← Terug naar vorige pagina

Rapportage als bewijs van overtreding


In de uitspraak van de Afdeling van 9 oktober 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:3389) komt de vraag aan de orde of de rechtbank bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de beslissing op bezwaar rekening kan houden met een (akoestisch) rapport dat het college ter onderbouwing van de overtreding pas na de beslissing op bezwaar heeft laten opstellen. De Afdeling oordeelt daarover dat dit kan als de bedrijfsactiviteiten ten tijde van de in het rapport neergelegde controles gelijk waren aan de bedrijfsactiviteiten ten tijde van het besluit op bezwaar. Dat was in deze zaak het geval.

Een andere vraag die in deze uitspraak speelt, is of een onderzoek voldoende representatief is wanneer de overtreder (in dit geval een supermarkt) weet heeft van de controle. In deze zaak was dat het geval en was de meetapparatuur bovendien goed zichtbaar opgesteld. De Afdeling vindt het dan niet onaannemelijk dat het laden en lossen daardoor rustiger heeft plaatsgevonden dan normaal. Er was bovendien gemeten boven het rolluik van de supermarkt in plaats van bij de woning van verzoeker om handhaving, terwijl de vrachtwagens recht voor die woning stoppen en dus daar in- en uitladen. De Afdeling vindt het onder deze omstandigheden, mede gelet ook op een door verzoeker overgelegd tegenrapport, niet onaannemelijk dat de geluidsbelasting bij de woning hoger is dan bij het rolluik.

Al met al voldoende reden om te twijfelen aan de deugdelijkheid van het rapport, zodat het besluit op het handhavingsverzoek niet hierop had mogen worden gebaseerd.

Geen samenvattingen beschikbaar.

  • ECLI:NL:RVS:2019:3389

    Bij besluit van 16 maart 2015 heeft het college het verzoek van [appellante] om handhavend op te treden tegen de supermarkt Dirk van den Broek (hierna: de supermarkt) vanwege onder andere geluidsoverlast, afgewezen.

    Lees verder

Geen regelgeving beschikbaar.

Geen naslag beschikbaar.

ECLI ECLI:NL:RVS:2019:3389
Datum publicatie 11-10-2019