Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

Kunnen bedrijven vanwege de coronacrisis uitstel krijgen voor het indienen van bijvoorbeeld een bezwaarschrift of een beroepschrift?

Het indienen van een bezwaar- of beroepschrift op nader aan te voeren gronden wordt ook wel een pro forma bezwaar of beroep genoemd. Dit is een manier om meer tijd te krijgen voor het opstellen van een gemotiveerd stuk tegen een onwelgevallig besluit van een overheidsorgaan. Ook wanneer er geen coronacrisis heerst, is het een veelgebruikte manier om een deadline voor het aanvoeren van gronden uit te stellen.

26 maart 2020

Artikelen

Artikelen

Juridische grondslag: artikelen 6:5 en 6:6 Awb
Op grond van artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (‘Awb’) moet een bezwaar- of beroepschrift aan verschillende eisen voldoen. In het geschrift moet de naam en adres van indiener zijn opgenomen, het moet voorzien zijn van een dagtekening, er moet duidelijk worden met welk besluit men het niet eens is (dit kan door een kopie mee te sturen) én het moet de motivering (de gronden) van het bezwaar of beroep bevatten.

Als een bezwaar- of beroepschrift niet volledig is omdat niet is voldaan aan een of meer van de criteria van artikel 6:5 Awb, dan kan een bezwaar of beroep door het bestuursorgaan niet-ontvankelijk worden verklaard op grond van artikel 6:6 Awb. Vóórdat een bestuursorgaan daartoe kan overgaan moet eerst een herstelmogelijkheid worden geboden, binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn. De termijn bedraagt veelal 2 of 4 weken. Het samenspel tussen artikel 6:5 en 6:6 Awb maakt een pro formageschrift mogelijk.

Heeft het bestuursorgaan een kortere tijd om te beslissen door een pro forma bezwaarschrift?
Overigens betekent een pro forma bezwaarschrift niet dat een bestuursorgaan binnen een kortere tijd moet beslissen: op grond van artikel 7:10, lid 2, Awb wordt namelijk de termijn voor het beslissen op het bezwaar gedurende de hersteltermijn opgeschort (meer specifiek zegt de wet: “De termijn wordt opgeschort gerekend vanaf de dag na die waarop de indiener is verzocht een verzuim als bedoeld in artikel 6:6 te herstellen, tot de dag waarop het verzuim is hersteld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken”). Dit betekent dat de beslistermijn gaat lopen zodra de termijn voor het aanvullen van de gronden is verlopen, dan wel dat de gronden zijn aangevuld.

Pro forma zienswijze?
Als de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing is (bijvoorbeeld wanneer het gaat om een bestemmingsplanprocedure) dan geldt de fase van bezwaar niet. In plaats daarvan moet tegen een ontwerpbesluit tijdig een zienswijze naar voren worden gebracht. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat de indiener van een pro forma zienswijze in de gelegenheid moet worden gesteld om binnen (de vaste termijn van) twee weken de zienswijze van gronden te voorzien (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 27 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1621). De Afdeling motiveert dit met een beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel.

Let op! Crisis- en herstelwet
Als de Crisis- en herstelwet op een project van toepassing is, dan kan geen pro forma (hoger) beroep worden ingesteld. In deze wet is namelijk met zoveel woorden opgenomen dat na afloop van de termijn voor het instellen van beroep geen beroepsgronden meer naar voren mogen worden gebracht. Zorg er in deze gevallen dus voor dat u alle gronden indient vóór afloop van de beroepstermijn.

Nog langere termijn vanwege corona?
Normaliter is een termijn van vier weken heel gebruikelijk als termijn voor het aanvullen van de gronden. Het staat een indiener echter vrij om te vragen om meer tijd. Weet wel dat een bestuursorgaan niet verplicht is om mee te gaan met een verzoek om een (veel) langere termijn. Onze eerste indruk is echter dat zowel gemeenten als gerechtelijke instanties begrijpen dat in de huidige tijd ook een termijn van vier extra weken te kort kan zijn. In één procedure hebben wij nu bijvoorbeeld een termijn van acht weken gekregen om de gronden aan te vullen.

Door Merel Holtkamp en Mathilde van Velzen-de Boer.

Artikel delen