nieuws

Plangever moet zijn werkvoorbereider serieus nemen

01-12-2016

De grenzen aan de vrijheid van de raad om op voorstel van het college een bestemmingsplan vast te stellen

Het bestemmingsplan is het belangrijkste juridische instrument voor de ruimtelijke ordening. Niet alleen geldt het als normstellend kader voor de verlening van omgevingsvergunningen voor activiteiten in de fysieke leefomgeving, het biedt ook een rechtstreekse grondsiag voor handhavend optreden tegen activiteiten die niet in overeenstemming zijn met de bijhorende regels. De vaststelling van een bestemmingsplan is een bevoegdheid van de gemeenteraad. De voorbereiding hiervan gebeurt doorgaans door het college van burgemeester en wethouders. Daarbij kleurt her college de inhoud van het bestemmingsplan at veelvuldig in. Via het sluiten van privaatrechtelijke overeenkomsten bindt het college de gemeente van tevoren ook nogal eens aan ruimtelijke ontwikkelingen waarover de raad zich nog geen oordeel heeft gevormd. Uiteindelijk is het dan aan de raad om at dan niet een daarmee overeenstemmend bestemmingsplan vast te stellen. Een aantal recente uitsprakeri van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) laat zien dat de zelfstandigheid van de gemeenteraad niet zo ver strekt dat hij het voorbereidende werk van het dagelijks bestuur in de ruimtelijke sfeer simpelweg kan negeren door de door het college beoogde ontwikkeling zonder meer te belemmeren of moties en amendementen aan te nemen die een geheel andere invulling moeten bewerkstelligen. Aan de voorbereiding moet door de raad namelijk voldoende betekenis worden toegekend.

U kunt hier het gehele artikel* lezen.

*Dit artikel komt oorspronkelijk uit Gemeentestem 2016/134 - Afl. 7445 (oktober 2016) en is geschreven door Mr. drs. H. Doornhof, mr. R.Janssen en mr. H.M.M. Moesker

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws. Word lid van onze gratis nieuwsbrief!

Schrijf je in