Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

Industrie- en windsector, hoe afhankelijkheid een kracht wordt

Het Klimaatakkoord bevat ambitieuze opgaven voor de energie, elektriciteit- en de industriesector. Beide sectoren moeten de CO2-uitstoot in hun sector fors verminderen en tegelijkertijd lijkt men op elkaar te wachten. Nederland heeft de potentie om één van de grotere leveranciers te worden van windenergie. En onze industrie kan mee. Toch houden beide sectoren elkaar in een klem. Want als de vraag onzeker is, waarom zou je dan investeren in het aanbod? En als je niet zeker weet of de duurzame elektriciteit er komt, waarom zou je dan je bedrijfsvoering nu al omgooien? Bewezen innovaties helpen om de onzekerheid in de praktijk te doorbreken.

Topsector Energie 14 februari 2020

Het Rijk stelt via de RVO een groot subsidiebudget beschikbaar voor innovatieprojecten. TKI Wind op Zee en de TKI Energie & Energie (beiden onderdeel van de Topsector Energie) roepen de wind- en industriesector op om samen te innoveren en projecten op te starten die de uitdagingen van beide sectoren oplossen. Om de komende jaren grote stappen te kunnen maken, moeten innovaties meerdere sectoren tegelijkertijd helpen. Op dit moment zijn de onzekerheden voor partijen in zowel de industrie als de elektriciteitssector nog te groot om in deze ontwikkelingen te investeren en is er sprake van wederzijdse afhankelijkheid tussen de industrie en de energiesector. De wederzijdse afhankelijkheid is een blessing in disguise: nu zitten beide sectoren nog op elkaar te wachten, maar als ze tegelijk gaan bewegen kan er iets ontstaan dat beide sectoren niet los van elkaar kunnen bereiken.

Elektrificatie is voor de industrie een van de belangrijkste wegen om de doelen van het Klimaatakkoord te halen. Als de industrie dit doet, stijgt de vraag naar goedkope hernieuwbare elektriciteit met een zeer hoge leveringszekerheid. De elektriciteitssector aan de andere kant, moet opschalen om aan de groeiende vraag van de industrie te voldoen, met name met windparken op zee. Er is een forse opschaling, kostenreductie en tempoversnelling nodig.

Voorwaarden van beide sectoren

Onze vijf grote industriële clusters liggen door heel Nederland verspreid en hebben elk hun eigen technologische uitdagingen om klimaatneutraal en circulair te gaan produceren. Daarbij is veel innovatie binnen de sector op gericht. Binnen de industrieclusters heerst consensus over de mogelijke verduurzamingspaden richting 2050. Hoewel er verschillen zijn tussen de vijf, komt er nadrukkelijk een groeiende vraag naar hernieuwbare elektriciteit naar voren. Voorwaarden die de industrie daarbij stelt zijn met name betaalbaarheid, leveringszekerheid en duurzaamheid van de opgewekte elektriciteit.

De (wind)energiesector ziet tegelijk mogelijkheden om meer wind op zee te realiseren dan is afgesproken in het klimaatakkoord. Aan een dergelijke opschaling zijn wel een aantal voorwaarden verbonden, waaronder een gezonde business case voor de ontwikkelaars van de windparken. Een belangrijke voorwaarde voor een gezonde business case is zekerheid over een voldoende hoge elektriciteitsprijs, ook op langere termijn.

Zoektocht naar zekerheid

In deze overgangssituatie maken we ook nog gebruik van fossiele brandstoffen. Het is niet alsof we van de ene op de andere dag de stekker in een ander stopcontact duwen. De overgang gaat stap voor stap en dat is keihard nodig om businesscases op te bouwen. Tot 2030 is bekend hoeveel windenergie er op zee beschikbaar komt. Daarna is het nog onduidelijk. Dat is voor de industrie geen zekere factor, daar investeringen vaak langjarig zijn. Een weersafhankelijke energiemarkt is bovendien voor alle betrokkenen onzeker en spannend. Want hoe gaan we om met te weinig of te veel aanbod van energie? De industrie heeft zekerheid nodig als basis voor de grote investeringen die nodig zijn inbouw en nieuwbouw van installaties.

De windsector kan deels zelf flexibiliteit verzorgen door bijvoorbeeld de ontwikkeling van energiehubs of door de capaciteit van windparken te vergoten door grotere rotoren en betere beschikbaarheid. Ook is het vergroten van de flexibiliteit door de industrie van groot belang voor de (wind)energiesector. Ten eerste omdat dit resulteert in een kleinere behoefte aan opslag en een betere benutting van het elektriciteitsnet. Ten tweede zorgt flexibiliteit aan de vraagzijde voor minder behoefte aan conversie en/of curtailment, waardoor minder verliezen optreden. Als laatste kan flexibiliteit zorgen voor een stabielere elektriciteitsprijs. Alledrie zijn dit maatschappelijke voordelen, die zorgen voor een goedkopere transitie.

Alleen, zonder zekerheid over beschikbaarheid van goedkope elektriciteit zal de industrie niet investeren in elektrificatie of groene waterstof. En zonder zekerheid over de vraag in de industrie, gaat de elektriciteitssector niet investeren in kapitaalintensieve windparken.

Om deze impasse te doorbreken is er behoefte aan lange termijn inzicht in hoe vraag en aanbod zich in deze nieuwe markt met elkaar gaan verhouden en welke randvoorwaarden nodig zijn om bepaalde maatschappelijke doelstellingen te bereiken. Er is kennisuitwisseling nodig om inzicht in elkaars businesscase te verkrijgen zodat vervolgens naar een gezamenlijke businesscase toegewerkt kan worden waaruit wederzijdse voordelen behaald worden. En het vraagt openheid, en dus een kwetsbare opstelling, over hoe je werkt, welke data je verzamelt, wat je belangrijk vindt als organisatie etc.

Als Topsector Energie ondersteunen we het initiatief van deze twee sectoren om elkaar te vinden en houden we een pleidooi om deze kwetsbaarheid te doorbreken. Bedrijven met interesse kunnen aanhaken bij onze zoektocht. Een zoektocht naar een gezamenlijk gedragen beeld van het doel van de samenwerking, de huidige situatie, het toekomstbeeld en de belangrijkste stappen daar naartoe. En een zoektocht naar mogelijke pilots om het te gaan doen; te bewijzen in de praktijk dat het werkt en kan.

Artikel delen