Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

Ook minder traditionele woonvormen toegestaan binnen de woonbestemming?

Wanneer is er sprake van “wonen” in de zin van het bestemmingsplan? Valt kamerverhuur voor studenten of de huisvesting van Poolse werknemers bijvoorbeeld binnen de woonbestemming? En is het toegestaan om op een perceel met de bestemming “Wonen” een Thomashuis (woonvorm voor volwassenen met een verstandelijke beperking) te vestigen?

29 april 2020

Artikelen

Artikelen

Wat staat er in het bestemmingsplan?

Het antwoord op deze vragen hangt in eerste instantie af van er in het bestemmingsplan is opgenomen over het begrip “wonen”. Uit het bestemmingsplan kan volgen dat bepaalde minder traditionele woonvormen, zoals kamerverhuur of studentenhuisvesting binnen de bestemming “”wonen” zijn toegestaan. In veel bestemmingsplannen is geen definitie van het begrip “wonen” opgenomen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, hierna te noemen “de Afdeling”, heeft in verschillende uitspraken bepaald dat op het moment dat een bestemmingsplan geen definitie van het begrip “wonen” bevat, het begrip “wonen” dient te worden uitgelegd aan de hand van het algemene spraakgebruik. In het algemene spraakgebruik dienen onder “wonen” diverse uiteenlopende vormen van huisvesting te worden begrepen. Die woonvormen zijn, als in het bestemmingsplan geen definitie is opgenomen die het wonen beperkt, gewoon toegestaan. Het begrip “wonen” moet dus heel ruim uitgelegd worden op het moment dat het bestemmingsplan hier geen definitie van geeft.

Verwijzing naar huishouden

In de meeste bestemmingsplannen geldt er dus nauwelijks een beperking aan het gebruik voor wonen. In sommige gevallen is echter wél een definitie in het bestemmingsplan opgenomen. Meestal bevat die de verplichting om de woning met één huishouden te bewonen. In dat geval moet het begrip “één huishouden” verder worden bepaald. Voorwaarden die de Afdeling hierbij hanteert zijn de mate van verbondenheid tussen de bewoners en de mate van continuïteit in de samenstelling. Met andere woorden: Is er sprake van een woonvorm die gelijk te stellen is met een traditioneel huishouden?

Uitspraak seizoenarbeiders

In een uitspraak van de rechtbank Middelburg uit 2010 werd de huisvesting van seizoenarbeiders in strijd met de woonbestemming geacht. De rechtbank overwoog dat er geen sprake was van enige continuïteit in de samenstelling van het huishouden, op grond van het feit dat de personen als seizoenarbeiders slechts zeer tijdelijk in het pand waren gehuisvest. Daarnaast was er geen sprake van een zodanige onderlinge verbondenheid, omdat de arbeiders hun hoofdverblijf in land van herkomst hadden. De omstandigheden dat de seizoenarbeiders hetzelfde werk verrichten, gezamenlijk de huishouding deden en de zorg voor hun onderkomen deelden waren onvoldoende om van een huishouden te kunnen spreken. Hierdoor was de bewoning in strijd met het bestemmingsplan.

Uitspraak Thomashuis

Indien het gaat om een vorm van begeleid wonen, wordt daarnaast ook getoetst of er sprake is van nagenoeg zelfstandige bewoning. Hierbij verwijzen wij bijvoorbeeld naar een uitspraak van de Afdeling uit 2014. Het ging in deze zaak om een ondernemersechtpaar dat had besloten om op hun perceel een Thomashuis te vestigen en hiervoor een deel van de op het perceel aanwezige boerderij te verbouwen. De bedoeling was dat zich in de verbouwde boerderij acht verstandelijk beperkte bewoners en het ondernemersechtpaar zouden vestigen. Hierbij zouden de bewoners enerzijds gebruik kunnen maken van gemeenschappelijke voorzieningen, zoals een keuken en een woonkamer, maar anderzijds ook gebruik kunnen maken van eigen voorzieningen, zoals een zit- en slaapkamer. Voor wat betreft de verdeling van de huishouding was het plan dat de huishoudelijke taken verdeeld zouden worden en er daarnaast gezamenlijk gegeten zou worden. Verder was de bedoeling dat alle bewoners een eigen dagbesteding, waaronder een baan en hobby’s zouden hebben, en er geen sprake zou zijn van permanente begeleiding of therapeutische behandeling. Hiermee was volgens de Afdeling voldoende aangetoond dat sprake zou zijn van nagenoeg zelfstandige bewoning, maar daarnaast ook een zekere mate van verbondenheid.

Paraplubestemmingsplan Wonen

Gemeenten hebben gemerkt dat zij, door deze uitleg van het begrip wonen, niet handhavend kunnen optreden tegen afwijkende woonvormen, zoals kamerbewoning. Soms willen gemeenten daar juist wel tegen op kunnen treden. Verschillende gemeenten zijn er dan ook recent toe overgegaan om een paraplubestemmingsplan Wonen op te stellen. Dat bepaalt dan alsnog voor alle woningen in de kernen dat wonen alleen is toegestaan met één huishouden. Hierdoor wordt kamerverhuur bijvoorbeeld alsnog strijdig met het bestemmingsplan.

Conclusie

Of een minder traditionele woonvorm al dan niet is toegestaan binnen een woonbestemming, hangt in eerste instantie dus af van wat het bestemmingsplan hierover vermeldt. Als in het bestemmingsplan geen definitie van het begrip “wonen” is opgenomen, zijn meerdere woonvormen toegestaan. Als verwezen wordt naar bewoning door één huishouden, dient getoetst te worden aan de voorwaarden uit de jurisprudentie. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de mate van verbondenheid tussen de bewoners, de mate van continuïteit in de samenstelling, en de vraag of sprake is van nagenoeg zelfstandige bewoning.

Artikel delen