← Terug naar vorige pagina

Verjaarde grond inderdaad weer terug, of toch eigen schuld?


Sinds het arrest van de Hoge Raad van 24 februari 2017 (ECLI:NL:HR:2017:309) weten we dat onroerende zaken waarvan door verjaring het eigendom is verloren, kunnen worden teruggevorderd van de gebruiker die zich die zaak te kwader trouw heeft toegeëigend. De Hoge Raad oordeelde namelijk dat in een dergelijke situatie de oorspronkelijk eigenaar een vordering heeft uit hoofde van onrechtmatige daad. De schadevergoeding kan in dat geval in geld worden gevorderd, maar ook in natura in de vorm van (terug)levering van de betreffende zaak, aldus de Hoge Raad.

Een vernieuwend inzicht indertijd, waarvan de breed gedeelde verwachting was dat dit zou leiden tot veelvuldige toepassing in de lagere rechtspraak. En dat is gebeurd. Onder andere heeft het gerechtshof Amsterdam recent een arrest gewezen over zo’n vordering tot schadevergoeding in verband met eigendomsverlies door bevrijdende verjaring (ECLI:NL:GHAMS:2019:2817). Meer specifiek heeft het hof zich gebogen over de vraag of die schadevergoedingsvordering kan worden verminderd, vanwege de eigen schuld van de eigenaar die door onoplettendheid zijn eigendom heeft verloren.

Een bij de tuin getrokken strook grond

Bij deze kwestie waren de gemeente en twee van haar inwoners partij. De inwoners woonden sinds 1984 in de gemeente en hadden omstreeks die tijd aan de achterzijde van hun perceel een strook grond van 61,4 m2 bij hun tuin getrokken. Deze strook hebben ze omheind, afgesloten met een hekwerk en ingericht als tuin. De bestaande beplanting is daarbij verwijderd en vervangen voor nieuwe pruimenbomen. Ook is op de strook een fonteintje aangebracht en een tuinhuisje geplaatst.

In 2008 heeft de gemeente de ‘Beleidsnotitie Snippergroen’ opgesteld. In 2014 heeft de gemeente de strook grond aan de inwoners te koop aangeboden. De inwoners hebben zich toen op verjaring beroepen en de gemeente verzocht medewerking te verlenen aan het passeren van de notariële akte waarmee de nieuwe eigendomssituatie zou worden geformaliseerd. De gemeente heeft dit geweigerd en is tot dagvaarding overgegaan.

Teruglevering van de grond?

De rechtbank heeft overwogen dat de inwoners door verjaring verkrijger zijn geworden van de strook grond, maar dat zij daarmee wel onrechtmatig jegens de gemeente hebben gehandeld. Zij wisten namelijk vanaf het in bezit nemen van de strook grond dat de gemeente hiervan de eigenaar was. Hierdoor waren de inwoners te kwader trouw en hebben zij inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de gemeente.

De rechtbank heeft vervolgens overwogen dat de inwoners daarmee in beginsel schadeplichtig zijn jegens de gemeente, maar dat deze geen aanspraak kan maken op de gevorderde schadevergoeding in natura (teruggave van de strook grond), omdat de gemeente, wetende van de inbreuk op haar eigendomsrecht, niet eerder dan in 2014 hiertegen is opgetreden. Dit is volgens de rechtbank een aan de gemeente toerekenbare omstandigheid waarvan het verlies van eigendom mede het gevolg is. Daarmee ontbreekt het vereiste causale verband tussen de onrechtmatige daad en de schade, of kan gezegd worden dat de gemeente ook zelf schuld heeft aan het ontstaan van de schade en dus geen aanspraak kan maken op volledige schadevergoeding. Voor toewijzing van de vordering tot teruggave van de gehele strook grond is volgens de rechtbank vereist dat de inwoners ook de gehele door de gemeente geleden schade dienen te vergoeden en die verplichting is er niet omdat de gemeente geen vordering tot betaling van schadevergoeding in geld had ingesteld. Ook had zij geen aanspraak gemaakt op teruglevering van een gedeelte van de strook grond.

Het hof maakt terecht korte metten met dit vonnis. In het arrest van de Hoge Raad van 24 februari 2017 is namelijk bepaald dat in gevallen als deze, waarin betaling van schadevergoeding in natura wordt gevorderd in de vorm van teruglevering van de grond, aan de oorspronkelijk eigenaar niet kan worden tegengeworpen dat hij heeft nagelaten regelmatig onderzoek te doen naar eventuele inbezitnemingen van zijn zaak door onbevoegden. Het nalaten van dergelijk onderzoek kan er in beginsel dus niet toe leiden dat het causaal verband geacht wordt te ontbreken, of dat de gemeente eigen schuld kan worden verweten. Dit zou overigens wel anders kunnen zijn als er een concrete aanleiding is geweest om onderzoek te doen de gemeente desondanks geen onderzoek heeft uitgevoerd. Dat was echter in dit geval niet aan de orde. Het hof veroordeelt daarom de inwoners tot teruglevering van de te kwader trouw toegeëigende strook grond.

Conclusie en advies

In deze uitspraak is bevestigd dat een partij, die grond van een ander heeft ingepikt en hiervan door verjaring eigenaar is geworden en geconfronteerd wordt met een vordering tot teruglevering van die grond, zich niet snel zal kunnen verschuilen achter de stelling dat de oorspronkelijk rechthebbende dat had kunnen weten en niets heeft gedaan om eigendomsverlies te voorkomen. Een dergelijk verweer heeft pas zin als er een concrete aanleiding voor de rechthebbende is geweest om onderzoek te doen naar ingebruikname van zijn grond.
Meer weten over verkrijgende verjaring van grond?

Geen samenvattingen beschikbaar.

  • ECLI:NL:GHAMS:2019:2817

    Verjaring. Strook grond is door bevrijdende verjaring in eigendom verkregen. Kwade trouw van degene die strook grond in bezit nam en die zich nu beroept op verjaring. Onrechtmatige daad. Schadevergoeding anders dan in geld. Levering strook grond aan oorspronkelijke eigenaar is passende wijze van schadevergoeding.

    Lees verder

Geen regelgeving beschikbaar.

Geen naslag beschikbaar.

ECLI ECLI:NL:GHAMS:2019:2817
Datum publicatie 16-09-2019