← Terug naar vorige pagina

De beoordeling van de behoefte aan woningen in een bestemmingsplan


De uitspraak van de Raad van State van 6 november 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:3759) is het signaleren waard, omdat de Raad daarin nog eens overweegt dat in de beschrijving van de behoefte aan woningen tot uitdrukking moet komen dat die behoefte moet zijn afgewogen tegen het bestaande aanbod en de harde planologische capaciteit. Als deze twee laatste bij elkaar opgeteld minder bedragen dan de behoefte, is er ruimte voor woningbouw. De gemeenteraad mag hierbij de zogenoemde zachte plancapaciteit buiten beschouwing laten. Dit begrip definieert de Raad van State in de uitspraak als de woningen, die worden genoemd in voorgenomen stedelijke ontwikkelingen die ten tijde van de planvaststelling nog onvoldoende concreet zijn. Hiertoe behoren, aldus de Raad van State, ook woningen in een ontwerp-bestemmingsplan of in een nog uit te werken bestemmingsplan.

De uitspraak is ook het signaleren waard omdat de Raad van State opnieuw overweegt dat het niet aanvaardbaar is dat ‘een planregel in zijn algemeenheid, dus zonder acht te slaan op de locatie-specifieke omstandigheden, vergunningvrij bouwen aan banden legt’. Dit mag alleen als de raad deugdelijk motiveert dat deze omstandigheden daartoe nopen.

Geen samenvattingen beschikbaar.

Geen jurisprudentie beschikbaar.

Geen regelgeving beschikbaar.

Geen naslag beschikbaar.

ECLI ECLI:NL:RVS:2019:3759
Datum publicatie 08-11-2019