← Terug naar vorige pagina

Veehouder hoeft asbest op zijn stal niet met spoed te laten saneren


De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde op 4 juni jl. een veehouder uit de gemeente Heerde deels in het gelijk (ECLI:NL:RVS:2019:1802). De veehouder hoeft door deze uitspraak de asbest op zijn stal niet vóór 8 juni a.s. te laten verwijderen door een bedrijf met een procescertificaat asbestverwijdering.

Toezichthouders van de gemeente hebben eind april asbestovertredingen geconstateerd. Op 1 mei legde het college van B&W een last onder bestuursdwang op. Op 31 mei is dit besluit herroepen en is een nieuwe last onder bestuursdwang opgelegd, een en ander gelet op het asbestinventarisatierapport dat Qualita Inspecties in de loop van mei heeft opgesteld.

De veehouder maakt bezwaar en vraagt een voorlopige voorziening en voert aan dat niet van hem verlangd kan worden dat hij de asbest op de stal op zo’n korte termijn (vóór 8 juni a.s.) laat saneren. Volgens de veehouder is geen reëel gevaar aanwezig aangezien de beschadigde golfplaten boven de entree van de stal preventief gefixeerd en zullen de kosten voor een spoedsanering hoog zijn.

De voorzieningenrechter volgt het betoog van de veehouder en beslist dat voor wat betreft het saneren van de asbest op de stal kan worden gewacht op de uitkomst van de gemeentelijke bezwaarschriftenprocedure. Opvallend is dat de voorzieningenrechter in de uitspraak niet ingaat op het argument van het college van B&W dat de golfplaten dermate verweerd zijn dat deze bijna niet meer hechtgebonden zijn, zodat er wel degelijk een gevaarlijke situatie bestaat die snel ongedaan moet worden gemaakt.

De veehouder krijgt tot zes weken na het besluit op bezwaar de gelegenheid om de asbest op zijn stal te laten saneren. De voorzieningenrechter voegt hier wel aan toe dat indien vóór ommekomst van deze begunstigingstermijn de staat van het dak veranderd, het college kan verzoeken om opheffing van de schorsing.

Geen samenvattingen beschikbaar.

  • ECLI:NL:RVS:2019:1802

    Bij besluit van 1 mei 2019 heeft het college [verzoeker] gelast de overtredingen in verband met de aanwezigheid van asbest op het perceel aan de [locatie] te Heerde ongedaan te maken onder aanzegging van bestuursdwang. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang bij [verzoeker] in rekening worden gebracht.

    Lees verder

Geen regelgeving beschikbaar.

Geen naslag beschikbaar.

ECLI ECLI:NL:RVS:2019:1802
Datum publicatie 06-06-2019