Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

Gebruiksvergoeding bij gedoogplichten ontwerpregeling in consultatie

De Omgevingswet voorziet in een ‘redelijke gebruiksvergoeding’ bij gedoogplichten ten behoeve van bepaalde ontwikkelingen door (private, commerciële) initiatiefnemers, bovenop de schadevergoeding. Vandaag (27 mei 2020) is de consultatieversie gepubliceerd voor de ministeriële regeling waarin regels worden gegeven voor vaststelling van de hoogte van die gebruiksvergoeding. De regeling wordt toegevoegd als afdeling in de Omgevingsregeling door de Aanvullingsregeling grondeigendom Omgevingswet.

Roos, Jessica de
28 mei 2020

Artikelen

Artikelen

AMENDEMENT

Rechthebbenden van onroerende zaken ten laste waarvan een gedoogplicht wordt opgelegd, hebben op grond van de Omgevingswet recht op schadevergoeding. Als gevolg van het (gewijzigde) amendement Bisschop-Ronnes bij de Invoeringswet Omgevingswet is daaraan voor een aantal gedoogplichten en bepaalde initiatiefnemers een recht op een (jaarlijkse) gebruiksvergoeding toegevoegd.

ARTIKEL 13.3E OMGEVINGSWET

Artikel 13.3e, eerste lid, van de Omgevingswet (Ow) geeft rechthebbenden in bepaalde gevallen aanspraak op een ‘redelijke gebruiksvergoeding’ van de initiatiefnemer van het werk waarvoor de gedoogplicht is opgelegd. De jaarlijkse gebruiksvergoeding wordt toegekend bij een gedoogplicht als bedoeld in artikel 10.14 of artikel 10.21 Ow.

Artikel 10.14 Ow bevat de gedoogplichten met betrekking tot energie en mijnbouw. De rechthebbende ontvangt een gebruiksvergoeding, tenzij de initiatiefnemer een netbeheerder is als bedoeld in de Elektriciteitswet, de Gaswet of de Warmtewet. Voorbeelden van gevallen waarin een gebruiksvergoeding aan de orde kan zijn, zijn het winnen van steenzout of het aanleggen van een windmolenpark, pijpleidingen of -netten als onderdeel van een productieproject en leidingen die dienen voor het transport van gas vanaf de winningsplaats rechtstreeks naar een verwerkingsinstallatie.

Oplegging van een gedoogplicht als bedoeld in artikel 10.21 Ow kan voor het tot stand brengen of opruimen van andere werken van algemeen belang. Een werk kan als werk van algemeen belang worden gekwalificeerd als dit gerechtvaardigd is vanuit het belang van openbare veiligheid, het beschermen van de fysieke leefomgeving, zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen. Onder dit artikel bestaat recht op een jaarlijkse gebruiksvergoeding, tenzij de initiatiefnemer een bestuursorgaan is.

In het tweede lid van artikel 13.3e Ow is bepaald dat bij ministeriële regeling regels worden gesteld over onder andere de hoogte van de gebruiksvergoeding. Tijdens het online seminar ‘Gedoogplichten en de Omgevingswet’ van 25 mei 2020 liet ik nog weten dat nog onduidelijk is hoe die gebruiksvergoeding moet worden berekend. Met de consultatieversie voor de Aanvullingsregeling is nu duidelijk wat voor vergoeding de Minister voor ogen staat.

HOOGTE GEBRUIKSVERGOEDING: WAARDE BELASTE OPPERVLAKTE X RENDEMENTSFACTOR VAN 2%

In de consultatieversie van de regeling is opgenomen dat de gebruiksvergoeding wordt vastgesteld aan de hand van de waarde van de grondoppervlakte waarop de gedoogplicht rust, vermenigvuldigd met een rendementsfactor van 2%. De jaarlijkse vergoeding wordt bepaald volgens de volgende formule:

gebruiksvergoeding = grondoppervlakte (m²) x grondwaarde x jaarlijks verondersteld rendement van de grond van (forfaitaire factor) 2%

Voor de waardering van de grond wordt uitgegaan van de waarde van de onroerende zaak waarop de gedoogplicht rust op de dag voorafgaand aan de dag waarop de gedoogplicht wordt opgelegd. De vergoeding heeft alleen betrekking op het deel van de grond dat niet of maar gedeeltelijk kan worden gebruikt als gevolg van de gedoogplicht. De hoogte van de vergoeding wordt verder bepaald door de hoogte van het rendement dat jaarlijks op basis van de voormalige waarde van de grond voor dat deel naar verwachting kan worden gemaakt. Voor het percentage is aansluiting gezocht bij de regels bekend voor pacht van grond. Er is gekozen voor een forfaitair percentage van 2%, waarmee wordt aangesloten bij de aanbevelingen uit het adviesrapport van Deloitte.

Als zich geschillen voordoen, kunnen de geschillen worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter.

CONSULTATIE

Het concept voor de regeling ligt met de toelichting tot 24 juni 2020 ter consultatie voor. U kunt hier de stukken downloaden en uw reactie indienen: https://www.internetconsultatie.nl/regelinggebruiksvergoeding.

Het is de bedoeling dat de regeling voor de gebruiksvergoeding in juli wordt afgerond en in september wordt vastgesteld en gepubliceerd.

Artikel delen