Menu

Zoek op
rubriek

Planschade, vereenzelviging en schadeberekening

Hoe om te gaan met vereenzelviging bij planschade? Deze vraag stond centraal in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 7 oktober 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2382). De Afdeling doet een opvallende uitspraak.

Kate, Bas ten
18 november 2020

Jurisprudentie – Samenvattingen

Een tankstation in Loenen aan de Vecht zag haar omzet teruglopen als gevolg van de aanleg van een nieuwe ringweg. Als gevolg van die aanleg passeerde veel minder verkeer het station dan voorheen.

Eigendom en exploitatie van het tankstation waren ondergebracht in verschillende BV’s. Beide BV’s vroegen om vergoeding van schade die zij ondervonden als gevolg van de vaststelling van het bestemmingsplan dat de aanleg van de ringweg mogelijk had gemaakt.

WAARDEVERMINDERING EN INKOMENSSCHADE

Vast stond dat de waarde van het tankstation in hoge mate werd bepaald door de met de exploitatie te genereren inkomsten. De inkomstenderving als gevolg van de inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan had daarom tot een waardevermindering van het tankstation geleid. Het college had geoordeeld dat de vermogensschade om die reden deels was verdisconteerd in de inkomensschade en had de gekapitaliseerde inkomensderving in mindering gebracht op de vermogensschade. Deze van de onteigeningssystematiek afwijkende wijze van schadeberekening is in geval van planschade/nadeelcompensatie gebruikelijk.

VEREENZELVIGING BIJ PLANSCHADE

De eigenaar betoogde dat de gekapitaliseerde inkomensderving ten onrechte op de vermogensschade in mindering was gebracht, omdat de inkomensschade door een andere BV was ondervonden. De Afdeling gaat daar niet in mee. Zij overweegt dat eigenaar en exploitant in feite een samenwerkingsverband vormen. Daarbij berust zeggenschap en belang uiteindelijk geheel bij dezelfde natuurlijke persoon als middellijk of onmiddellijk aandeelhouder en bestuurder. In feite gaat het om dezelfde onderneming gaat, zodat het samenwerkingsverband als geheel planschade lijdt. Daarom acht de Afdeling de aftrek gerechtvaardigd: het doet recht aan de economische werkelijkheid. De Afdeling verwijst tenslotte naar het arrest van de Hoge Raad van 21 november 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BE9104).

COMMENTAAR

De verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad is opvallend, omdat dat arrest een onteigening betrof. Op diverse onderdelen wijkt de wijze van schadeberekening die de Afdeling in geval van planschade/nadeelcompensatie toepast echter af van hetgeen in onteigeningen gebruikelijk is. Enige toelichting op die afwijking ontbreekt meestal.

Opvallend is bovendien dat de Hoge Raad in die onteigeningskwestie voor vereenzelviging koos, omdat een benadeelde alleen via vereenzelviging in aanmerking kon komen voor een schadeloosstelling. Er werd dus vereenzelvigd in het belang van de onteigende. In deze uitspraak over planschade pakt de vereenzelviging juist uit in het nadeel van de benadeelde BV.

Artikel delen