← Terug naar vorige pagina

Verplicht horen bij de invordering van een dwangsom


De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een uitspraak van 12 september 2018 bepaalt dat het voortaan verplicht is een belanghebbende te horen voordat het over gaat tot het invorderen van een dwangsom of de kosten van bestuursdwang. De Afdeling wijzigt daarmee haar eerdere lijn. Zij doet dat onder verwijzing naar de conclusie van A-G Wattel van 4 april 2018.

De casus

In deze zaak stond het gebruik van recreatiewoningen in de gemeente Opmeer centraal. Deze woningen werden niet-recreatief gebruikt. De gemeente schreef de eigenaar aan. In de aanschrijving was ook bepaald dat die gold voor de rechtsopvolgers van de eigenaar. Een bezwaarschrift tegen de aanschrijving werd niet-ontvankelijk verklaard, omdat het te laat was ingediend. Het college ging daarop over tot de invordering van een bedrag aan dwangsommen van totaal € 50.000,--.

Het verweer

Bij de Afdeling voert appellant allereerst vergeefs verweer tegen de aanschrijving zelf. Hij is dan geen eigenaar meer. Dat is inmiddels een andere partij geworden. Deze andere partij voert tegen de invorderingsbeschikking aan dat het college niet tot invordering mocht over gaan zonder eerst met hem in gesprek te gaan.

Het oordeel

“…De Afdeling stelt voorop dat het hebben van een gesprek voorafgaand aan het besluit tot invordering niet van belang is voor de vraag of het college bevoegd is om tot invordering over te gaan. De Afdeling overweegt verder naar aanleiding van de conclusie van de staatsraad advocaat-generaal mr. P.J. Wattel van 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1152, en anders dan voorheen dat het college alvorens tot invordering over te gaan belanghebbende op grond van artikel 4:8, eerste lid, van de Awb voorafgaand aan de dwangsominvordering in de gelegenheid dient te stellen te worden gehoord. Daarbij acht de Afdeling van belang dat het aan de overtreder is om bijzondere omstandigheden waarvan het bestuursorgaan niet al op de hoogte is of had moeten zijn, naar voren te brengen. Hij moet daartoe door het bestuursorgaan wel in staat worden gesteld. Het horen van de overtreder is daar bij uitstek de manier voor. Nu het college in dit geval de nieuwe eigenaar niet heeft gehoord, leidt het tot vernietiging van het besluit van 18 april 2017…”

Conclusie

Met ingang van 12 september 2018 moet een bestuursorgaan, alvorens het overgaat tot invordering van dwangsommen of de kosten van bestuursdwang, de belanghebbende op grond van artikel 4:8 Awb eerst horen.

  • Overtreders moeten worden gehoord voordat een invorderingsbeschikking wordt genomen

    Mr. R. Olivier

    [...] overtreder moet – anders dan voorheen - worden gehoord voorafgaand aan een dwangsominvordering op grond van art. 4:8 lid 1 Algemene wet bestuursrecht (‘Awb’), zo bepaalde de Afdeling [...]

    Lees verder
  • Hoorplicht overtreder bij invordering dwangsom

    Mr. S. Smit

    [...] Afdeling heeft vandaag bepaald dat het bestuursorgaan dat besluit tot invordering van een verbeurde dwangsom, de overtreder daarvoor moet horen op grond van artikel 4:8 Awb. Dit wijkt af van de [...]

    Lees verder
  • Horen bij invordering voortaan verplicht!

    Mr. T. Sanders

    [...] 12 september 2018 heeft de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2018:2956) gevolg gegeven aan de aanbeveling van A-G Wattel om bestuursorganen voortaan te verplichten om een overtreder te horen alvorens een [...]

    Lees verder
  • Horen voorafgaand aan invorderingsbeschikking moet!

    Mr. M.H. Blokvoort

    [...] de praktijk wordt nogal eens afgezien van het bieden van de mogelijkheid om te worden gehoord in verband met een invorderingsbeschikking. Uit de uitspraak van 12 september 2018 [...]

    Lees verder
  • Dwangsom en invorderen, hoe zit dat ook alweer?

    [...] invorderen van dwangsommen is mogelijk niet langer het automatische gevolg van een onherroepelijk opgelegde last onder dwangsom. Uit de conclusie (ECLI:NL:RVS:2018:1152) van Staatsraad A-G [...]

    Lees verder
  • Invorderen? Eerst horen!

    [...] deze uitspraak van 12 september 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2956) wijzigt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (‘Afdeling’) van koers: voortaan moet eerst worden gehoord voordat een [...]

    Lees verder
  • ECLI:NL:RVS:2018:2956

    Bij besluit van 1 april 2016 heeft het college [appellante] onder oplegging van een dwangsom gelast om het laten gebruiken van uw recreatieverblijven aan [locatie] (hierna: het perceel) [A], [B], [C] en [D] te Opmeer ten behoeve van niet-recreatieve bewoning te beëindigen en beëindigd te houden. Het college heeft daarbij bepaald dat het besluit ook van toepassing is op haar rechtsvervolger en de verdere rechtsopvolgers zoals bedoeld in artikel 5.18 van de Wabo.

    Lees verder

Geen regelgeving beschikbaar.

Geen naslag beschikbaar.

ECLI ECLI:NL:RVS:2018:2956
Datum publicatie 12-09-2018