← Terug naar vorige pagina

Handhaven onevenredig


Het gebeurt niet vaak dat de Afdeling tot het oordeel komt dat het bevoegd gezag redelijkerwijs tot het oordeel heeft kunnen komen dat van handhaving kon worden afgezien omdat handhaving onevenredig zou zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. Uitspraken waarin dat toch gebeurt, zijn alleen daarom al het signaleren waard. De uitspraak van 6 november 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:3723) betreft zo'n zaak. In deze zaak staat de besluitvorming naar aanleiding van een handhavingsverzoek centraal dat onder meer betrekking heeft op een op een buurperceel van de verzoeker om handhaving zonder omgevingsvergunning gebouwde schutting. Niet ter discussie stond dat het college van burgemeester en wethouders bevoegd was daartegen handhavend op te treden. Het college had besloten daarvan af te zien omdat handhaving onevenredig zou zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen van de verzoeker om handhaving (de buurman).

De zonder vergunning gebouwde schutting bevond zich aan de andere kant van de achtertuin van de buurman ten opzichte van de erfgrens tussen de achtertuinen van verzoeker en zijn buurman. Op de erfgrens stond echter ook al een erfafscheiding (kennelijk legaal) die even hoog is als de schutting waarop het handhavingsverzoek betrekking had. De Afdeling concludeert (met de rechtbank en het college) dat het hierdoor niet aannemelijk is dat het belang van verzoeker wezenlijk wordt geschaad door de zonder omgevingsvergunning geplaatste schutting. De Afdeling stelt verder vast dat, anders dan verzoeker had gesteld, de verkeersveiligheid niet in het geding was door plaatsing van de schutting. Verder zou de schutting omgevingsvergunningvrij kunnen worden geplaatst indien deze net op een andere plek zou zijn gebouwd. Nu er verder geen hinder voor de omgeving was, de schutting bovendien in het verlengde ligt van een schutting van de achterburen van de buurman en dat elders in de stad veel vergelijkbare erfafscheidingen bij hoekwoningen staan waartegen niet handhavend wordt opgetreden, mocht het college (in dit bijzonder geval) afzien van handhavend optreden.

Geen samenvattingen beschikbaar.

  • ECLI:NL:RVS:2019:3723

    Bij besluit van 3 augustus 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven het verzoek van [appellante] om handhavend op te treden tegen [belanghebbende A] en [belanghebbende B] wegens onder meer geluidhinder veroorzaakt door de waterval in de vijver en het zonder omgevingsvergunning bouwen van een schutting in de achtertuin van de woning aan de [locatie 1] te Eindhoven, afgewezen. [belanghebbende] woont in de hoekwoning aan de [locatie 1] te Eindhoven en heeft in zijn achtertuin onder meer een vijver met een waterval, een bijgebouw met een overkapping en een nieuwe schutting gerealiseerd. [appellante] woont naast [belanghebbende] aan de [locatie 2] en ondervindt hinder van het geluid van water dat vanuit de waterval in de vijver valt. Zij heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen onder meer de vijver en de schutting.

    Lees verder

Geen regelgeving beschikbaar.

Geen naslag beschikbaar.

ECLI ECLI:NL:RVS:2019:3723
Datum publicatie 08-11-2019