Is een bijbehorend bouwwerk van rechtswege een tweede huis geworden?

Vraag

Is er van rechtswege een tweede woning is ontstaan of heeft de gemeente, door het niet toepassen van de kruimelafwijking, de mogelijkheid het een bijbehorend bouwwerk te laten blijven?

In 2014 is het bijbehorend bouwwerk gesplitst van de woning en is aan het nieuwe verblijfsobject een huisnummer toegekend. In het bijbehorend bouwwerk zijn de primaire woonfuncties aanwezig; een keuken, woon- en badkamer, twee slaapkamers en een eigen voordeur naar buiten en een verbindingsdeur naar het hoofdgebouw.

Klopt het dat het bijbehorende bouwwerk per definitie een tweede woning is geworden? En dat het geen bijbehorend bouwwerk kan zijn, aangezien het daarin niet is toegestaan primaire woonfuncties onder te brengen?

Antwoord

Of er in planologische zin sprake is van een legale tweede woning, zal moeten worden beoordeeld aan de hand van de feitelijke omstandigheden, het vigerende bestemmingsplan en hetgeen is toegestaan bij het genoemde besluit van 2014. Een bestemmingsplan kent vaak eigen definities van begrippen zoals ‘woning’ en ‘bijbehorend bouwwerk’. Om die reden kan ik ook niet beoordelen of primaire woonfuncties in bijbehorende bouwwerken al dan niet zijn toegestaan.

Toelichting

In algemene zin kan ik wel het volgende melden over bijbehorende bouwwerken wanneer toepassing wordt gegeven aan bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor). Gelet op de begripsbepaling van artikel 1 van deze bijlage is een bijbehorend bouwwerk een uitbreiding van het hoofdgebouw dan wel een gebouw of ander bouwwerk met een dak dat functioneel verbonden is met het hoofdgebouw dat op hetzelfde perceel staat. Met functionele verbondenheid wordt bedoeld dat het gebruik van het bijbehorende bouwwerk in planologisch opzicht gerelateerd moet zijn aan het gebruik van het hoofdgebouw. Dit betekent dat gebruiksfuncties die toelaatbaar worden geacht binnen een in planologisch opzicht gebruikelijke woonbestemming, ook toelaatbaar zijn binnen een bijbehorend bouwwerk (vgl. Stb. 2010/143, p. 133). Artikel 1 lid 4 van bijlage II van het Bor bepaalt verder uitdrukkelijk dat voor de toepassing van bijlage II van het Bor huisvesting in verband met mantelzorg wordt aangemerkt als functioneel verbonden met het hoofdgebouw. Primaire woonfuncties zijn dus in beginsel toegestaan binnen bijbehorende bouwwerken als bedoeld in bijlage II van het Bor.

Ten aanzien van bijbehorende bouwwerken die vergunningvrij op een afstand van 4 meter van het oorspronkelijke hoofdgebouw mogen worden gebouwd, geldt een uitzondering. In dat geval geldt ingevolge artikel 2 lid 3 onder b ten tweede van bijlage II van het Bor de eis dat het gebruik functioneel ondergeschikt dient te zijn aan het hoofdgebouw. Daarmee wordt bedoeld dat het gebruik in planologisch opzicht ondergeschikt en ondersteunend moet zijn aan het gebruik van het hoofdgebouw. Bij een woning betekent dit dat er in deze bijbehorende bouwwerken geen primaire woonfuncties zoals woonkamer, keuken of slaapkamer mogen worden gerealiseerd. Een bijkeuken, atelier en berging zijn wel functioneel ondergeschikt te achten aan de functie van een woning (vgl. Stb. 2010/143, p. 134).

Tot slot wijs ik er op dat artikel 5 lid 1 van bijlage II van het Bor bepaalt dat bij toepassing van de artikelen 2, 3 en 4 het aantal woningen gelijk dient te blijven. Deze eis is niet van toepassing in de gevallen genoemd in de leden a tot en met c van dit artikel. Ter bepaling of het aantal woningen gelijk blijft als bedoeld in artikel 5 lid 1 van bijlage II van het Bor, moet niet bij de feitelijke situatie maar bij de bebouwingsmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt aansluiting worden gezocht (vgl. ABRvS 12 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4079). Artikel 5 kan er dus aan in de weg staan dat een tweede woning wordt mogelijk gemaakt in een bijbehorende bouwwerk als bedoeld in bijlage II van het Bor.

Datum: 22 May 2019