Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

Van Wro naar Omgevingswet: het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte

In aanloop naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet in (naar verwachting) 2021 is in de Crisis- en herstelwet de mogelijkheid opgenomen voor gemeenten om te experimenteren met het zogenoemde ‘bestemmingsplan met verbrede reikwijdte’. Gemeenten die zich hebben aangemeld voor dit experiment kunnen (tijdelijk) op onderdelen afwijken van wet- en regelgeving waardoor alvast kan worden geanticipeerd op de mogelijkheden die de Omgevingswet zal gaan bieden. In dit artikel wordt een aantal van belang zijnde onderdelen besproken.

19 februari 2018

In artikel 2.4 van de Crisis- en herstelwet (hierna: Chw) is bij wijze van experiment de mogelijkheid opgenomen om voor innovatieve projecten van de aangewezen wet- en regelgeving af te wijken middels een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte, indien het project bijdraagt aan innovatieve ontwikkelingen en voldoende aannemelijk is dat uitvoering ervan bijdraagt aan het bestrijden van de economische crisis en aan de duurzaamheid. De uitwerking van deze mogelijkheid is opgenomen in artikel 7c van het Besluit uitvoering Chw. In dit artikel zijn de desbetreffende gemeentelijke projecten aangewezen en staan wettelijke bepalingen waarvan kan worden afgeweken vermeld evenals de voorwaarden en tijdsduur voor het experiment. Inmiddels zijn zon 70 projecten in verschillende gemeenten aangewezen, en worden er nog steeds projecten aangemeld. Voor de aangemelde projecten is het mogelijk om (voor delen van het project) zon bestemmingsplan met verbrede reikwijdte vast te stellen.

Fysieke leefomgeving

Een belangrijke verschuiving van het huidige artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) naar artikel 4.1 van de Omgevingswet is dat niet slechts regels mogen worden gesteld in het kader van een goede ruimtelijke ordening, maar dat regels betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Duurzaamheidsvereisten (denk bijvoorbeeld aan gasvrije woningen, het verplichten van groene daken of zonnepanelen en het gebruik van duurzame bouwmaterialen), maar ook veiligheidsvoorschriften en stedenbouwkundige waarden, kunnen hiermee worden geregeld in een omgevingsplan. Van belang is op te merken dat regels alleen kunnen worden gesteld indien het onderwerp niet exclusief en uitputtend is geregeld op rijks- of provinciaal niveau.

Vooruitlopend op het omgevingsplan kan een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte aldus regels bevatten die zien op de fysieke leefomgeving. Het begrip fysieke leefomgeving is ruimer dan een goede ruimtelijke ordening. Hoe ver het begrip reikt is voor discussie vatbaar, en zal naar verwachting interessante jurisprudentie opleveren.

Verordeningen

Daar waar verschillende onderwerpen die zien op de fysieke leefomgeving nu in verordeningen worden geregeld (kapverordening, onderdelen van de Algemene plaatselijke verordening, standplaatsverordening, de verordening op het binnenwater) is het onder de Omgevingswet mogelijk, en voor sommige verordeningen zelfs verplicht, om deze te integreren in een omgevingsplan. Voor een ieder moet het daarmee overzichtelijker worden wat wel en niet mag op een perceel, in plaats van te moeten zoeken in versnipperde wet- en regelgeving. Ook zal de integratie van verordeningen in een omgevingsplan er naar verwachting voor zorgen dat regelgeving beter op elkaar is afgestemd.

Anticiperend op de Omgevingswet, biedt het experiment op grond van de Chw deze mogelijkheid voor bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte. Het integreren van verordeningen in een bestemmingsplan zal echter ook wat van de gemeentelijke praktijk vergen. Afdelingen die nu los van elkaar opereren, zullen elkaar (in de gedachte van de Omgevingswet) moeten opzoeken.

Uitvoerbaarheid

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) moet de toelichting bij een bestemmingsplan inzicht geven in de maatschappelijke en financieel-economische uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. De Wro kent een planperiode voor een bestemmingplan van tien jaar. Aangetoond moet worden dat de ontwikkeling binnen deze planperiode zal plaatsvinden, maar ook dat de kosten voor uitvoering van het plan (zoals ook eventuele grondverwerving of planschade) zijn gedekt.

Het experiment op grond van de Chw biedt de mogelijkheid om een bestemmingsplan voor een planperiode van 20 jaar vast te stellen. Dit is een tussenstap naar het omgevingsplan dat in beginsel

geen

planperiode kent. Het is de bedoeling dat het omgevingsplan in beweging is en naar gelang de behoefte op onderdelen wordt gewijzigd (de zogenoemde verschuiving van toelatings- naar uitnodigingsplanologie). De looptijd van 20 jaar voor het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte maakt het gemakkelijker om de financieel-economische uitvoerbaarheid te onderbouwen en te onderbouwen dat een ontwikkeling binnen de planperiode zal plaatsvinden.

Voorgaande wil geenszins zeggen dat een onderbouwing van de (haalbaarheid) van de gemaakte keuzes in zijn geheel geen onderbouwing meer behoeft. In het kader van een zorgvuldige voorbereiding en motivering van een besluit zal dit een rol blijven spelen.

Hanteren van (internet)standaarden

Huidige bestemmingsplannen dienen opgesteld te worden conform de zogenoemde SVBP2012 (Standaard vergelijkbare bestemmingsplannen). In deze standaard zijn begripsbepalingen en indelingen opgenomen die voor bestemmingsplannen gehanteerd dienen te worden. De (ontwerp)bestemmingsplannen zijn te raadplegen op de website

www.ruimtelijkeplannen.nl

. Aangezien de SVBP2012 is opgesteld voor bestemmingsplannen die voorzien in een goede ruimtelijke ordening, kan dit beperkend werken voor bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte die zien op de fysieke leefomgeving.

Voor bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte geldt het verplichte gebruik van de SVBP2012 en de publicatie op

www.ruimtelijkeplannen.nl

dan ook niet. Er mogen afwijkende begrippen en indelingen worden gehanteerd en publicatie op

www.ruimtelijkeplannen.nl

is niet verplicht. Bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte moeten wel op een algemeen toegankelijke wijze beschikbaar worden gesteld op een door de gemeenteraad te bepalen internetadres.

Op de website

www.ruimtelijkeplannen.nl

zal bovendien een link geplaatst moeten worden naar de website waarop het bestemmingsplan is te raadplegen.

Delegatie naar burgemeester en wethouders

De Wro biedt de mogelijkheid om in bestemmingsplannen een uitwerkingsplicht of wijzigingsbevoegdheid voor het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) op te nemen. Een uitwerkingsplicht is een plicht voor college om voor de aangewezen gronden binnen de planperiode van het bestemmingsplan een uitwerkingsplan vast te stellen. De wijzigingsbevoegdheid, het woord zegt het al, is een bevoegdheid van college om het plan op de aangewezen onderdelen te wijzigen.

Op grond van de Chw is het voor de gemeenteraad mogelijk om het wijzigen van delen van een bestemmingsplan te delegeren aan college. Een belangrijk verschil met de Wro is dat het delegatiebesluit ook ná vaststelling van het bestemmingsplan kan worden genomen. Een ander verschil is dat niet een uitwerkings- of wijzigingsplan wordt vastgesteld maar dat college het bestemmingsplan rechtstreeks wijzigt (zoals ook zal gebeuren met wijzigingen van het omgevingsplan). Het delegatiebesluit kan betrekking hebben op een bepaald thema (milieu, monumenten) maar ook op bepaalde geografische delen van het plangebied. Vooral bij transformatiegebieden waarbij woningbouw alleen gerealiseerd kan worden ingeval de bedrijvigheid verdwijnt, kan een bevoegdheid voor college tot het wijzigen van het plan uitkomst bieden. Het delegatiebesluit mag niet inhouden dat college de bevoegdheid krijgt om het bestemmingsplan integraal te wijzigen.

Het is afwachten hoe en op welke onderdelen de aangemelde projecten gebruik maken van de mogelijkheden die het experiment op grond van de Chw biedt. Het is in ieder geval aan te moedigen dat wordt geëxperimenteerd met deze mogelijkheden. Dit brengt de praktijk weer een stapje dichterbij de implementatie van de Omgevingswet.

Artikel delen