Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staan regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. Daarnaast bevat het Bbl regels over de staat en het gebruik van een bouwwerk. Maar over het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. In het Bbl zijn om die reden relevante regels te vinden over bouw- en sloopafval.



Bouw- en sloopafval (puin e.d.) is in de totale hoeveelheid vrijkomende afvalstoffen in Nederland een aanzienlijke afvalstroom. In paragraaf 7.1 van het Bbl zijn regels gesteld over het scheiden van afvalstoffen bij bouw- en sloopwerkzaamheden. In de artikelen 7.25 en 7.26 is bepaald:

1. Ongeacht de hoeveelheid wordt gevaarlijk bouw- en sloopafval in ieder geval gescheiden in de volgende fracties:
a. als gevaarlijk aangeduide afvalstoffen als bedoeld in hoofdstuk 17 van de afvalstoffenlijst van de Regeling Europese afvalstoffenlijst, voor zover deze stoffen niet onder b tot en met d van dit lid zijn opgenomen;
b. teerhoudende dakbedekking, al dan niet met dakbeschot;
c. teerhoudend asfalt; en
d. gasontladingslampen.
2.Een gevaarlijke stof wordt niet gemengd of gescheiden.
3.De fracties worden op het bouw- en sloopterrein gescheiden gehouden en gescheiden afgevoerd.
4. In afwijking van het derde lid kunnen de fracties op een andere plaats worden gescheiden voor zover scheiding op het bouw- en sloopterrein redelijkerwijs niet mogelijk is.

Artikel 7.26
1.Overig bouw- en sloopafval wordt in ieder geval gescheiden in de volgende fracties:
a. bitumineuze dakbedekking, al dan niet met dakbeschot;
b. niet-teerhoudend asfalt;
c. vlakglas, al dan niet met kozijn;
d. gipsblokken en gipsplaatmateriaal;
e. dakgrind; en
f. armaturen.

2.De fracties worden op het bouw- of sloopterrein gescheiden gehouden en gescheiden afgevoerd.

In paragraaf 7.2 van het Bbl zijn regels gesteld ten aanzien van bouw- en sloopafval bij sloopwerkzaamheden (mobiele puinbreekinstallaties). Dit is van toepassing op het breken van steenachtige bedrijfsafvalstoffen voor zover afkomstig van het bouwen en slopen van bouwwerken of wegen, met een mobiele installatie voor het bewerken van bouw- en sloopafval, met inbegrip van alle daarbij gebruikte overige installaties en toestellen, gedurende een periode van ten hoogste drie maanden en in de directe nabijheid van het bouwwerk of de weg waar het te breken afval vrijkomt. In artikel 7.34 van het Bbl is bepaald:

Het is verboden een mobiele puinbreker in werking te hebben of te laten hebben zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

De regels op grond van het voormalige Besluit mobiel breken bouw- en sloopafval (o.a. geluid en scheiden) zijn nu deels opgenomen in het Bbl.