vonnis
RECHTBANK OOST-BRABANT
Civiel Recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
zaaknummer / rolnummer: C/01/372549 / HA ZA 21-460
Vonnis van 20 oktober 2021
in de zaak van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BRIDGE POLYMERS INTERNATIONAL B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
2. vennootschap naar buitenlands recht BRIDGE POLYMERS S.L.,
gevestigd te Alcoy (Spanje),
eiseressen,
advocaat mr. E. Jansberg te Eindhoven,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ( [land] ),
gedaagde,
niet verschenen.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding;
het tegen gedaagde verleende verstek.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2.1.In deze zaak speelt, samengevat, het volgende. Eiseressen stellen dat gedaagde zich heeft voorgedaan als gevolmachtigde van het in Spanje gevestigde A.F.G.I. Grup Industrial S.L. (A.F.G.I.) en zo eiseressen heeft bewogen tot het leveren van (roerende) goederen aan A.F.G.I. In deze procedure maken eiseressen aanspraak op betaling van (een bedrag gelijk aan) de met deze leveringen gemoeide factuurbedragen, vermeerderd met rente. Eiseressen stellen primair dat gedaagde door haar handelswijze – in plaats van A.F.G.I., zo begrijpt de rechtbank – zélf partij is geworden bij de koopovereenkomst met eiseressen.
2.2.Het geschil kent internationale componenten. Zowel eiseres sub 2 als gedaagde als A.F.G.I. zijn gevestigd in Spanje. Eiseres sub 1 is gevestigd in Nederland. De rechtbank zal dus moeten toetsen of zij bevoegd is om van het geschil kennis te nemen en moeten vaststellen welk recht van toepassing is op de rechtsverhouding tussen eiseressen en gedaagde.
De bevoegdheid moet de rechtbank vaststellen aan de hand van de Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking), hierna: “EEX-Vo II”. Uitgangspunt uit artikel 4 EEX-Vo II is dat een gedaagde wordt opgeroepen voor een gerecht in de lidstaat waar zij woont. In dit geval is dit Spanje. Op dit uitgangspunt zijn uitzonderingen mogelijk. Eiseressen doen een beroep op de uitzondering uit artikel 25 EEX-Vo; een forumkeuze. Een forumkeuzeovereenkomst moet als een autonome en separate overeenkomst worden gezien, ook als zij in een andere overeenkomst is opgenomen. Verder moet de rechtbank toetsen of er tussen partijen wilsovereenstemming over de forumkeuze is. Daar is in dit geval geen sprake van. Eiseressen stellen immers dat zij uitgingen van een (forumkeuze)overeenkomst met A.F.G.I. De wil van eiseressen was er niet op gericht om met gedaagde een forumkeuzeovereenkomst te sluiten. Bij gedaagde was deze wil evenmin aanwezig, zij wenste zichzelf niet te binden. Voor de rechtbank is niet duidelijk op welke grondslag gedaagde moet worden geacht te zijn toegetreden tot de forumkeuzeovereenkomst die eiseressen met A.F.G.I. wilden sluiten. Partijen hebben dus niet met elkaar een bevoegd forum aangewezen.
Dan is de vervolgvraag of de rechtbank haar bevoegdheid kan ontlenen aan de koopovereenkomst zelf.n
De rechtbank laat daarbij even in het midden of gedaagde überhaupt kan worden geacht te zijn toegetreden tot de overeenkomst.
2.4.Op basis van de primaire grondslag van eiseressen moet de rechtbank zich onbevoegd verklaren. De rechtbank is daarmee ook onbevoegd om van de (meer) subsidiaire vorderingen van eiseressen kennis te nemen. Daar zou de rechtbank namelijk pas aan toekomen, indien zij de primaire vordering afwijst. Door het ontbreken van rechtsmacht ten aanzien van de primaire vordering, komt de rechtbank aan die afwijzing echter niet toe. Bovendien maakt het voor eiseressen een (financieel) verschil of de primaire of subsidiaire vordering wordt toegewezen.
2.5.De rechtbank verklaart zich aldus onbevoegd om van de vorderingen van eiseressen kennis te nemen.
2.6.Eiseressen zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van gedaagde worden begroot op nihil.
De rechtbank
3.1.verklaart zichzelf onbevoegd om van de vorderingen van eiseressen kennis te nemen,
3.2.veroordeelt eiseressen in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde tot op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2021.