregelen moet nemen en bron- en contactonderzoek moet doen naar aanleiding van meldingen van een arts die het virus bij een patiënt heeft geconstateerd. Artsen zijn verplicht daarvan melding te maken bij de GGD.

  • Omdat Corona behoort tot Groep A is de voorzitter van de Veiligheidsregio leidend bij alle maatregelen gericht op het individu. De burgemeester is dat bij ziekten behorend tot groep B1, B2 en C. De voorzitter is verantwoordelijk voor de bestrijding van een epidemie als Corona, en voor de bestrijding zelf (artikel 6). Hij is bij uitsluiting bevoegd om toepassing te geven aan bepaalde, in de Wet publieke gezondheid genoemde bevoegdheden.

  • Dat de voorzitter van de Veiligheidsregio maatregelen kan nemen op grond van de Wet publieke gezondheid bij de bestrijding van Corona, laat onverlet dat de burgemeester in beginsel de beschikking houdt over de noodbevoegdheden op grond van de Gemeentewet. Gelet op de huidige ontwikkelingen is het niet ondenkbaar dat hij die op enig moment zal moeten aanwenden.

Bevoegdheden van de voorzitter van de Veiligheidsregio

De voorzitter van de Veiligheidsregio ontleent aan de Wet publieke gezondheid verschillende bevoegdheden. Zo kan hij, na advies bij de GGD te hebben ingewonnen (artikel 18):

  • de behandelend arts van een persoon die gevaar oplevert voor de overbrenging van de ziekte gelasten om gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn om de aard en de omvang van het gevaar van verspreiding van de infectieziekte vast te stellen (artikel 30);

  • een persoon onverwijld ter isolatie laten opnemen in een ziekenhuis (artikel 31-34);

  • de ter isolatie opgenomen persoon door een arts laten onderzoeken (artikel 31 lid 3). Als het gaat om onderzoek in het lichaam is een rechterlijke machtiging nodig (artikel 31 lid 4);

  • personen zo nodig in quarantaine plaatsen (artikelen 35-39);

  • een verbod opleggen aan een persoon die gevaar oplevert voor de verspreiding van Corona om beroeps- of bedrijfsmatig werkzaamheden te verrichten, die een ernstig risico inhouden voor de verspreiding van de ziekte (artikel 38);

  • terreinen, gebouwen, vervoermiddelen of goederen controleren op de aanwezigheid van een besmetting, deze zo nodig laten ontsmetten, terreinen en gebouwen sluiten en een verbod opleggen om een bepaald vervoersmiddel te gebruiken (artikel 47);

  • maatregelen treffen gericht op het gebruik van vliegtuigen en schepen (artikel 53);

  • aan haven- en luchthavenexploitanten opdragen reizigers voor te lichten ter voorkoming van besmetting, medewerking te verlenen maatregelen van onderzoek van vertrekkende of aankomende reizigers naar de aanwezigheid het virus, voorschriften van technisch-hygiënische aard uit te voeren om besmetting te voorkomen, of daartoe gebouwen of terreinen te sluiten (artikel 54);

  • min of meer vergelijkbare opdrachten geven aan de vervoersexploitanten (artikel 55).

Door: Anita van den Berg en Jan van der Grinten

Artikel delen