← Terug naar vorige pagina

Wie is aansprakelijk voor de schade?


Is de gemeente die met ontheffing van het waterschap riolering aanlegt in een vaarwater, op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk voor schade als de riolering te hoog is aangelegd?

Hoe is de schade ontstaan?

In deze interessante zaak was het volgende aan de hand. De gemeente Weesp wilde woonschepen op de riolering aansluiten. Antea (Oranjewoud) had een systeem bedacht waarmee de leiding voor de riolering in de waterbodem gedrukt kon worden zónder graafwerkzaamheden. Het waterschap verleende hiervoor een ontheffing van de Keur, maar wel op voorwaarde dat de leiding één meter beneden de waterbodem zou komen te liggen. Reden daarvoor was de wens om te voorkomen dat er schade zou ontstaan bij onderhoudsbaggerwerkzaamheden. Zo gezegd zo gedaan. Er wordt op een gegeven moment een baggerwerk uitgevoerd en dan wordt de rioolleiding toch geraakt. De baggeraar stelt dat hij op de gegevens van de Klic-melding is afgegaan en dat de riolering niet was gesitueerd volgens de gegevens van de Klic-melding maar veel hoger. Dat laatste blijkt ook zo te zijn. Het waterschap spreekt dan de gemeente aan als vergunninghouder (degene aan wie ontheffing van de Keur was verleend) en Antea als de partij die de riolering had aangelegd. Beiden hebben volgens het waterschap onrechtmatig gehandeld, door zich niet te houden aan de ontheffingvoorwaarde van één meter beneden de waterbodem. De schade waar het om ging was vooral een vertragingsschade van circa € 1 miljoen die de baggeraar van het waterschap eiste.

Wat vindt de rechter?

Het gerechtshof (Gerechtshof Amsterdam 29 augustus 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:3491)  komt tot het oordeel dat de baggeraar zelf in ieder geval deels aansprakelijk is, en dat de aansprakelijkheid van de gemeente en Antea daardoor wordt beperkt. Het gerechtshof wijst hiervoor op de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netwerken (Wion). Uit die wet volgt dat de opdrachtgever en de grondroerder zelf een onderzoeksplicht hebben. Volgens het gerechtshof moeten daarbij óók de CROW richtlijnen in acht genomen worden. Dus óók als de gemeente en Antea de riolering te hoog en dus in strijd met de voorwaarden hebben aangelegd, zal het waterschap in ieder geval een (substantieel) deel van de schade zelf moeten dragen. En zal de baggeraar dus zijn claim op het waterschap niet volledig kunnen verzilveren.

Onrechtmatig handelen

Het gerechtshof komt ook tot het oordeel dat als de riolering in strijd met de ontheffing op een hoger niveau dan één meter beneden de waterbodem is aangelegd, de gemeente en Antea dan onrechtmatig hebben gehandeld jegens het waterschap. Het schenden van de gestelde voorwaarde is onrechtmatig en verplicht tot schadevergoeding. Volgens het gerechtshof doet daaraan niet af dat het waterschap via het publiekrecht (een dwangsom of bestuursdwang) de gemeente had kunnen dwingen tot naleving van de gestelde voorwaarde.
De zaak is nog niet definitief beslist door het gerechtshof. Er moet nog worden vastgesteld door een deskundige of de riolering bij aanvang te hoog is aangebracht. Daarna zal het gerechtshof beoordelen wie welk deel van de schade moet dragen. Als de riolering bij aanvang correct is aangebracht maar nadien door bepaalde oorzaken hoger is komen te liggen, zullen de gemeente en Antea niets hoeven betalen.

Advies

De les is: ga nooit alleen af op de gegevens van de Klic-melding, maar doe als opdrachtgever en aannemer altijd op zorgvuldige wijze het door de Wion vereiste onderzoek.

Geen samenvattingen beschikbaar.

  • ECLI:NL:GHAMS:2017:3491

    Schadevergoeding in verband met vertragingsschade door raken riolering bij baggerwerkzaamheden. Procedure is geen onaanvaardbare doorkruising van het publiekrecht omdat beoogd is vergoeding te krijgen van vermogensschade en aan dit belang kan niet worden tegemoetgekomen in een bestuursrechtelijk traject. Lokaliseringsplicht baggeraar en opdrachtgever betreffende leidingen is op grond van artikel 2 van de WION uitgangspunt. Zij moeten een behoorlijk en gedegen onderzoek doen naar de feitelijke ligging van de leiding in het invloedsgebied van de baggerwerkzaamheden. Dit is nagelaten. Nader onderzoek of riolering destijds op vereiste diepte is aangelegd in verband met vraag of gemeentes en Antea bij aanleg onrechtmatig hebben gehandeld, hetgeen van invloed is op aansprakelijkheidsverdeling.

    Lees verder

Geen regelgeving beschikbaar.

Geen naslag beschikbaar.

ECLI ECLI:NL:GHAMS:2017:3491
Datum publicatie 06-12-2017