Menu

Zoek op
rubriek

De coronalessen van… Saskia Hegeman, Unitmanager Consultancy & Onderzoek bij Nieman Raadgevende Ingenieurs

1 december 2020

Interview

Interview

1. Welke invloed heeft de coronacrisis op uw werkgebied in de bouw?

De invloed van de Corona is heel dubbel: in het begin van de crisis waren we wat beperkt in onze mogelijkheden om bijvoorbeeld schade- en klachtenonderzoeken uit te voeren vanwege de intelligente lockdown en risico’s voor onze medewerkers. Inmiddels is het “nummertje trekken” voor advies over ventilatie en binnenklimaat in bestaande gebouwen. Ik kan wel zeggen dat er door de (media)aandacht voor corona, gebouwen en ventilatie een run dreigt te ontstaan op bouwfysici en adviserend installatietechnici. Nieman probeert haar kennis en kunde zo effectief mogelijk in te zetten door mee te werken aan instrumentontwikkeling: we helpen andere partijen graag met een slim instrument op weg: “de goede dingen goed doen; en daar in de toekomst geen spijt van krijgen”.

In complexe gevallen kijken we graag gebouwspecifiek mee, misschien vooral omdat binnenklimaat een delicate balans is. Verbeteren van het één is soms een “slechte” oplossing, vanwege effect op het ander. Maar wél een oplossing die in het hier-en-nu (tijdens de periode van virusverspreiding) “slim” is en past bij de richtlijnen. “Korte termijn effectief” en “lange termijn houdbaar” staan in een situatie als deze soms op gespannen voet met elkaar; we moeten daarover als adviesbranche transparant en eerlijk zijn.

2. Zijn er probleemgebieden die voorheen al speelden, maar die urgenter zijn geworden?

Binnenklimaat in onderwijsgebouwen is al jaren onderwerp van gesprek: in hete zomers en koude winters zijn het vooral de oudere gebouwen die klimatologisch niet goed mee kunnen. In de hele nieuwe gebouwen is het klimaat op papier in orde, maar komen we inregelingsproblemen en geluidsklachten tegen. De tussencategorie kan ook zorgen geven, vooral ook omdat er een aantal jaren scholen zijn gebouwd waarbij spui-ventilatie geen eis was; daar kan dus geen raam open. En dan hebben we het nog niet gehad over verpleeghuizen, met een geheel eigen problematiek en over winkels waarbij de frisse lucht uit de airco lang niet altijd verse lucht is. In combinatie met intensief gebruik of verduurzamingsvraagstukken zijn hier al heel veel puzzeltjes gelegd: Corona maakt binnenklimaatvraagstukken meer zichtbaar en zet tijdsdruk achter de oplossingen.

3. Wat zijn de belangrijkste nieuwe inzichten?

Een belangrijk nieuw inzicht is dat de regelgeving “ook maar regelgeving is”; in de basis geschreven als minimum voor gezondheid in algemene zin (bij ventilatie: voorkomen van hele hoge concentraties CO2 en fijnstof) en niet op specifieke risico’s als virusverspreiding. Bovendien werd onvoldoende gekeken naar het daadwerkelijk functioneren in de praktijk en vormt onderhoud te vaak een sluitpost. Of dat echt een nieuw inzicht is? Nee, dat weten we al lang; het is het niveau waarvoor maatschappelijk draagvlak is en wat zich in kosten verhoudt tot de baten, aldus de regelgever en de politiek. Het wordt vooral meer zichtbaar nu. En dat doet her en der de wenkbrauwen fronsen.

Corona vergroot wel het besef dat de regelgeving, zeker voor bestaande bouw, niet altijd zwaar genoeg is voor een goed binnenklimaat. Te weinig partijen hebben de afgelopen jaren vanuit eigen intrinsieke motivatie in elk gebouw “een stapje meer gezet” en bijvoorbeeld aansluiting gezocht bij de (verdergaande) richtlijnen voor “frisse scholen” [RVO], ook voor bestaande locaties. Ik zie veel welwillende opdrachtgevers en ketenpartners, maar die welwillendheid ontstaat vaak pas gaandeweg het adviestraject. Het kost veel tijd om opdrachtgevers en ketenpartners mee te nemen op een route die ruimte biedt voor écht kwalitatief goede gebouwen. Het “voldoen aan de regels” is (ook vanuit financieel oogpunt) toch vaak het startpunt. Daarmee niet gezegd dat “een stapje meer” altijd een flinke som geld kost: juist in de optimale oplossing zit ‘m de winst, maar die oplossing vinden we pas als we uit de regelgeving-kramp zijn losgekomen.

Corona gaat wat dat betreft wel positief doorwerken, maar heeft ook een risico in zich. Het risico dat we op grote schaal overmatig risicomijdend worden zijn en overinvesteren; zeker als we elkaar in aansprakelijkheids- en “Coronaproof”-garantieconstructies proberen te duwen.

4. Zijn er zaken die blijvend zullen veranderen, ook na corona? Zo ja, welke?

Van alles: het (flex-)kantoorgebruik en de ruimtelijke opzet van gebouwen (zeker de openbare, waarin volstrekt onbekenden elkaar tegenkomen) gaan waarschijnlijk veranderen. Dat werkt door tot in huur- en misschien zelfs grondprijzen. In eerdere crisissen heeft de bouw bewezen wat na te ijlen op de economie als geheel; dat gaat nu niet anders zijn. Elk hotel dat een half jaar leeg heeft gestaan krabt zich twee keer achter de oren als de nieuwbouwtekeningen op tafel komen. Waardevast maken en houden van vastgoed zal wat prominenter worden, waarmee ook voor de adviesbranche de focus wat verschuift naar beheer&onderhoud. Deze ontwikkeling was al gaande, maar komt zomaar in een stroomversnelling.

5. Ten slotte, wat is de invloed van corona op uw eigen werk?

Dagelijks management gaat op een andere manier. Vanaf het prille begin hebben we ingezet op “the social factor”: begrip tonen voor de thuissituatie en daarin flexibel zijn en positiviteit uitstralen: wat kan wél. Ook: oog hebben voor de dingen die je juist niet ziet. Teams/Zoom/Google vergadert tóch anders dan fysiek: soms beter, soms slechter, maar vooral… anders. We dachten kwetsbaar te zijn op de wat meer introverte medewerkers, maar vooral voor de kartrekkers en extraverte mensen (de mensen die zich gedragen voelen door hun team en die feedback nodig hebben voor hun eigen energie) was het thuiswerken een uitdaging. We vonden redelijk snel een nieuwe balans en combineren nu het beste van twee werelden. Dat kunnen we nog wel een tijdje volhouden, al hopen we natuurlijk dat dat niet nodig is.

Artikel delen