Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

Zoek in dossier

Het ruimtelijke ordeningsrecht verandert voortdurend. Op 1 juli 2008 trad de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking, waarbinnen ook grondexploitatie een regeling kreeg. Dit betekende een behoorlijke cultuuromslag en een nieuwe rolverdeling tussen Rijk, provincies en gemeenten. In 2010 deden de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Crisis- en herstelwet (Chw) hun intrede. Daarmee werden vertrouwde rechtsfiguren als de bouw- en milieuvergunning vervangen door de integrale omgevingsvergunning en nam het aantal instrumenten voor project- en gebiedsontwikkeling toe. De invoering hiervan ging gepaard met ingrijpende wijzigingen van sectorale wetten en met nieuwe AMvB’s (Bro, Bor) en ministeriële regelingen (Mor, Rsro). Sindsdien zijn deze wetten nog talloze malen aangevuld en gewijzigd. En nu wordt gewerkt aan de Omgevingswet, waarin alles samenkomt.

Ook beleidsmatig is er het nodige veranderd: het nationaal belang is ingekaderd met het bijbehorende Besluit algemene regels omgevingsrecht (Barro). Provincies maken dankbaar gebruik van de mogelijkheden om inpassingsplannen en provinciale verordeningen vast te stellen en reactieve aanwijzingen te geven. Gemeenten zijn druk in de weer met de actualisering van bestemmingsplannen en beginnen instrumenten als de structuur-/omgevingsvisie, de beheersverordening en de coördinatieregeling te verkennen