Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

Huishoudens zijn uitgezonderd van hoofdstuk 15 Bal

Huishoudens zijn uitgezonderd van hoofdstuk 15 Bal. Dat is expliciet vastgelegd in artikel 15.1, tweede lid, onder letter a. De uitzondering valt echter al af te leiden uit artikel 15.1, eerste lid. Dit roept vragen op. Waarom is de uitzondering in het tweede lid expliciet vastgelegd als de uitzondering toch al volgt uit het eerste lid? Wat zit daarachter? In dit blog-artikel zal ik daar antwoord op geven.

Vosters, Luc
1 april 2020

Nieuws & Achtergrond

Leeswijzer

Eerst zal ik beschrijven hoe de uitzondering van huishoudens uit het eerste lid van artikel 15.1 valt af te leiden. Dat doe ik aan de hand van het element ‘het gelegenheid bieden tot’. Daarbij zal ik ook een voorbeeld geven.

Vervolgens zal ik een grijs gebied beschrijven. Dat grijs gebied heeft alles te maken met het element ‘het gelegenheid bieden tot’. In het grijs gebied zijn allerlei situaties denkbaar die vergelijkbaar zijn met huishoudens. Weliswaar voldoen die vergelijkbare situaties naar de letter aan het criterium ‘het gelegenheid bieden tot’. Maar de vraag is of het wel wenselijk is om die situaties onder de werking van hoofdstuk 15 Bal te brengen.

Om praktische redenen heeft de wetgever ervoor gekozen om dergelijke situaties van hoofdstuk 15 Bal uit te zonderen. De manier waarop de uitzondering is geformuleerd, verdient echter een kritische noot.

Dit blog-artikel sluit af met een conclusie en de aankondiging van het volgende blog-artikel.

Huishoudens uitgezonderd van hoofdstuk 15 Bal

Betekenis ‘het gelegenheid bieden tot’

Hoofdstuk 15 Bal gaat over de activiteit ‘het gelegenheid bieden tot zwemmen of baden in een badwaterbassin’. Het element ‘het gelegenheid bieden tot’ heeft betekenis. Het brengt tot uitdrukking dat de activiteit altijd gericht is naar buiten toe. Degene die gelegenheid biedt tot zwemmen of baden, richt zich dus altijd tot anderen. Zichzelf gelegenheid bieden tot zwemmen of baden, past niet met ons spraakgebruik.

Dit is belangrijk. Want logischerwijs vallen hierdoor privé-zwembaden buiten de werking van hoofdstuk 15 Bal. Impliciet zijn daarmee huishoudens uitgezonderd van hoofdstuk 15 Bal.

Een voorbeeld

Misschien vraagt het element ‘het gelegenheid bieden tot’ om een voorbeeld. Stel, een huishouden bestaat uit een gezin met een vader, moeder, zoon en dochter. De beide kinderen maken gebruik van het privé-zwembad in de achtertuin.

Wat hier gebeurt, is dat het huishouden zelf gebruik maakt van het zwembad. Je kunt dan niet zeggen dat het gezin zichzelf gelegenheid biedt tot zwemmen of baden. Nou ja, misschien kun je het wel zeggen, maar het heeft geen betekenis. Dat is in elk geval niet wat de wetgever bedoelt met ‘het gelegenheid bieden tot’.

Van ‘het gelegenheid bieden tot’ is volgens de wetgever pas sprake als het gezin het privé-zwembad toegankelijk maakt voor derden. Mensen dus die niet tot het huishouden behoren.

In het voorbeeld is dus niet voldaan aan het wettelijk vereiste van ‘het gelegenheid bieden tot’. Impliciet volgt hier al uit dat dit huishouden van hoofdstuk 15 Bal is uitgesloten.

Grijs gebied

Intussen ontstaat een grijs gebied. Daarin doemen vragen op.

Wat moeten we bijvoorbeeld vinden als vrienden van het huishouden gebruik maken van het privé-zwembad? Die vrienden maken geen deel uit van het huishouden. Zij zijn overduidelijk ‘derden’.

En hoe te oordelen als bewoners van een huurwoning gebruik maken van het privé-zwembad bij de huurwoning? De bewoners van de huurwoning vormen op zich wel een huishouden. Maar daarmee maken zij nog geen deel uit van het huishouden van de eigenaar van de huurwoning. Voor de eigenaar van de huurwoning zijn de huurders overduidelijk ‘derden’.

Is in deze gevallen sprake van ‘het gelegenheid bieden tot’? Kun je zeggen dat het huishouden gelegenheid biedt tot zwemmen aan de vrienden? Is hoofdstuk 15 Bal ineens van toepassing op het moment dat vrienden gebruik maken van het privé-zwembad? Kun je zeggen dat de eigenaar van de huurwoning gelegenheid biedt tot zwemmen aan de huurders? Is hoofdstuk 15 Bal ineens van toepassing zodra de huurders gebruik maken van het privé-zwembad bij de huurwoning?

Kijken wij nog eens naar de betekenis van het element ‘het gelegenheid bieden tot’. De conclusie kan geen andere zijn dan dat hoofdstuk 15 Bal inderdaad van toepassing is. Maar is dat wel wenselijk?

Situaties die vergelijkbaar zijn met huishoudens

De wetgever heeft voor het grijs gebied een oplossing gevonden. De sleutel ligt in situaties die vergelijkbaar zijn met huishoudens. Gebruik van een privé-zwembad door vrienden is zo’n situatie.

In deze lijn ligt het geval waarin iemand komt logeren. Het bieden van de gelegenheid tot zwemmen en baden aan de logé is volgens de wetgever vergelijkbaar met een huishouden. Hetzelfde geldt als de kinderen van de buren komen spelen.

Ook het gebruik door huurders vindt de wetgever een situatie die vergelijkbaar is met een huishouden.

Een ander voorbeeld is de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis. Ook dat is volgens de wetgever vergelijkbaar met een huishouden. De wetgever noemt het voorbeeld waarin een fysiotherapiepraktijk aan huis gebruik maakt van een badwaterbassin.

Keuze wetgever

Dankzij de oplossing van ‘situaties die vergelijkbaar zijn met huishoudens’ heeft de wetgever een keuze kunnen maken. Zo zijn niet alleen huishoudens van hoofdstuk 15 Bal uitgezonderd, maar ook situaties die daarmee vergelijkbaar zijn. Wat voor huishoudens geldt, geldt ook voor daarmee vergelijkbare situaties. De wetgever heeft de lijn doorgetrokken. Waarom? Omdat de wetgever het niet wenselijk vindt als vergelijkbare situaties wel onder hoofdstuk 15 Bal vallen.

Met deze keuze kan ik instemmen. Stel je maar eens voor. Het privé-zwembad van een huishouden valt niet onder hoofdstuk 15 Bal. Maar zodra de buurkinderen in het privézwembad duiken, zou hetzelfde privé-zwembad plotsklaps wel onder hoofdstuk 15 vallen. Met het gevolg dat het huishouden zomaar te maken krijgt met wettelijke verplichtingen rond hygiëne en veiligheid. Met het gevolg ook dat de overheid ineens daarop moet gaan toezien. Terwijl de wettelijke verplichtingen en de noodzaak tot toezicht weer verdwijnen zodra de buurkinderen huiswaarts keren. Dit alles valt moeilijk te begrijpen.

Doelmatigheid

De keuze van de wetgever heeft dus vooral praktische redenen. Het zou niet doelmatig zijn als situaties die met huishoudens vergelijkbaar zijn wel onder hoofdstuk 15 vallen. Dit zou immers leiden tot onnodige lasten voor huishoudens en de overheid. Die lasten mag je van huishoudens en de overheid niet verwachten.

Eigen verantwoordelijkheid

Natuurlijk blijven bij het gebruik van privé-zwembaden risico’s voor gezondheid en veiligheid bestaan. Maar de wetgever beschouwt die risico’s als een eigen verantwoordelijkheid. Huishoudens zijn zelf verantwoordelijk als zij hun privé-zwembad openstellen voor derden. Ook derden zijn zelf verantwoordelijk als zij gebruik maken van een privé-zwembad. De overheid zal daar in elk geval niet op toezien.

Formulering uitzondering

Het element ‘het gelegenheid bieden tot’ in artikel 15.1, eerste lid, volstaat om huishoudens van hoofdstuk 15 uit te zonderen. Maar dat is niet genoeg. Wil je ook situaties uitzonderen die met een huishouden vergelijkbaar zijn, dan moet je een stap verder gaan. Dan moet je die uitzondering expliciet vastleggen. Dat is de reden waarom huishoudens nog eens expliciet zijn genoemd in de uitzonderingen van artikel 15.1, tweede lid. Onderdeel a van dat tweede lid, luidt als volgt:
“Dit hoofdstuk gaat niet over het gelegenheid bieden tot zwemmen of baden in een badwaterbassin bij een huishouden.”

Een kritische noot

Intussen past bij deze formulering wel een kritische noot. De tekst van genoemd onderdeel a zegt namelijk niets over de keuze die is gemaakt. Wil je de keuze begrijpen, dan moet je te rade gaan bij de Nota van Toelichting bij hoofdstuk 15 Bal. Daar pas lees je dat de uitzondering ook ziet op situaties die met huishoudens vergelijkbaar zijn.

De volgende formulering was misschien beter geweest:
“Dit hoofdstuk gaat niet over het gelegenheid bieden tot zwemmen of baden in een badwaterbassin bij een huishouden en in situaties die met een huishouden vergelijkbaar zijn.”

Dan was al vanuit de wettekst duidelijk geweest dat de uitzondering verder gaat dan huishoudens. Wat bedoeld is met ‘situaties die met een huishouden vergelijkbaar zijn’, had je kunnen toelichten in de Nota van Toelichting.

Maar goed, ik ben geen wetgevingsjurist. We doen het met de formulering zoals die is. De uitzondering gaat verder dan alleen huishoudens en ziet ook op situaties die daarmee vergelijkbaar zijn. Als we dat maar in het achterhoofd houden.

Conclusie

Huishoudens vallen niet onder hoofdstuk 15 Bal. Dat blijkt al uit het element ‘het gelegenheid bieden tot’ van artikel 15.1, eerste lid. Echter, in artikel 15.1, tweede lid, onder letter a, is de uitzondering nog eens expliciet vastgelegd. De wetgever heeft hiermee duidelijk willen maken dat ook situaties die met huishoudens vergelijkbaar zijn van hoofdstuk 15 zijn uitgezonderd.

Van situaties die met huishoudens vergelijkbaar zijn, is bijvoorbeeld sprake als vrienden, logés of buurkinderen gebruikmaken van een privé-zwembad. Te denken valt ook aan huurders en aan de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis, zoals een fysiotherapiepraktijk.

Het is een keuze van de wetgever geweest om ook dergelijke situaties van hoofdstuk 15 Bal uit te zonderen. Overwegingen van doelmatigheid hebben tot deze keuze geleid. Dit verdient instemming. Maar het zou duidelijker zijn geweest als de uitzondering in de wettekst nauwkeuriger was geformuleerd. Nu moet de Nota van Toelichting bij hoofdstuk 15 Bal het gewenste houvast geven.

Volgend blog-artikel

In mijn volgende blog-artikel zal ik ingaan op de uitzondering van artikel 15.1, tweede lid, onder letter b, Bal. Die uitzondering gaat over logiesfuncties. Dan zal blijken of hotels, Bed&Breakfasts, campings en dergelijke te maken met hoofdstuk 15 Bal.

Bekijk hier de volledige blogreeks Zwemmen onder het Bal

Artikel delen