nieuws

Nieuwe Ladder voor bestemmingsplannen vanaf 12 mei 2017 toepasbaar in lopende zaken

16-05-2017

Op 1 juli 2017 treedt de nieuwe Ladder in werking, na 3 turbulente jaren van veel rechtspraak.

Een snelle search komt op 290 hits in uitspraken van de Raad van State sinds de inwerkingtreding op 1 juli 2014. De stortvloed van zaken waarin op de Ladder een beroep werd gedaan zorgde al eerder voor een jurisprudentiële inperking daarvan met betrekking tot concurrenten. Ook ten aanzien van vele andere aspecten is rechtspraak nodig geweest om de in de wettekst gebruikte bewoordingen te verklaren. Door publicatie op 12 mei 2017 in het Staatsblad weten we nu zeker dat vanaf 12 mei 2017 ook in lopende zaken reeds een beroep kan worden gedaan op het nieuwe recht. In de Nota van Toelichting is immers vermeld dat bij vernietiging van een ruimtelijk besluit vanwege bijvoorbeeld strijd met het motiveringsbeginsel de rechtsgevolgen van dat besluit in stand kunnen worden gelaten, als de rechter van mening is dat de onveranderde vaststelling van het ruimtelijk besluit onder het nieuwe recht wel zou voldoen aan het motiveringsvereiste.

Vanaf 1 juli 2014 gold de verplichting om in de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt te beschrijven dat (a) de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte; (b) indien blijkt dat sprake is van een actuele regionale behoefte, ook wordt beschreven in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins, en (c) indien uit de beschrijving, blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan plaatsvinden, wordt beschreven in hoeverre wordt voorzien in die behoefte op locaties die, gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld. Dit was een toepassing van de wel bekende SER-Ladder. Het gaat hierbij om zorgvuldig ruimtegebruik en om de juiste functie op de juiste plek.

In de nieuwe wettekst wordt losgelaten dat moet worden gemotiveerd dat sprake is van een actuele regionale behoefte. Alleen al over de vraag wat de regio is kon uren worden gesteggeld, zowel in als buiten de rechtszaal. Evenzo worden de treden minder scherp aangezet. Thans wordt slechts vereist dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling bevat, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit kan naar achteren worden geschoven indien sprake is van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsverplichting.

Uitgangspunt is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van overprogrammering en de negatieve ruimtelijke gevolgen van leegstand. Wel wordt verwacht dat de behoefte wordt onderbouwd en afgewogen op het niveau van het verzorgingsgebied van de ontwikkeling. Dit betekent volgens de Nota van Toelichting dat de aard en omvang van de ontwikkeling bepalend zijn voor de reikwijdte van de beschrijving van en het overleg over de behoefte. Vanuit die optiek zal dus de discussie binnen welke gebied de effecten zich voordoen niet verdwijnen. Alleen het kader waarbinnen de discussie gevoerd moet worden, is minder dwingend in woorden vervat. Duidelijk is wel dat niet elke ruimtebehoefte een «regionale» behoefte is, die in regionaal verband moet worden afgestemd, in de zin van boven- of intergemeentelijke afstemming. Bij bepaalde ontwikkelingen is bovengemeentelijke afstemming niet aan de orde. Dat kan het geval zijn wanneer een stedelijke ontwikkeling uitsluitend lokale ruimtelijke gevolgen heeft. Kortom, wel een minder dwingend keurslijf maar nog steeds een onderzoeksverplichting naar de effecten.

We zijn daarbij in wezen terug bij de situatie zoals die was in 2014, zij het dat de tussengelegen jaren ons denken wel heeft beïnvloed. Dus in zoverre, zal die rechtspraak toch nog richtinggevend kunnen zijn voor de toepassing van de nieuwe Ladder. Dat geldt in ieder geval met betrekking tot het begrip bestaand stedelijk gebied of wat een nieuwe stedelijke ontwikkeling is. Verder zal een verduidelijkingsslag worden gemaakt in de nieuwe Handreiking. Nu maar hopen dat die Handreiking voldoende ruimte laat en in zichzelf niet weer een knellend kader wordt. Het zou aanbevelingswaardig zijn daar goed op te letten bij de duiding van de verschillende onderwerpen.

Meer van Omgevingsweb