Met deze brief informeer ik uw Kamer over de stand van zaken van activiteiten die in het kader van brandveiligheid hebben plaatsgevonden of worden verricht (zie bijlage). Tevens geef ik aan welke aanvullende mogelijkheden er gezien deze lopende activiteiten nog zijn om het niveau van brandveiligheid in Nederland verder te verhogen. Hiermee geef ik invulling aan de door mij gedane toezegging aan uw Kamer tijdens het Algemeen Overleg Nationale Veiligheid van 12 december 2012. 1) Deze brief is tevens een vervolg op mijn eerdere reactie van 23 november 20122 aan uw Kamer op de motie-Slob.

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG
Datum 22 juli 2013
Onderwerp Brandveiligheid rapportage en verbetermaatregelen
Met deze brief informeer ik uw Kamer over de stand van zaken van activiteiten die in het kader van brandveiligheid hebben plaatsgevonden of worden verricht (
zie bijlage
). Tevens geef ik aan welke aanvullende mogelijkheden er gezien deze lopende activiteiten nog zijn om het niveau van brandveiligheid in Nederland verder te verhogen. Hiermee geef ik invulling aan de door mij gedane toezegging aan uw Kamer tijdens het Algemeen Overleg Nationale Veiligheid van 12 december 2012.
1)
Deze brief is tevens een vervolg op mijn eerdere reactie van 23 november 2012
2)
aan uw Kamer op de motie-Slob.
Inleiding
De verantwoordelijkheid voor het voorkomen en beperken van de gevolgen van brand is een gedeelde verantwoordelijkheid. Burgers, bedrijven en instellingen moeten zelf de noodzakelijke maatregelen nemen om zichzelf en anderen te beschermen tegen (de gevolgen van) brand: zij zijn hiervoor primair verantwoordelijk. De overheid bepaalt de kaders (in de vorm van wet- en regelgeving), ondersteunt waar mogelijk de juiste toepassing en ziet toe op de naleving. Het kabinet blijft zich onverminderd sterk maken voor het verhogen van het brandveiligheidsbewustzijn en het stimuleren van de daarvoor benodigde gedragsverandering. Ik vind het van belang dat er samenhang is tussen de diverse deelterreinen. Ik zie het als mijn taak om deze samenhang structureel te monitoren zonder afbreuk te doen aan deze individuele verantwoordelijkheden. In deze brief concentreer ik mij op de elementen die domein overstijgend zijn zoals bewustwording door middel van voorlichting en kennisuitwisseling.
Belangrijke partners op het terrein van brandveiligheid zijn het Veiligheidsberaad, provincies, gemeenten, Brandweer Nederland, de Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers (VBV), VNO NCW MKB-Nederland, het Verbond van Verzekeraars en het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV). Nederland is internationaal een van de koplopers in brandveiligheid. Dit betekent niet dat wij op onze lauweren kunnen rusten. Gezamenlijk blijven we ons inzetten om deze positie te behouden en te versterken. Ik ben ervan overtuigd dat het aangaan en onderhouden van samenwerkingsverbanden en het delen en uitwisselen van kennis, bijdraagt aan het gezamenlijk doel om continu te blijven werken aan de brandveiligheid in Nederland.
Door het huidige economisch klimaat worden velen van ons geconfronteerd met krapper wordende budgetten waardoor keuzes dienen te worden gemaakt. Dit vraagt van alle betrokkenen inspanningen om de aandacht voor het thema brandveiligheid, en brandpreventie als onderdeel hiervan, te behouden door bestaande samenwerkingsverbanden te intensiveren, synergie te bewerkstelligen en gebruik te maken van innovatieve verbetermogelijkheden.
Het door het kabinet gevoerde brandveiligheidsbeleid is gebaseerd op de gezamenlijk door de overheid, kenniscentra en beroepsgroepen tijdens het Actieprogramma Brandveiligheid
3)
ontwikkelde Visie op brandveiligheid. Hierin wordt beargumenteerd dat een verbetering van brandveiligheid moet worden gezocht in het verhogen van het (brand)veiligheidsbewustzijn, het verder toepassen van een meer integrale risicobenadering en een eenduidige verantwoordelijkheidsverdeling en niet in meer regels en strengere handhaving. De in 2010 gepresenteerde koers De Brandweer over morgen van Brandweer Nederland sluit hier nauw op aan.
Afgeronde en lopende activiteiten
Zoals ik hiervoor aangaf werken veel partijen samen aan de brandveiligheid in ons land. Gezien de veelheid aan activiteiten vanuit een breed spectrum is er voor gekozen om te concentreren op de stand van zaken van activiteiten waar uw Kamer reeds eerder over is geïnformeerd en enkele activiteiten die (in)direct voortvloeien uit de Visie op brandveiligheid. Waar nodig wordt uw Kamer over andere relevante onderwerpen op de hoogte gehouden door de verantwoordelijke vakministers. Zoals onder andere de minister voor Wonen en Rijksdienst (WenR) in relatie tot de brandveiligheidseisen in de bouwregelgeving, de staatssecretaris van Economische Zaken (EZ) bij brandveiligheid in dierstallen en natuurbrandpreventie en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) bij brandveiligheid in zorginstellingen en op het terrein van productveiligheid.
In de bijlage beschrijf ik enkele activiteiten die betrekking hebben op:
Actieprogramma Brandveiligheid: is gestoeld op de hiervoor beschreven Visie op brandveiligheid. Kernpunten van deze Visie zijn de risicobenadering, een duidelijke verantwoordelijkheidsverdeling tussen overheid, burgers en bedrijven, de doelgroepenbenadering en doelkwantificering.
Brandveiligheid in andere beleidsdomeinen: in de bouw, het gevangeniswezen, politiecellen, dierstallen, natuurgebieden en de zorg worden activiteiten verricht om de brandveiligheid te verbeteren.
Doelgroep specifieke voorlichting en communicatie: activiteiten zoals voorlichtingscampagnes gericht op specifieke doelgroepen dragen bij aan het verhogen van het brandveiligheidsbewustzijn en het stimuleren van de hiervoor benodigde gedragsverandering. Daarnaast wordt doelgroepgerichte communicatie toegepast via websites of op congressen.
Ruimte voor verbetering
Uit de bijlage kunt u afleiden dat een groot aantal betrokken partijen in het kader van brandveiligheid al veel activiteiten verricht. In overleg met deze partijen heb ik geconcludeerd dat aanvullende maatregelen genomen kunnen worden om het niveau van brandveiligheid verder te versterken. Dit betreft de volgende drie aanvullende maatregelen:
1. Kennisuitwisseling
Het aangaan en onderhouden van samenwerkingsverbanden en het delen en uitwisselen van kennis draagt bij aan het gezamenlijk doel om de brandveiligheid in Nederland verder te bevorderen. Op dit moment ontbreekt het aan een structureel platform waarin de bij brandveiligheid betrokken partijen kennis kunnen delen. Vanuit mijn coördinerende rol voor brandveiligheid zal ik, om deze samenwerkingsverbanden te bestendigen en te intensiveren, twee maal per jaar een platform Brandveiligheid op mijn ministerie organiseren met alle voor brandveiligheid relevante partijen.
2. Brandonderzoek
Het tijdig en accuraat kunnen werken op de plaats van de brand, is cruciaal voor het verkrijgen van betrouwbare en volledige onderzoeksgegevens. Ik heb geconstateerd dat het in Nederland zowel ontbreekt aan eenduidige afspraken over de aanwezigheid en de bevoegdheden van de brandonderzoekers in het geval er sprake is van forensisch politieonderzoek als aan eenduidige richtlijnen over het verzamelen, uitwisselen en aggregeren van onderzoeksgegevens en privacygevoelige gegevens. In het Verenigd Koninkrijk werken forensisch politieonderzoekers en brandonderzoekers in soortgelijke gevallen samen conform een overeenkomst waarin afspraken over de wijze van samenwerking zijn vastgelegd. In overleg met het Openbaar Ministerie, de Nationale Politie en Brandweer Nederland zal deze best practice in Nederland verder worden ontwikkeld.
Een aansprekend voorbeeld van de mogelijkheden van dergelijke gecombineerde teams van brandweer en politie kennen wij in Nederland rondom het team Natuurbrandonderzoek. Gezamenlijk opgeleide forensisch onderzoekers van de politie en brandonderzoekers van Brandweer Nederland werken als een team samen bij het onderzoek naar sporen en oorzaken bij een natuurbrand. Deze opleiding is een samenwerkingsverband tussen het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), het IFV en de Politieacademie. Onder de regie van het NFI wordt in samenwerking met het IFV en vertegenwoordigers vanuit Frankrijk, Zweden en Groot-Brittannië gewerkt aan een voorstel om te komen tot een Europese standaard voor natuurbrandonderzoek.
3. Brandveiligheid in woningen; nader onderzoek WODC
Jaarlijks komen de meeste dodelijke slachtoffers van brand om bij woningbranden. Onderzoek
4)
hiernaar toont aan dat in slaap vallen tijdens het roken, kortsluiting en koken de drie belangrijkste oorzaken te zijn van fatale woningbranden (branden in woningen waarbij één of meerdere dodelijke slachtoffers vallen). Ik zet mij in om het aantal slachtoffers van fatale woningbranden terug te dringen. Het ontbreekt momenteel aan een goed en volledig beeld van alle maatregelen die in dit kader kunnen worden genomen. Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), het onafhankelijke onderzoeksinstituut van mijn ministerie, is daarom een onderzoek gestart naar brandveiligheid in woningen en eventuele verbetermogelijkheden. Het ministerie van VWS is hier nauw bij betrokken. Dit onderzoek, een maatschappelijke kosten-batenanalyse, wordt begin 2014 afgerond.
Concluderend
In deze brief met bijlage heb ik het brede spectrum van brandveiligheidsbeleid geschetst. Veel partijen in veel verschillende domeinen dragen met behulp van veel instrumenten bij aan het Nederlandse brandveiligheidsbeleid. We doen in Nederland al heel veel en de ruimte die er is voor verbetering benutten wij met elkaar. Dit moet echter geen eenmalige actie zijn; het is van essentieel belang dat we continu alert zijn op mogelijkheden voor het behouden van het niveau van (brand)veiligheid en het verder behalen van veiligheidswinst.
De Minister van Veiligheid en Justitie,
I.W. Opstelten
#
1)
Tweede Kamer, vergaderjaar 2012-2013, 26 956, nr. 146
#
2)
Tweede Kamer, vergaderjaar 2012-2013, 29 517, nr. 66
#
3)
Tweede Kamer, vergaderjaar 2008-2009, 26 956, nr. 66
#
4)
Tweede Kamer, vergaderjaar 2011-2012, 29 517, nr. 62
Download hier Brandveiligheid rapportage en verbetermaatregelen