nieuws

Actualiteiten omgevingsrecht – week 14

15-04-2019

Actualiteiten omgevingsrecht van week 14.

Cumulatie van een bestraffende sanctie (bestuurlijke boete) en een herstelsanctie (Damocles) is in beginsel mogelijk. (ECLI:NL:RVS:2019:1018)

Burgemeester en B&W leggen twee sancties op na het ontdekken van een hennepkwekerij in een woning. B&W leggen een bestuurlijke boete op vanwege het onttrekken van een woning aan de woningvoorraad en de burgemeester sluit de woning op grond van artikel 13b Opiumwet. De vraag is of deze cumulatie mogelijk is. In navolging van de Rechtbank stelt de ABRS vast dat bij de totstandkoming van de Awb al hierover gesproken is; “Cumulatie van een bestraffende sanctie (een bestuurlijke boete of strafrechtelijke sanctie) met een herstelsanctie is in beginsel mogelijk, omdat beide typen sancties naar doel en strekking verschillen. Een herstelsanctie strekt er toe (de gevolgen van) de overtreding te beeindigen of ongedaan te maken, een bestraffende sanctie strekt er toe de overtreder te straffen.” (Kamerstukken II 2003,04, 29702, nr. 3, blz. 88) Nu de bestuurlijke boete is opgelegd als straf en de sluiting van woning gericht is op het herstellen van de openbare orde botsen de twee sancties niet.

Een dwangsom verjaart ook als de overtreding niet door bevoegd gezag is vastgesteld (ECLI:NL:RVS:2019:1035)

De gemeente legt een dwangsom op voor strijdig gebruik. Meer dan een jaar na het verstrijken van de begunstigingstermijn controleert de gemeente en constateert een overtreding. De gemeente stelt verbeuring van de dwangsom (ineens) en start invordering. Overtreder komt met bewijs dat het illegale gebruik al meer dan een jaar bestaat. Artikel 5:35 Awb stelt dat in afwijking van artikel 4:104 Awb de bevoegdheid tot invordering van een verbeurde dwangsom verjaart door verloop van een jaar na de dag waarop zij is verbeurd. Nu is vast komen te staan dat overtreding en daarmee verbeuring meer dan een jaar geleden is, is bevoegdheid tot invordering verjaard. Het risico (doordat de gemeente een jaarlang niet controleert) komt daarmee voor rekening van de gemeente.

Gefaseerde omgevingsvergunning: activiteit bouwen valt niet onder het toepassingsbereik wet milieubeheer (ECLI:NL:RVS:2019:1013)

Gemeente Gemert – Bakel heeft een aanvraag omgevingsvergunning eerste fase (bouw) voor het realiseren van geitenstallen buiten behandeling gelaten met als grondslag artikel 7.28 lid 2 Wet milieubeheer (Wm). Volgens de rechtbank een terechte beslissing, want artikel 4.5, derde lid, van het Besluit omgevingsrecht (hierna: het Bor), in samenhang met artikel 7.28 Wm zou betekenen dat in de gevallen waarin de uiteindelijke omgevingsvergunning m.e.r.-beoordelingsplichtig is, het m.e.r.-beoordelingsbesluit wordt ingediend bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning eerste fase.Indien dat niet gebeurt, moet het college de aanvraag buiten behandeling stellen.

De Afdeling denkt hier anders over en oordeelt dat artikel 7.28 lid 2 Wm niet kan dienen als grondslag om de aanvraag om een omgevingsvergunning eerste fase (bouw)buiten behandeling te laten. De activiteit bouwen valt namelijk niet onder het toepassingsbereik van de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. De onlosmakelijkheid van de activiteit ‘bouwen’ en de activiteit ‘oprichten van een inrichting’ maakt deze conclusie niet anders (zie uitspraak ECLI:NL:RVS:2018:3212).

Beslissingsruimte: Goed woon- en leefklimaat vs. Activiteitenbesluit (geluid) (ECLI:NL:RVS:2019:1049)

Gemeente Beekdaelen heeft voor een locatie in Schinveld een omgevingsvergunning verleend voor het gebruiken van een loods voor bedrijfsmatige opslag. Vervolgens is het daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het besluit herroepen en de omgevingsvergunning alsnog geweigerd.

Ondanks dat de in artikel 2.17, lid 1,aanhef onder b van het Activiteitenbesluit genoemde maximale geluidsniveaus niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten heeft het college deze laad- en losactiviteiten meegenomen bij de toets of er sprake is van goede ruimtelijke ordening; te weten een ‘goed woon- en leefklimaat’. Het college stelt zich op het standpunt dat in dit gevalgeengoed woon- en leefklimaat voor omwonenden kan worden gegarandeerd.

De Afdeling is van oordeel dat het college zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat voor omwonenden geen goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en de vergunning om die reden kunnen weigeren. De motivering hierbij is echter onvoldoende. Het beroep wordt gegrond verklaard met instandlating van de rechtsgevolgen.

Tijdelijke wijziging van het bestemmingsplan (kruimelgeval) (ECLI:NL:RBOR:2019:1667)

De gemeente Valkenswaard geeft een tijdelijke vergunning af voor het houden van de jaarlijkse Dakar Pre-proloog. Het betreft hier een wijziging van gebruik van de reeds aanwezige racebaan via toepassing van artikel 4 lid 11 Bijlage II van de Bor (kruimelgeval en reguliere procedure).

De rechtbank is van mening dat in dit geval artikel 5 lid 6 Bijlage II van de Bor de toepassing via de ‘kruimelgevallenregeling’ in de weg staat. Artikel 5 lid 6 Bijlage II van de Bor heeft tot doel te voorkomendat activiteiten die mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn met een reguliere procedure kunnen worden vergund. De rechtbank is van mening dat het hier een tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan betreft, resulterend in een tijdelijkewijziging van een reeds aanwezige permanente racebaan en het hiermee een mer-beoordelingsplichte activiteit betreft (Bijlage D.43 Besluit m.e.r.). Een tijdelijkewijziging van de feitelijke situatie kwalificeert zich volgens de rechtbank dus ook als wijziging in de zin van Bijlage D.43 Besluit m.e.r. De uitgebreide procedure had dus gevolgd moeten worden. De gemeente moet een nieuw besluit gaan nemen.

En passant merkt de rechtbank nog op dat bij een tijdelijke afwijking ook de opbouw en afbraakvan de circuits leidt tot gebruik van de betreffende gronden in strijd met de bestemming en dus dienen deze te worden meegenomen in de afwijking.

https://www.omgevingsweb.nl/partners/ruimtemeesters