nieuws

Moeten gemeenten bouwrechten gaan tenderen?

26-02-2018

Een vergunning van de overheid kan een schaars "product" zijn. Zo hebben gemeenten maar een aantal vergunningen voor marktstaanplaatsen of speelautomatenhallen beschikbaar.

Sinds enige tijd staat vast dat voor het verlenen daarvan een transparante procedure moet worden gevolgd waarbij potentiële gegadigden gelijke kansen krijgen om mee te dingen naar de betreffende vergunning (ABRvS 2 november 2016). Maar hoe zit het met bouw- en gebruiksmogelijkheden in een bestemmingsplan? Denk aan lokale discussies over de vraag of er genoeg behoefte is aan een nieuwe supermarkt. Feitelijk wordt er soms met een plafond aan vierkante meters "food" gewerkt. Moeten binnen een gemeente toegestane vierkante meters supermarkt daarom nu niet getenderd gaan worden?

Verzoek om een conclusie van staatsraad A-G

Over schaarse publieke rechten bij ruimtelijke besluiten zal binnenkort meer duidelijkheid komen. Recentelijk heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hierover namelijk een conclusie gevraagd aan staatsraad advocaat-generaal Widdershoven. De vraag is of bij een ruimtelijk plan of omgevingsvergunning ook schaarse publieke rechten worden verdeeld, waardoor de vereisten die gelden bij het uitgeven van schaarse vergunningen, ook bij het nemen van ruimtelijke besluiten in acht moeten worden genomen.

Aanleiding is een zaak over een inpassingsplan voor de bouw van 91 nieuwe windturbines en tevens de sanering van 221 bestaande windturbines in het zuidelijk deel van Flevoland. Windpark Zeewolde B.V. mag als enige initiatiefnemer dit project uitvoeren. Eigenaren van omliggende percelen en eigenaren van bestaande windturbines zijn echter van mening dat de procedure niet transparant is verlopen en dat een openbare aanbestedingsprocedure plaats had moeten vinden, zodat zij zelf in aanmerking hadden kunnen komen om het project (gedeeltelijk) uit te voeren. De voorzitter van de Afdeling wil daarom weten of bij het inpassingsplan ook schaarse publieke rechten zijn verdeeld.

Omgevingsvergunning voor speelautomatenhal

In dit verband wijs ik op een uitspraak van 27 september 2017 over een omgevingsvergunning voor met het bestemmingsplan strijdig gebruik alsmede een exploitatievergunning voor een speelautomatenhal. Een concurrente werd deze vergunningen juist geweigerd. Op grond van de APV mocht de burgemeester slechts één exploitatievergunning verlenen voor een speelautomatenhal in de gemeente. Bovendien kon het college slechts (op grond van het bestemmingsplan) één omgevingsvergunning verlenen tot afwijking van het bestemmingsplan ten behoeve van een speelautomatenhal. Aangezien aan de besluiten omtrent de omgevingsvergunning ten grondslag was gelegd dat de ene locatie vanuit ruimtelijk oogpunt beter was dan de andere, werkte de besluitvorming omtrent de omgevingsvergunning hier volgens de Afdeling dus ook als verdeelinstrument bij de toedeling van een schaars recht. Daarom hadden de uit de transparantieverplichting voortvloeiende eisen van openbaarheid die voor de burgemeester gelden bij de verdeling van de schaarse exploitatievergunning evenzeer moeten gelden bij de procedure voor verlening van de omgevingsvergunning.

Invloed eigendomssituatie?

Nu is staatsraad advocaat-generaal Widdershoven voor "Windpark Zeewolde" dus gevraagd te onderzoeken of bij een ruimtelijk besluit sprake kan zijn van een situatie waarbij schaarse publieke rechten worden verdeeld. Zo ja, dan is de vraag onder welke omstandigheden dat het geval is. Is bijvoorbeeld de eigendomssituatie van belang of speelt mee dat het ruimtelijk besluit al dan niet een economische dienst mogelijk maakt? Dit is allemaal niet eenvoudig te beantwoorden. Enerzijds gelden er immers beschermwaardige (eigendoms)posities van (bestaande) partijen, maar anderzijds zouden eventueel nieuwe toetreders mogelijk ook een kans moeten krijgen.

En als planologische mogelijkheden eerlijk moeten worden toebedeeld: hoe moet dat dan gebeuren? En wat is de duur van de uiteindelijke besluiten? In beginsel mag een schaars recht in bepaalde gevallen namelijk slechts voor een 'passende beperkte duur' worden verleend (Dienstenrichtlijn). Maar het kan toch ook niet de bedoeling zijn dat bijvoorbeeld een supermarktbedrijf alleen voor een bepaalde periode het recht krijgt om de betreffende commerciële ruimte te exploiteren (vgl. ABRvS 30 augustus 2017)? Ook hierover zal de staatsraad advocaat-generaal zich - in mei - uitlaten.

Meer van Omgevingsweb