← Terug naar vorige pagina

NMR bij uitbreidingslocatie met inbreidingstrekjes


De gemeenteraad van de gemeente Westerveld heeft een bestemmingsplan vastgesteld dat de bouw van 22 woningen mogelijk maakt. Zeven eigenaren van woningen in de nabijheid van het plangebied hebben een verzoek om planschade ingediend. In de daaropvolgende procedure staat onder meer de vraag centraal wat de omvang van het normaal maatschappelijke risico moet zijn.

Het gemeentebestuur heeft het NMR vastgesteld op het wettelijke forfait van 2%. Daarbij is overwogen dat de ontwikkeling een normale maatschappelijke ontwikkeling is die past in het gevoerde beleid. De ontwikkeling paste volgens het gemeentebestuur echter niet in de structuur van de omgeving, zodat de ontwikkeling in zoverre niet in lijn der verwachting lag.

Na uitgebreide overwegingen oordeelt de Afdeling dat het NMR in deze gevallen op 3% moet worden vastgesteld. Daarbij overweegt de Afdeling dat woningbouw in de dorpskern in beginsel als een normale maatschappelijke ontwikkeling moet worden beschouwd en dat deze ontwikkeling bovendien past in het gevoerde beleid. Daarmee ligt de ontwikkeling in ieder geval deels in de lijn der verwachting, zodat van een hoger NMR dan 2% moet worden uitgegaan.

In het onderhavige geval gaat het grotendeels om een uitbreidingslocatie; een kleiner deel van het ontwikkelingsgebied heeft kenmerken van een inbreidingslocatie. Aangezien de schade aan de onroerende zaken voornamelijk wordt veroorzaakt door het uitbreidingsgedeelte, wordt het NMR vastgesteld op 3%. AbRvS 1 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1434

Geen samenvattingen beschikbaar.

  • ECLI:NL:RVS:2019:1434

    Bij besluit van 14 juni 2016 heeft het college, voor zover thans van belang, aan [belanghebbende A] en [belanghebbende B] (hierna gezamenlijk en in enkelvoud: [belanghebbende A]), [belanghebbende C], [belanghebbende D] en [belanghebbende E] (hierna gezamenlijk en in enkelvoud: [belanghebbende D]), [belanghebbende F] en [belanghebbende G] (hierna gezamenlijk en in enkelvoud: [belanghebbende F]), [belanghebbende H] en [belanghebbende I] (hierna gezamenlijk en in enkelvoud: [belanghebbende H]), en [belanghebbende J] en [belanghebbende K] (hierna gezamenlijk en in enkelvoud: [belanghebbende J]) tegemoetkomingen in planschade toegekend van respectievelijk € 10.500,00, € 12.000,00, € 5.700,00, € 6.400,00, € 10.300,00 en € 7.800,00, elk van de bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente.

    Lees verder

Geen regelgeving beschikbaar.

Geen naslag beschikbaar.

ECLI ECLI:NL:RVS:2019:1434
Datum publicatie 03-05-2019