← Terug naar vorige pagina

Verboden werkzaamheden voorafgaand aan asbestinventarisatie


De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde op 21 augustus 2019 dat de minister van SZW terecht een boete van ruim 3000 euro heeft opgelegd aan een asbestverwijderingsbedrijf wegens overtreding van artikel 4.48 lid 4 van het Arbobesluit (ECLI:NL:RVS:2019:2801).

Op 21 januari 2015 heeft een arbeidsinspecteur van SZW een inspectie uitgevoerd, naar aanleiding waarvan op ambtsbelofte een boeterapport is opgemaakt. Hierin is opgenomen dat het pand werd leeg gesloopt met behulp van handgereedschappen en dat een bobcat het pand van binnen kaal stripte. Met de bobcat werden de plafonds en het leidingwerk dat boven de plafonds zit losgetrokken en werd het afval afgevoerd.

Het asbestverwijderingsbedrijf heeft het standpunt ingenomen dat de werkzaamheden werden uitgevoerd onder meer om een andere asbestinventarisatie mogelijk te maken. De minister, de rechtbank en nu ook de Afdeling volgen dit standpunt niet. De Afdeling is van oordeel dat de minister op het boeterapport heeft mogen afgaan. Gelet op de duidelijke scheiding tussen asbestinventarisatie en -verwijdering had het asbestverwijderingsbedrijf geen legitieme reden om deze werkzaamheden te verrichten vóórdat een asbestinventarisatie is afgerond.

  • Het zwijgrecht bij bestuursrechtelijke handhaving

    Mr. F. Damen

    [...] een toezichthouder toezicht op een bedrijf komt houden, moet het bedrijf daar in principe aan meewerken. Daarvoor moeten bijvoorbeeld inlichtingen worden verstrekt. Maar op enig moment kan [...]

    Lees verder
  • De Afdeling herhaalt haar jurisprudentie: bij een ‘verdachte’ rechtspersoon komt het zwijgrecht in beginsel alleen toe aan de bestuurders van die rechtspersoon

    Prof. mr. T. Barkhuysen

    [...] uitspraak van 21 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2801) betreft werknemers van een asbestverwijderingsbedrijf die bezig zijn met werkzaamheden in een pand. Na een melding van het [...]

    Lees verder
  • ECLI:NL:RVS:2019:2801

    Bij besluit van 29 januari 2016 heeft de minister aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 5.400,00. Voorts heeft de minister besloten om inspectiegegevens openbaar te maken.

    Lees verder

Geen regelgeving beschikbaar.

Geen naslag beschikbaar.

ECLI ECLI:NL:RVS:2019:2801
Datum publicatie 26-08-2019