← Terug naar vorige pagina

Opslag van afvalstoffen onder tijdsdruk


Komt het door een toename van het aanbod of door de beperkte verwerkingscapaciteit? Steeds vaker is in het nieuws dat afvalbedrijven te veel afval opslaan en dan ook nog eens te lang. Daar wordt vaak handhavend tegen opgetreden, met als gevolg procedures, kosten en verbeurde dwangsommen. Volgt uit beleid en de wet een maximale opslagduur? Het antwoord is ja.

Volgens het Landelijk afvalbeheerplan (Lap3) moet in de vergunning een termijn worden opgenomen voor de duur van het opslaan van afvalstoffen. Na afloop van deze termijn moet het afval worden afgevoerd naar een verwerker. Het Lap3 verwijst ook naar het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen (artikel 11e,  lid 1). Daar staat: “Het bevoegd gezag verbindt aan een vergunning voor een inrichting voor de opslag van afvalstoffen het voorschrift dat opslag van afvalstoffen is toegestaan voor een termijn van ten hoogste één jaar. Indien de vergunninghouder ten genoegen van het bevoegd gezag aantoont dat de opslag van afvalstoffen gevolgd wordt door nuttige toepassing van afvalstoffen, kan het bevoegd gezag, in afwijking van het eerste lid, aan een zodanige vergunning het voorschrift verbinden dat de opslag van afvalstoffen is toegestaan voor een termijn van ten hoogste drie jaar.” Deze opslagtermijnen moeten in vergunningvoorschriften worden opgenomen. Als het afvalbedrijf (ook) valt onder de werking van het Activiteitenbesluit, dan geldt hetzelfde. In artikel 2.14a, lid 5 en 6 van dat besluit staat dat het verboden is om afvalstoffen voorafgaand aan nuttige toepassing langer dan drie jaar op te slaan en dat het verboden is om afvalstoffen voorafgaand aan verwijdering langer dan één jaar op te slaan.

Duidelijkheid bij acceptatie

Als blijkt dat de opslagtermijn is overschreden dan kan het bevoegd gezag handhavend optreden. Meestal door het opleggen van een last onder dwangsom. De ervaring is (helaas) dat de rechter er vaak snel klaar mee is. Het enkele overschrijden van de termijn van drie jaar, maakt dat handhaving terecht is ( ECLI:NL:RVS:2016:910). Maar wat nu als de termijn van drie jaar nog niet is overschreden? Kan dan de maximale termijn van één jaar zonder meer worden gehandhaafd?

Daarover gaat de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 14 september 2018 (ECLI:NL:RBOBR:2018:4546). In de vergunning zijn de maximale opslagtermijnen opgenomen. Daarbij geldt de verplichting om reeds bij de acceptatie van de afvalstoffen duidelijk te maken welke bewerkingsroute de afvalstoffen ondergaan. De rechtbank gaat daarin mee. Reeds op het moment van de acceptatie moet vaststaan of de stoffen (vergund) binnen het bedrijf of aantoonbaar elders zullen worden verwerkt.

Overmacht

Dat oordeel houdt onvoldoende rekening met vraag en aanbod. Volgens mij zou centraal moeten staan of het afval tijdig nuttig kan worden toegepast. Als de wetgever geen uitzondering maakt voor pieken in het aanbod en/of beperkte verwerkingscapaciteit, terwijl nuttige toepassing feitelijk mogelijk is, dan is dat een gemiste kans. De afweging zou er volgens mij op gericht moeten zijn om nuttige toepassing mogelijk te maken, in plaats van het afdwingen van verwijdering door middel van handhaving. Wat mij betreft zou afval, mits milieuhygiënisch verantwoord, mogen blijven liggen als er voldoende zekerheid bestaat dat er uiteindelijk sprake is van nuttige toepassing. Voor nu kan in gevallen van overmacht alleen worden verzocht de last onder dwangsom op te schorten (artikel 5:34, lid 1 Awb). Echter, ook dan zal het afvalbedrijf moet aantonen dat en waarom er sprake is van overmacht en dat zeker is dat het afval binnen afzienbare termijn nuttig zal worden toegepast.

Deze column van Stijn Boot verscheen in het tijdschrift Afval! van november 2018.

Geen samenvattingen beschikbaar.

  • ECLI:NL:RBOBR:2018:4546

    Overtreding vergunningvoorschrift voor opslag van afvalstoffen Verweerder heeft een last onder dwangsom opgelegd wegens het langer dan één jaar opslaan van afvalstoffen wat in strijd is met het voor de inrichting geldende vergunningvoorschrift, nu bij acceptatie niet zeker was dat de afvalstoffen nuttig zouden worden toegepast. Eisers zijn overtreder en handhaving is niet onevenredig.

    Lees verder

Geen regelgeving beschikbaar.

Geen naslag beschikbaar.

ECLI ECLI:NL:RBOBR:2018:4546
Datum publicatie 07-11-2018