Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

Initiatiefnemers: let op uw planning! De Omgevingswet nadert!

De afgelopen jaren is veel aandacht besteed aan de gevolgen van de Omgevingswet voor gemeenten c.q. de bevoegde gezagen. Tenslotte moeten zij het meest concreet ‘Aan de slag met de Omgevingswet’. Maar de hele wetstechnische onderneming is in de eerste plaats bedoeld om het leven van de gemiddelde burger/initiatiefnemer gemakkelijker te maken. Inmiddels heeft die initiatiefnemer echter grote kans om hinder te ondervinden van de ‘schaduwwerking’ van de Omgevingswet (inwerkingtreding vooralsnog 1-1-2021).

25 maart 2020

Die schaduwwerking bestaat eruit dat gemeenten nieuwe projecten niet meer in behandeling zullen nemen, of projecten die in behandeling zijn zullen ‘parkeren’. Dat heeft alles te maken met het verschil in afhandeling van initiatieven die niet binnen het geldende planologische regime passen, zoals dat nu (anno 2020) gebeurt, versus ná inwerkingtreding van de Omgevingswet (hierna: ‘Ow’).

Hoe zit dit?

Overgangsrecht voor omgevingsplannen

Bij inwerkingtreding van de Ow regelt de wet dat elke gemeente ‘automatisch’, oftewel van rechtswege, beschikt over een omgevingsplan. Dit plan bestaat uit een tijdelijk deel en een nieuw deel. Het tijdelijk deel bestaat onder andere uit alle bestaande planologische regels (o.a. bestemmingsplannen) van een gemeente. Dit tijdelijke deel moet op termijn – uiterlijk 1 januari 2029 – gaan voldoen aan de vereisten van de Ow en dus door de gemeente worden overgeheveld naar het nieuwe deel van het omgevingsplan.

De planologische regels (de ‘oude’ bestemmingsplannen) in het tijdelijke deel van het omgevingsplan kunnen na inwerkingtreding van de Ow (vooralsnog 1-1-2021) alleen nog maar worden gewijzigd door afronding van lopende bestemmingsplanprocedures. Dat zijn procedures waarmee een begin is gemaakt vóór inwerkingtreding van de Ow, inclusief eventuele rechterlijke uitspraken. Na 1-1-2021 kunnen er dus geen nieuwe regels aan het tijdelijke deel van het omgevingsplan worden toegevoegd en evenmin kunnen deze regels worden aangepast.

De aanvraag is voor 1-1-2021 in voorbereiding – eerbiedigende werking lopende procedure

Een afwijking of wijziging van het bestemmingsplan die op het moment van inwerkingtreding van de Ow in voorbereiding is, wordt afgerond volgens het oude (huidige) recht. Onder ‘in voorbereiding’ wordt begrepen: een ontwerpplan dat vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd. Vindt de terinzagelegging van de ontwerpstukken plaats ná 1 januari 2021, dan is er sprake van wijziging of afwijking van een omgevingsplan. Dat vergt een andere aanpak.

De aanvraag komt na 1-1-2021

Als het wenselijk is voor een concrete locatie om de regels van het tijdelijke deel van het omgevingsplan te wijzigen (op de mogelijkheid van afwijking door middel van een omgevingsplanactiviteit ga ik binnen deze blog niet in), dan kan dat alleen door àlle regels voor die locatie – óók de regels die niet gewijzigd hoeven te worden – opnieuw vast te stellen in het nieuwe deel van het omgevingsplan. Het hele tijdelijke deel uit het omgevingsplan voor de specifieke locatie wordt als het ware uit het omgevingsplan geknipt. Ook de regels uit het tijdelijk deel van de bruidsschat. Op die locatie gelden dan alleen nog de regels uit het nieuwe deel van het omgevingsplan.

De nieuw vast te stellen regels moeten voldoen aan de vereisten van de Ow: evenwichtige toedeling van functies aan locaties en de vereisten die zijn gegeven bij instructieregels en instructies. In plaats van een toets aan het begrip goede ruimtelijke ordening, moet er sprake zijn van een goede leefomgevingskwaliteit, daaronder wordt ook begrepen een gezonde en veilige leefomgeving.

Is dat dan een probleem?

Het spreekt voor zich dat op deze manier het nieuwe deel van het omgevingsplan zich als een vlek gaat uitbreiden en het tijdelijke deel van het omgevingsplan voor een steeds kleiner deel van het gemeentelijk grondgebied gaat gelden. Zo heeft de wetgever het ook bedoeld.

Maar het is ook logisch dat voor de eerste locaties waarvoor het omgevingsplan moet worden aangepast, door een gemeente veel werk moet worden verzet. Immers, voor deze locaties zullen veel gemeenten voor het eerst daadwerkelijk de vertaalslag moeten gaan maken naar regelgeving die voldoet aan de eisen van de Omgevingswet, de uitvoeringsregelgeving van die wet en eventuele provinciale instructieregels en instructies. Veel gemeenten zijn nog niet zo ver en hebben nog geen concrete invulling gegeven aan de vraag hoe een goede leefomgevingskwaliteit er binnen de gemeente uit moet komen te zien.

Ook de lokale verordeningen op het gebied van de fysieke leefomgeving moeten in het omgevingsplan worden geïntegreerd, en de gemeente moet bepalen of hij decentrale regels of maatwerkregels wil vaststellen voor onderwerpen die het Rijk niet langer centraal regelt en misschien maatwerkregels voor onderwerpen die het Rijk blijft regelen (voor zover het Rijk de mogelijk daarvoor biedt). Dit maakt dat goed denkbaar is dat een gemeente er voor zal kiezen om bepaalde onderwerpen (bijvoorbeeld regels voor het kappen van bomen) in één keer voor het gehele grondgebied om te bouwen naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. Daarvoor zijn wel eerst de nodige beleidsmatige keuzes nodig: wil de gemeente strak gereguleerd of juist met minder regels werken; hoe moet volgens de gemeente een goede leefomgevingskwaliteit er uit zien. Dit kunnen tijdrovende processen zijn, waarvan vooral de eerste projecten de effecten zullen merken in de voortgang van de procedurele planning.

Kortom: gas geven

Om nog een ‘old school’ bestemmingsplan te kunnen laten vaststellen is voor de meeste projecten extra gas nodig. Het is dan verstandig om aan te sturen dat vóór 1 januari 2021 een ontwerpbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd. Ga het gesprek aan met de gemeente om samen knelpunten zo veel mogelijk te identificeren en weg te nemen, en maak duidelijke afspraken om de vaart erin te houden. Qua doorlooptijd wordt normaliter rekening gehouden met circa zes – negen maanden om te komen van principebesluit tot vaststelling ontwerpbestemmingsplan door het college. Of deze termijn langer of korter kan zijn, hangt af van verschillende factoren: bijvoorbeeld de complexiteit van het project en de daarvoor benodigde onderzoeken, de capaciteit bij onderzoeksbureaus, duur van het zomerreces en de vraag of er ook nog een voorontwerpbestemmingsplan ter inzage moet worden gelegd. Op dit moment draagt ook de Corona-crisis bij aan de kans op vertraging in het besluitvormingsproces.

Is tervisielegging van een plan voor een initiatief ná inwerkingtreding van de Ow onvermijdelijk, dan is het aan te raden om nu alvast de gedachten te laten gaan over de voorbereiding van een wijziging van het omgevingsplan. Als initiatiefnemer is het raadzaam om navraag te doen naar de omgevingsvisie van de gemeente en om voldoende aandacht te besteden aan de (inspannings-)verplichting tot participatie die binnen de Ow een belangrijke rol speelt.

Artikel delen