nieuws

Actualiteiten overheidsprivaatrecht – oktober 2018

09-11-2018

Het overheidsprivaatrecht is voortdurend in beweging. Wij zetten daarom maandelijks de belangrijkste ontwikkelingen in de rechtspraak op een rij.

1. Toezeggingen en gerechtvaardigd vertrouwen

Deze maand zijn twee interessante vonnissen gewezen over de niet-nakoming van toezeggingen. In het eerste vonnis oordeelt de Rechtbank Amsterdam dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door haar toezegging om een bestemmingsplan in procedure te brengen niet na te komen. De toezegging was niet rechtstreeks door de gemeente gedaan, maar wordt door de rechtbank toch aan de gemeente toegerekend. De toezegging was bovendien niet aan de partij gedaan die zich daarop beroept. Hierover oordeelt de rechtbank dat de voorwaarde van het individuele, persoonsgebonden karakter van een toezegging – in dit geval – niet zo eng moet worden uitgelegd dat de opvolgend eigenaar van de gronden waarop de toezegging betrekking heeft, hierop geen beroep kan doen. De rechtbank stelt vervolgens vast dat de voorwaarden die de gemeente heeft gesteld aan haar planologische medewerking zijn vervuld. De rechtbank concludeert dat de schade (in een afzonderlijke schadestaatprocedure) moet worden begroot met toepassing van de leer van de kansschade. In het tweede vonnis oordeelt de voorzieningenrechter dat de gemeente niet het vertrouwen heeft gewekt dat – na sloop van een kassencomplex op een perceel – geen nieuwe kassen zouden worden gebouwd op dat perceel, en dat het perceel geheel zou worden ingericht als groen- en waterstrook. In dit vonnis worden uitlatingen van anderen dan de gemeente (een projectontwikkelaar) juist niet aan de gemeente toegerekend.

2. Aansprakelijkheid voor vernietigde besluiten

Deze maand zijn ook twee interessante uitspraken gedaan over de aansprakelijkheid van gemeenten voor het nemen van onrechtmatige besluiten. Een arrest van het Hof 's-Hertogenbosch gaat over het weigeren van een milieuvergunning, de sluiting van een inrichting door de toepassing van bestuursdwang en de weigering van een omgevingsvergunning beperkte milieutoets. De last onder bestuursdwang was 'ingetrokken' door het college bij wijze van besluit op bezwaar, waarna een proceskostenvergoeding was toegekend in een afzonderlijk besluit. Het hof overweegt dat de beide besluiten in onderling(e) verband en samenhang moeten worden bezien, en leidt hieruit af dat het college heeft erkend dat de last onder bestuursdwang onrechtmatig was. Een vonnis van de Rechtbank Den Haag gaat over de verlening van een bouwvergunning en vrijstelling voor de vestiging van een sportschool. Een drietal besluiten op het bezwaar van een concurrent was onrechtmatig, maar het vierde besluit op bezwaar was onherroepelijk geworden. De rechtbank overweegt dat formele rechtskracht toekomt aan dit laatste besluit én aan het primaire besluit, en stelt vast dat het causaal verband met de drie onrechtmatige besluiten op bezwaar ontbreekt. De rechtbank twijfelt er niet aan dat meteen op rechtmatige wijze bouwvergunning en vrijstelling had kunnen worden verleend, en dat het college dit ook daadwerkelijk zou hebben gedaan. De rechtbank licht dit uitvoerig toe, en oordeelt dat de concurrent bij rechtmatige besluitvorming zelfs eerder schade had geleden dan in de feitelijke situatie.

3. Verjaring en inpoldering

De gevallen van 'landjepik' zijn talrijk. 'Waterpik', meer specifiek in de vorm van inpoldering op microniveau, hebben wij echter nog niet eerder gezien. De rechtbank Noord-Holland wel, zo blijkt uit een recente uitspraak van deze rechtbank. In deze procedure draaide het om een door de rechtsvoorganger van eiser aangelegde landtong in het open vaarwater van de gemeente. Daartoe is een deel van het open vaarwater gedempt met zand en afgebakend met beschoeiing. De landtong is daarnaast alleen bereikbaar via eiser's tuin, loopt door in de tuin en op de landtong is ten slotte een wilg geplant. De gemeente meent dat dit geen bezit oplevert, nu geen sprake is van (i) bezitsdaden en (ii) het bezit/gebruik voor haar niet kenbaar zou zijn geweest. Over punt (i) is de rechtbank kort: het hiervoor omschreven gebruik constitueert wel degelijk bezit. Voor punt (ii) verwijst de rechtbank naar de strenge lijn die de Hoge Raad hier hanteert (zie deze annotatie). Volgens de rechtbank had de gemeente vanaf het vaarwater of haar aanliggende gronden kunnen zien dat haar grond in be-zit was genomen. Nu het bezit daarnaast (langer dan) 20 jaar heeft voortgeduurd, komt de rechtbank tot de conclusie dat sprake is van eigendomsverkrijging door verjaring.

4. Onredelijke weigering van toestemming voor overdracht erfpacht- en opstalrecht

Op 4 oktober wees de rechtbank Noord-Holland een interessant vonnis over de overdracht van een erfpacht- en opstalrecht aan een derde. De gemeente was om toestemming gevraagd voor een dergelijke overdracht, maar had deze geweigerd omdat zij in verband met de herontwikkelingsplannen van het gebied 'alle opties wilde openhouden en niet geconfronteerd wilde worden met een nieuwe eigenaar, waardoor de mogelijkheden voor de gemeente om te kiezen voor een andere bestemming werden beperkt'. In gevallen waarin om toestemming wordt gevraagd voor de overdracht van een erfpacht- en opstalrecht, zal steeds moeten worden beoordeeld of de weigering om deze te verlenen is gebaseerd op redelijke gronden. Naast het feit dat het onthouden van toestemming onder meer onredelijk kan zijn als de rechten daarmee (feitelijk) onoverdraagbaar worden, geeft de kantonrechter aan dat zulks ook het geval kan zijn op het moment dat de weigering de toets aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur niet kan doorstaan. Volgens de kantonrechter betekent dat concreet dat de belangen van de erfpachter/opstaller bij het besluit tot weigering aantoonbaar moeten zijn meegewogen. Nu de gemeente volgens de kantonrechter onvoldoende rekening heeft gehouden met de – volgens de kantonrechter – gerechtvaardigde belangen van de erfpachter/opstaller (onder meer een belangrijk financieel belang), had de gemeente redelijkerwijs niet kunnen besluiten tot weigering van de toestemming voor overdracht. De kantonrechter verleent dan ook een machtiging (die in de plaats treedt van de benodigde gemeentelijke toestemming) aan de erfpachter/opstaller om het erfpacht- en opstalrecht te kunnen overdragen.

5. Herstel van een foutieve inschrijving – zeer strikte toepassing

Binnen het aanbestedingsrecht geldt als uitgangspunt dat een eenmaal ingediende inschrijving niet mag worden aangepast. Als de inschrijving een fout bevat, moet dat doorgaans leiden tot uitsluiting. Slechts in bepaalde gevallen (kenbare fouten en eenvoudige preciseringen) is herstel van de inschrijving toegestaan. Dit geldt echter alleen als dit niet leidt tot een materiele wijziging daarvan. Hoe strikt dit laatste vereiste door voorzieningenrechters wordt toegepast, blijkt uit een recent vonnis van de rechtbank Den Haag. Aan de orde was een inschrijving die niet aan de vormvereisten voldeed, omdat de daarin opgenomen tabel (althans de tekst in die tabel) niet was opgesteld in Verdana 9 maar in Verdana 5. Herstel, door middel van het verwijderen van de tabel zelf (de kaders) en het vervangen daarvan met de letterlijke tekst uit die tabel was niet toegestaan, omdat dit zou leiden tot een materiele wijziging van de inschrijving. Volgens de voorzieningenrechter bevat ook een tabel zelf namelijk informatie, nu hieruit het verband volgt tussen de tekst uit elke kolom en de kop van die kolom. Nu het wegnemen van die informatie – dus praktisch gezien het verwijderen van de lijnen van de tabel – zou leiden tot een materiele wijziging, was herstel in dit geval niet mogelijk.