← Terug naar vorige pagina

Grenswaarden en meetonzekerheid


In de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1737) is de vraag aan de orde hoe het bevoegd gezag bij de handhaving van een grenswaarde voor emissie invulling moet geven aan meetonzekerheid. De Stichting Afvaloven Nee (SAN) had Gedeputeerde Staten van Fryslân om handhaving verzocht wegens de overtreding door het bedrijf REC te Harlingen (een afvalverbrander) van de emissiegrenswaarde van zoutzuur. Dat sprake was van een hogere emissie dan toegestaan was niet in geschil, maar de vraag was of deze hogere emissie binnen de marges van het zogeheten betrouwbaarheidsinterval – de maat voor meetonzekerheid – bleef. In artikel 5.19, derde lid, van de Activiteitenregeling is dit interval voor zoutzuur vastgelegd op maximaal 40% van de emissiegrenswaarde of maximaal 4 mg/Nm3.

Gedeputeerde Staten meenden dat dit maximum zonder meer moest worden afgetrokken van de emissie. In dat geval zou van een overtreding geen sprake zijn en waren Gedeputeerde Staten dus ook niet bevoegd om handhavend op te treden. SAN betoogde daarentegen dat deze benadering in wezen neerkwam op een aanzienlijke verruiming van de grenswaarde. Volgens SAN was dit in strijd met de Europese Richtlijn Industriële Emissies. Interessant is dat SAN dit betoog onderbouwde met behulp van een aan haar gerichte brief van het D-G Milieu van de Europese Commissie. Die extra onderbouwing was ook wel nodig, want in een eerdere uitspraak waarbij dezelfde partijen waren betrokken had de Raad van State de opvatting van de provincie nog gehonoreerd (15 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2246).

Op die uitspraak komt de Raad van State nu expliciet terug. Alleen de meetonzekerheid die in de praktijk optreedt, komt voor aftrek in aanmerking. Omdat die aanmerkelijk kleiner is dan de maximaal toegestane meetonzekerheid, was wel degelijk sprake van een (forse) overtreding. In beginsel zullen Gedeputeerde Staten daartegen dus alsnog moeten optreden. 

  • Nieuwe koers Raad van State over meten van emissies en meetonzekerheden

    [...] Eveline Sillevis Smitt De Afdeling bestuursrechtspraak van de raad van State heeft op 29 mei 2019 een opmerkelijke en voor de praktijk een ingrijpende uitspraak gedaan. De casus De Stichting [...]

    Lees verder
  • ECLI:NL:RVS:2019:1737

    Bij besluit van 7 juni 2016 heeft het college het verzoek van SAN om handhavend op te treden tegen de Reststoffen Energie Centrale (hierna: de REC) te Harlingen wegens overtreding van de jaargemiddelde emissiegrenswaarde van zoutzuur, afgewezen.

    Lees verder

Geen regelgeving beschikbaar.

Geen naslag beschikbaar.

ECLI ECLI:NL:RVS:2019:1737
Datum publicatie 31-05-2019