Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

Koninklijke Besluiten gepubliceerd in april en mei 2020

Onsuccesvol zelfrealisatieberoep, onteigening en stikstofmaatregelen ten behoeve van natuurherstel, overname van het geheel, voorwaarden aan het aanwijzingsbesluit bij een nog niet onherroepelijke planologische grondslag, het verschaffen van inzicht in de planuitvoering en aandacht voor biedingen gedurende het minnelijk overleg. 

Sharon Aaldering 16 juni 2020

Nieuws-persbericht

Nieuws-persbericht

Eind april bespraken wij op ons Onteigeningsblog al een achttal Koninklijke Besluiten die in april 2020 in de Staatscourant zijn gepubliceerd. Nadien zijn in april en mei 2020 de volgende KB’s gepubliceerd:

  • Besluit van 3 april 2020, nr. 2020000680 tot aanwijzing van een onroerende zaak ter onteigening in de gemeente Haarlemmermeer krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan De Veldpost), Titel IV;

  • Besluit van 3 april 2020, nr. 2020000681 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Deurne krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplannen Leegveld Deurne en Leegveld Deurne-2), Titel IV;

  • Besluit van 3 april 2020, nr. 2020000682 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Oirschot krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan Weginfrastructuur omgeving Eindhoven Noordwest, Oirschot en Best), Titel IV;

  • Besluit van 10 april 2020, nr. 2020000713 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Sittard-Geleen krachtens artikel 72a van de onteigeningswet (onteigening voor de aanleg van twee spooronderdoorgangen in verband met het opheffen van de onbewaakte gelijkvloerse spoorwegovergangen Raadskuilderweg en Lintjesweg, met bijkomende werken), Titel Titel IIa;

  • Besluit van 24 april 2020, nr. 2020000819 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Eindhoven krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan Weginfrastructuur omgeving Eindhoven Noordwest, Oirschot en Best), Titel IV;

  • Besluit van 1 mei 2020, nr. 2020000906 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Amersfoort krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplannen Westelijke ontsluiting en Westelijke ontsluiting II), Titel IV.

BEROEP OP ZELFREALISATIE

In het KB De Veldpost betoogt reclamante dat onvoldoende noodzaak bestaat om tot onteigening over te gaan. Zij doet daarbij een beroep op het zelfrealisatiebeginsel. De Kroon wijst dit zelfrealisatieberoep af. Van belang daarbij acht de Kroon dat reclamante het sportpark niet geheel op eigen grond kan realiseren. Anders dan reclamante betoogt is de Kroon niet van oordeel dat de te onteigenen grond een zelfstandig uit te voeren onderdeel vormt van het sportpark. De Kroon deelt het standpunt van de gemeente dat het vanuit een oogpunt van een doelmatige aanleg en beheer, alsmede van een integraal beheer, noodzakelijk is dat de gronden van reclamante door de gemeente in één hand gehouden moeten worden. In diezelfde strekking overwoog de Kroon eerder al in het KB Pijnacker-Nootdorp.

Reclamante heeft geen concrete plannen met betrekking tot zelfrealisatie aan de gemeente overgelegd. Ook heeft zij geen omgevingsvergunning aangevraagd. De Kroon volgt het betoog van reclamante dat dit niet mogelijk was omdat zij niet beschikte over essentiële informatie niet. Ten tijde van het verzoekbesluit was behalve het bestemmingsplan en het exploitatieplan namelijk ook nog een gedetailleerd ontwerp van de planuitvoering beschikbaar. 

ONTEIGENING EN STIKSTOF EN OVERNAME VAN HET GEHEEL

Met het KB Leegveld Deurne wijst de Kroon vijftien (gedeelten van) percelen in de Deurnsche Peel aan ter onteigening op basis van het (nog niet onherroepelijke) inpassingsplan PAS Leegveld, Deurne. De Deurnsche Peel is een Natura-2000 gebied waar PAS-herstelmaatregelen worden genomen ten behoeve van natuurherstel. Dit is na het KB Lingegebied en Diefdijk-Zuid het tweede KB waarin de Kroon oordeelt over een verzoek tot onteigening ter uitvoering van PAS-maatregelen.

Eén van de zes reclamanten betoogt dat de provincie niet redelijk handelt door niet over verwerving van zijn gehele bedrijf te onderhandelen. De Kroon merkt daarover op dat alleen die gronden ter onteigening kunnen worden aangewezen die noodzakelijk zijn voor realisatie van werken en werkzaamheden ter uitvoering van het inpassingsplan. Op grond van artikel 38 Ow kan een belanghebbende gehele overname vorderen, maar dit komt pas in het kader van de gerechtelijke onteigeningsprocedure aan de orde. Voordien kan de provincie niet tot gehele overname verplicht worden.

In de gerechtelijke procedure kan natuurlijk wel gediscussieerd worden over de vraag of de onteigening van een deel van het bedrijf maakt dat het gehele bedrijf niet langer op dezelfde wijze geëxploiteerd kan worden. Indien dit vast komt te staan, zal de provincie de hiermee gemoeide schade moeten vergoeden. Een optie zou kunnen zijn dat de eigenaar alsnog het overblijvende deel van het bedrijf verkoopt (aan een derde) en reconstructie elders als uitgangspunt voor de begroting van de schadeloosstelling wordt genomen. De (verwachte) verkoopopbrengst van het overblijvende deel van het bedrijf moet in die begroting worden meegenomen.

PLANOLOGISCHE GRONDSLAG NOG NIET ONHERROEPELIJK

Verschillende reclamanten betogen dat geen sprake is van een publiek belang nu de grondslag waarvoor het plan wordt uitgevoerd is weggevallen. Voor het KB Leegveld Deurne geldt bijvoorbeeld dat de ABRvS bij uitspraak van 29 mei 2019 het PAS onverbindend heeft verklaard. Reclamanten verwachten dat om die reden het inpassingsplan de eindstreep niet zal halen.

De Kroon overweegt hierover dat een verzoek om aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening kan worden gedaan indien een inpassingsplan (of bestemmingsplan) is vastgesteld maar nog niet onherroepelijk is. Met vaststelling van een dergelijk plan is het publiek belang van de onteigening ter uitvoering van dat plan gegeven. Zolang het plan nog niet onherroepelijk van kracht is, moeten de planologische belangen van de te onteigenen partij worden beschermd.

In zowel in het KB De Veldpost als in het KB Leegveld Deurne liggen de ter onteigening aan te wijzen onroerende zaken in een plan dat nog niet onherroepelijk is. De Kroon verbindt daarom aan haar aanwijzingsbesluit de voorwaarden dat 1) de onteigeningsdagvaarding (ex artikel 18 Ow) pas kan worden uitgebracht zodra het plan onherroepelijk is en 2) het KB vervalt bij vernietiging van het plan in hoger beroep. Hiermee zijn de belangen van rechthebbenden voldoende gewaarborgd.

INZICHT IN TE REALISEREN WERKEN

In het KB Weginfrastructuur omgeving Eindhoven Noordwest, Oirschot en Best stellen beide reclamanten dat de gemeente onvoldoende inzicht heeft verschaft in de voorgestane wijze van planuitvoering. De Kroon volgt deze stelling niet. De op de gronden voorgenomen planuitvoering blijkt uit de bij het onteigeningsplan overgelegde stukken (waaronder het bestemmingsplan met bijbehorende planregels, toelichting en verbeelding, alsook een zakelijke beschrijving en overzichtstekening) die ter inzage hebben gelegen. Dat de overzichtstekening niet is vastgesteld door de gemeenteraad maakt dit niet anders; hiertoe bestaat immers geen verplichting.

MINNELIJK OVERLEG EN FORSE AFWIJKING VAN EERDER AANBOD

Beide reclamanten stellen verder dat de gemeente onvoldoende minnelijk overleg heeft gevoerd. Uitgangspunt is dat voor het verzoekbesluit met de onderhandelingen tijdig een begin is gemaakt. Op het moment van het verzoekbesluit moet aannemelijk zijn dat die onderhandelingen zijn voortgezet, maar dat deze voorlopig niet tot vrijwillige eigendomsoverdracht zullen leiden. Daarbij moet het gaan om een concreet en serieus minnelijk overleg. Daarvan is sprake als ten tijde van het verzoekbesluit een formeel schriftelijk aanbod is gedaan. Dat heeft de gemeente (meermaals) gedaan.

Reclamante 1 is pas na het verzoekbesluit eigenaar geworden van de gronden. Uit het overgelegde logboek blijkt dat de gemeente met de rechtsvoorganger van reclamante voldoende minnelijk overleg heeft gevoerd om tot overeenstemming te komen. Dit overleg is na het verzoekbesluit voortgezet en na eigendomsoverdracht met reclamante. Reclamante 1 voert aan dat de gemeente het eerste (drie maal herhaalde) aanbod binnen twee maanden ineens verzesvoudigd heeft. Daarmee trekt hij de redelijkheid en mate van serieusheid van onderhandelingen in twijfel. De Kroon overweegt dat de gemeente gemotiveerd heeft waarom zij tot een (veel) hoger bod is gekomen en merkt daarbij op dat het in de onteigeningspraktijk gebruikelijk is dat onderhandelingen starten met een bod dat deels gebaseerd is op aannamen, al dan niet wegens het ontbreken van bepaalde informatie.

Gedurende de onderhandelingen kan een aanbod nader worden geconcretiseerd of gewijzigd op basis van nieuw verkregen gegevens of nadere inzichten. De Kroon overwoog dit eerder al in bijvoorbeeld het KB Nieuwe Sluis Terneuzen. De zienswijze van reclamante geeft daarom geen aanleiding om het aanwijzingsverzoek af te wijzen. 

Artikel delen