← Terug naar vorige pagina

Geen belang bij handhaving


In de uitspraak van 6 november 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:3739) gaat het onder meer over de vraag of een verzoeker om handhaving daarbij wel een rechtstreeks betrokken belang heeft. Anders gezegd, is de verzoeker wel belanghebbende bij zijn verzoek. Het betrof een verzoek om handhavend op te treden tegen buiten het bouwvlak gelegen kuilvoerplaten en kuilvoerhopen op een melkvee- en vleesvarkenshouderij. De verzoeker woont tegenover de veehouderij. Verzoeker heeft daarop geen zicht door de bebouwing op het perceel van de veehouderij. Verzoeker stelt dat hij als gevolg van de activiteiten van de veehouderij geurhinder ondervindt en dat het perceel er rommelig uitziet. Verder stelt hij overlast te hebben van het vervoer van kuilvoer naar de veehouderij. De Afdeling stelt vast dat de minimale afstand tussen de tuin van verzoeker en het kuilvoer ongeveer 120 meter bedraagt en dat er geen zichthinder bestaat vanwege de tussenliggende bebouwing. De Afdeling oordeelt verder dat niet is gebleken dat het opgeslagen (droge) kuilvoer, dat is afgedekt, leidt tot geurhinder van enige betekenis voor verzoeker. De Afdeling concludeert dan dat verzoeker geen feitelijke gevolgen van enige betekenis ondervindt van de kuilvoerplaat en kuilvoeropslag. De gestelde overlast van de aanvoer van kuilvoer langs het perceel van verzoeker maakt dat niet anders omdat in dit geval het vervoer van kuilvoer los staat van de opslaglocatie. De Afdeling betrekt daarbij dat het handhavingsverzoek ziet op de aanwezigheid van de opslaglocatie voor kuilvoer. Die aanwezigheid heeft op zichzelf geen invloed op de vervoersbewegingen, welk vervoer inherent is aan de (legale) bedrijfsvoering van de veehouderij. Al met al is verzoeker geen belanghebbende als gevolg waarvan zijn verzoek niet kwalificeert als een aanvraag (artikel 1:3, lid 3 Awb). De reactie op dat verzoek is dan geen besluit waartegen bezwaar en beroep openstaat.

Geen samenvattingen beschikbaar.

  • ECLI:NL:RVS:2019:3739

    Op 16 januari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Valkenswaard een persoonsgebonden gedoogbeslissing genomen voor het instandhouden en het gebruik van een oppervlakteverharding ten behoeve van kuilvoeropslag, aangebracht buiten het bouwvlak van de veehouderij van [vergunninghouder] aan de [locatie] te Valkenswaard, voor zover daarmee een oppervlakte van 200 m2 wordt overschreden.

    Lees verder

Geen regelgeving beschikbaar.

Geen naslag beschikbaar.

ECLI ECLI:NL:RVS:2019:3739
Datum publicatie 08-11-2019