← Terug naar vorige pagina

Bestemmingsplan, planschade anderszins verzekerd en passieve risicoaanvaarding


In het bestemmingsplan "De Linten" – dat aan de orde is in de uitspraak van de Afdeling van 2 januari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2) - is aan het achterste deel van het perceel de bestemming "Agrarisch" toegekend. Deze agrarische bestemming is in overeenstemming met het feitelijke gebruik op het achterste deel van het perceel. Naar aanleiding van de gewijzigde bestemming heeft appellant een planschadeverzoek ingediend. Thorbecke B.V. heeft bij brief van 20 maart 2015 aan het college van burgemeester en wethouders van Pekela een advies, gedateerd 19 maart 2015, uitgebracht, waarin zij adviseert om de schade in natura te compenseren door herstel van de oude gebruiks- en bouwmogelijkheden via een planologische wijziging. Dat wordt beoogd met de vaststelling van het bestemmingsplan: appellant krijgt nog twee jaar na het ‘onherroepelijk in werking treden’ van het plan de gelegenheid om een aanvraag voor een omgevingsvergunning in te dienen. Doet hij dat niet dan vervallen de mogelijkheden definitief (zonder vergoeding van schade). De Afdeling heeft in een tussenuitspraak van 4 april 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:1135) al kritisch uitgelaten. Allereerst eerst over onduidelijkheid van ‘begrip’ onherroepelijk in werking treden. Het is één van beiden: of in werking treden of onherroepelijk worden. En daarnaast over de termijn van twee jaar. Voor die termijn is de gemeenteraad aangesloten bij de bekende 2-jaarstermijn (uit onder meer de uitspraak van de Afdeling van 27 april 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AT4747) die wordt gehanteerd voor het aannemen van passieve risicoaanvaarding. Het in het onderhavige geval overnemen van die termijn, krijgt ook na de reparatie door de gemeenteraad niet de zegen van de Afdeling. De Afdeling voorziet zelf in de zaak: ‘een aanvraag voor een omgevingsvergunning kan worden ingediend tot uiterlijk 5 jaar na afloop van de datum waarop het plan onherroepelijk wordt’.

Geen samenvattingen beschikbaar.

  • ECLI:NL:RVS:2019:2

    Bij tussenuitspraak van 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1135 (hierna: de tussenuitspraak) heeft de Afdeling de raad opgedragen binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van de raad van 23 mei 2017, waarbij het bestemmingsplan "De Linten, partiële herziening J.R. Stuutstraat F5" is vastgesteld, te herstellen. Deze uitspraak is aangehecht.

    Lees verder

Geen regelgeving beschikbaar.

Geen naslag beschikbaar.

ECLI ECLI:NL:RVS:2019:2
Datum publicatie 11-01-2019