Menu

Zoek op
rubriek

Hoe vraagt u een vergunning aan onder de Omgevingswet - deel II

In deze blog bespreken wij de wijzigingen voor de omgevingsvergunning afwijkend gebruik onder de nieuwe Omgevingswet. In een vorige blog zijn wij ingegaan op de wijzigingen voor de omgevingsvergunning bouwen in de Omgevingswet.

11 februari 2020

Huidige vergunningprocedure

Wanneer een plan niet binnen het bestemmingsplan past, bestaan onder de huidige regelgeving een drietal mogelijkheden om af te wijken, te weten:

De binnenplanse afwijking

In dit geval betreft het bestemmingsplan zelf een mogelijkheid om af te wijken, bijvoorbeeld om 10% hoger te bouwen dan in beginsel is toegestaan. Hierop is de reguliere procedure van 8 weken van toepassing.

De kruimelregeling

De kruimelregeling is een lijst van gevallen waarmee door middel van een verkorte procedure van 8 weken vergunning kan worden verleend om af te wijken van het bestemmingsplan. De zogenaamde kruimellijst is opgenomen in artikel 4 bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor). Hierover hebben wij onder andere deze blog geschreven. Ook op de kruimelregeling is de reguliere procedure van 8 weken van toepassing.

Grote buitenplanse afwijking

Net als bij de kruimelregeling wordt bij toepassing van de grote buitenplanse afwijking vergunning verleend om af te wijken van het bestemmingsplan. De grote buitenplanse afwijking is bedoeld voor grotere projecten die niet door middel van de kruimelregeling vergund kunnen worden. De gemeenteraad moet hier in beginsel mee instemmen. Hierop is de uitgebreide procedure van ten minste 6 maanden van toepassing.

Vergunningprocedure onder de Omgevingswet

In de Omgevingswet wordt de zogenaamde omgevingsplanactiviteit (opa) geïntroduceerd. In de Omgevingswet is een definitie van het begrip omgevingsplanactiviteit opgenomen, waaruit 3 verschillende omgevingsplanactiviteiten (opas) kunnen worden herleid, te weten:

A. Een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan.

Dit betreft activiteiten die in overeenstemming zijn met het omgevingsplan, maar de gemeente toch nog nader wil toetsen. De vergunningsprocedure is bedoeld om te toetsen of het echt binnen het omgevingsplan past. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een aanlegvergunning om een boom te planten binnen een gebied met bijvoorbeeld landschappelijke of cultuurhistorische waarde.

B. Een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan.

Dit betreft een tot dusver nogal vage categorie, waarover geen eenduidigheid bestaat.  De praktijk zal moeten uitwijzen hoe deze omgevingsplanactiviteit toegepast zal gaan worden.

C. Een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan.

Deze laatste categorie is te vergelijken met de huidige kruimelregeling en grote buitenplanse afwijking.

Reguliere procedure wordt de standaard

Onder de Omgevingswet wordt de reguliere procedure de standaard (belistermijn 8 weken + eventueel verlenging met 6 weken). Dit geldt voor alle drie de hiervoor genoemde procedures, dus ook voor de grote buitenplanse afwijking, waarop onder het huidige recht nog de uitgebreide procedure van 6 maanden van toepassing is. Dit heeft tot gevolg dat grotere projecten onder de Omgevingswet in principe ook zonder instemming van de gemeenteraad vergund kunnen worden.

Om te voorkomen dat de zeggenschap van de gemeenteraad onder de Omgevingswet geheel verdwijnt, is in de Omgevingswet wel bepaald dat de gemeenteraad bij toepassing van de buitenplanse omgevingsplanactiviteit gebruik kan maken van haar adviesrecht met instemming. Dit is een bindend advies aan het college van B&W waar het college niet van af mag wijken. De gemeenteraad kan de gevallen bepalen wanneer het adviesrecht moet worden toegepast.

Ingeval de gemeenteraad gebruik maakt van het adviesrecht duurt de vergunningprocedure wel iets langer: 12 in plaats van 8 weken.

Uitzonderingen

Toch bestaan ook onder de Omgevingswet nog een aantal uitzonderingen op de hoofdregel dat de reguliere procedure van toepassing is. In sommige gevallen dient nog wel degelijk de uitgebreide procedure te worden gevoerd.

1. Het betreft een bij AMVB bepaald geval.

Indien het een activiteit betreft die genoemd staat in artikel 10.24 Omgevingsbesluit (Ob), dient de uitgebreide procedure te worden gevolgd. In artikel 10.24 Ob worden onder andere de rijksmonumentenactiviteit en bepaalde milieubelastende- en lozingsactiviteiten genoemd.

2. Uitgebreide procedure bij besluit van toepassing verklaard.

Daarnaast kan het bevoegd gezag de uitgebreide vergunningprocedure bij besluit van toepassing verklaren. Hierbij moet het echter wel gaan om een activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving en waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben.

De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om als aanvrager een zienswijze in te brengen tegen het van toepassing verklaren van de uitgebreide procedure.

3. Op verzoek van of met instemming van aanvrager.

Artikel delen