Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

Afstemming planMER en bestemmingsplan Buitengebied

Vanaf 2006 is het opstellen van een planMER bij de voorbereiding van een bestemmingsplan buitengebied verplicht. Althans, in ieder geval als het bestemmingsplan ook ontwikkelingsruimte voor veehouderijen bevat. In de praktijk blijkt het moeilijk om een planMER zo te maken dat het de toets der kritiek van de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna Commissie m.e.r.) kan doorstaan. Vaak heeft dat te maken met de volgende drie onderdelen.

2 april 2014

Vanaf 2006 is het opstellen van een planMER bij de voorbereiding van een bestemmingsplan buitengebied verplicht. Althans, in ieder geval als het bestemmingsplan ook ontwikkelingsruimte voor veehouderijen bevat. In de praktijk blijkt het moeilijk om een planMER zo te maken dat het de toets der kritiek van de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna Commissie m.e.r.) kan doorstaan. Vaak heeft dat te maken met de volgende drie onderdelen.

Het (hulp)middel planMER wordt te laat ingezet

Een planMER wordt door een gemeente nogal eens ervaren als het moet op grond van de wet, dus daar komen we helaas niet onderuit. Terwijl het juist bedoeld is als hulpmiddel bij het maken van de beleidskeuzes in een bestemmingsplan. Vaak wordt een planMER pas opgesteld als het bestemmingsplan al klaar is. De keuzes zijn dan al gemaakt, waardoor het planMER niet de meerwaarde heeft die het zou kunnen en moeten hebben: het bieden van informatie over de milieueffecten van beleidskeuzes waardoor in een bestemmingsplan goed overwogen keuzes gemaakt kunnen worden. Door het planMER-proces vanaf het begin op het bestemmingsplan-proces af te stemmen, kan het planMER een duidelijke meerwaarde hebben.

Het planMER en het bestemmingsplan sluiten onvoldoende op elkaar aan

Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat in een planMER tenminste de milieueffecten van de maximale planologische mogelijkheden van een bestemmingsplan moeten worden beoordeeld. In de praktijk blijkt dat een planMER en een bestemmingsplan wat dit betreft regelmatig onvoldoende op elkaar aansluiten. Ook hier is een goede afstemming tussen het planMER en het bestemmingsplan belangrijk.

Het bestemmingsplan voldoet niet aan de eisen van de Natuurbeschermingswet 1998

Op grond van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn verschillende (natuur)gebieden aan-gewezen als Natura 2000-gebieden. Deze zijn op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna Nbw 1998) beschermd. Hierin is bepaald dat een bestemmingsplan geen (significant) negatief effect op een Natura 2000-gebied mag hebben.

Binnen de meeste Natura 2000-gebieden is sprake van een overbelaste situatie wat betreft stikstof. Hierdoor is in deze gebieden een duidelijk risico op achteruitgang van de natuur. Stikstof komt onder andere vrij als ammoniak bij veehouderijbedrijven uit stalgebouwen, mest en het weiden van vee. Door ontwikkelingsruimte op te nemen voor veehouderijbedrijven in een bestemmingsplan buitengebied kan dan ook de neerslag van stikstof in een Natura 2000-gebied toenemen. Hierdoor is sprake van een negatief effect en is het bestemmingsplan in strijd met de Nbw 1998.

Uit deze uiteenzetting blijkt dat het erg belangrijk is om de werelden van het planMER en het bestemmingsplan te verenigen en op elkaar te laten aansluiten.

In de praktijkmiddag

planMER en bestemmingsplan buitengebied

op 17 juni wordt dit specifieke onderwerp nader toegelicht.

Pier Wiebe Rienstra

Henk Veldhuis

Gerelateerde info:

Artikel delen