← Terug naar vorige pagina

Nieuwe beroepsgronden op de zitting, tenzij


De uitspraak van de AbRvS van 27 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4267 is opgenomen vanwege de processuele overwegingen over een nieuwe beroepsgrond die appellant pas tijdens de zitting aanvoert. Het college heeft daarop aangegeven dat zij zich overvallen voelt door het in dit stadium van de hoger beroepsprocedure alsnog naar voren brengen van deze hoger beroepsgrond.
De wijze waarop de Afdeling de rechtsnorm in dit geval formuleert, is verrassend. De Afdeling overweegt dat ook ter zitting nog een grond naar voren kan worden gebracht, tenzij de goede procesorde zich daartegen verzet. Voor het antwoord op de vraag of de goede procesorde zich daartegen verzet, is in het algemeen bepalend een afweging van de proces economie, de reden waarom de desbetreffende beroepsgrond pas in een laat stadium is aangevoerd, de mogelijkheid voor de andere partijen om adequaat op die beroepsgrond te reageren en de processuele belangen van de partijen over en weer.
In dit geval valt het oordeel voor appellant negatief uit. Appellant heeft geen feiten en omstandigheden aangevoerd op grond waarvan moet worden geoordeeld dat het voor hem redelijkerwijs niet mogelijk was de eerst ter zitting van de Afdeling aangevoerde grond eerder naar voren te brengen, zodat het college daarop naar behoren hadden kunnen reageren. Deze grond dient derhalve wegens strijd met de goede procesorde bij de beoordeling van het hoger beroep buiten beschouwing te worden gelaten.

Geen samenvattingen beschikbaar.

  • ECLI:NL:RVS:2018:4267

    Bij besluit van 29 september 2016 heeft het college aan [belanghebbende A] en [belanghebbende B] omgevingsvergunningen verleend voor het gebruik als tuin van een gedeelte van het Oude Schoolpad ter hoogte van de percelen [locatie 1] en [locatie 2] te Wons, conform de bij dat besluit behorende situatietekening.

    Lees verder

Geen regelgeving beschikbaar.

Geen naslag beschikbaar.

ECLI ECLI:NL:RVS:2018:4267
Datum publicatie 11-01-2019